De ene medaille is voor Tim Prins zeker de andere niet. Uitgeput, zowel emotioneel als fysiek, verliet hij vrijdag het strijdtoneel. Zijn EK-medaille had geen glans. Niet alleen vanwege de grote teleurstelling dat hij olympische kwalificatie aan zijn neus voorbij zag gaan door de aanwijsplek voor Marcel Bosker, ook wegens het gebrek aan tegenstand. Met nog een verkoudheidje erbij besloot hij de teamsprint van zaterdag te laten voor wat hij was. “Jammer, want met mij erbij hadden we zeker voor goud kunnen gaan. Dat was een mooie titel geweest”, vertelt Prins. Uiteindelijk misten zijn landgenoten op tweehonderdsten de Europese titel.

Na veel uren op bed te hebben doorgebracht stond Prins zondag een stuk fitter aan het vertrek van de 1500 meter. Ondanks een lastige laatste kruising met de Oostenrijker Gabriel Odor schaatste hij naar de bronzen medaille. “Mijn race was niet van wereldniveau, maar deze 1.46,61 is wat ik maximaal in me heb. Bij die laatste wissel laat ik wel zilver liggen doordat ik Odor, die vanuit de binnenbocht kwam, te veel ruimte gunde. Maar zilver of brons maakt voor mij niet het verschil. Als ik hier kom, wil ik winnen. Net als vrijdag: een Tim in goeden doen had dat zeker gekund.”

Toch had deze plak wel waarde voor Prins. “Kijk naar de gasten die ik voor me heb. De wereldkampioen Peder Kongshaug staat hier aan de start, ook al rijdt hij niet zijn beste seizoen. Hij is een goede gast die in Milaan meedoet om het goud. En Semirunniy heeft het hier in zijn Polen ook op de heupen.”

Tim Prins EK Afstanden
Applaus voor zijn concurrenten, die in Milaan zullen strijden om medailles. | Foto: Orange Pictures

Wanneer de laatste onderdelen van het EK nog verreden moeten worden, vertrekt Prins al richting het vliegveld. Na alle verhalen die de afgelopen twee weken over hem geschreven zijn, wil hij weer terugkeren in de luwte. “Vanaf nu draait het om de mensen die naar de Spelen gaan.”

Prins zelf weet nog niet hoe zijn programma eruit zal zien. Hij zal in Inzell meedoen aan de laatste World Cup en eind februari wil hij zich tijdens het NK Sprint kwalificeren voor het WK. Hoe hij de tussenliggende tijd spendeert, weet hij nog niet. “Ik zal wel naar de Spelen kijken, omdat mijn teamgenoten, en daarmee ook mijn vrienden, aan de start staan. Ik hoop dat zij het heel goed doen, maar voor mij wordt het geen leuke periode.”

De 22-jarige schaatser is misschien van plan zijn schaatsen te verwisselen voor de shorttrackijzers, die hij in zijn jeugd ook veelvuldig heeft gedragen. “Ik vind dat ik technisch tekortschiet momenteel, in de bochten zit ik te hoog. Door te trainen met de shorttrackers kan ik daar aan werken. Een week of twee op de shorttrackbaan is een mooie afleiding, om daarna volledig te focussen op het NK Sprint.”

Ook mentaal moet Prins de tijd nemen te resetten, legt hij zelf uit. “Ik ben heel extreem in mijn sportbeleving, wat ook betekent dat ik het lastig vind te ontladen. Alleen tijdens vakanties kan ik me echt afsluiten van de sport. De overige 49 à 50 weken ben ik altijd met schaatsen bezig, op een manier die een beetje maniakaal is. Dat brengt me veel, maar nu zie ik ook de andere kant. Voor mij is het een goede leerschool hoe ik hiermee om moet gaan. Topsporter moet ik blijven tot mijn 34e, dus ik heb nog wel even. Het is zaak nu niet in een negatieve spiraal te komen. Deze teleurstelling wil ik gebruiken als positieve brandstof richting de toekomst. Volgend jaar moet ik sterker terugkomen en laten zien dat ik bij de besten van de wereld hoor.”