Om toch heel even met die laatste te beginnen. Als er één iemand met heel gemengde gevoelens terugkijkt op de voorbije week Weissensee, dan is het wel Daan Gelling. De Groninger stond voor de derde keer op de foto en greep voor de derde keer naast de zege. In de Aart Koopmans Memorial werd de finishfoto verkeerd geïnterpreteerd en eindigde hij zelfs als derde, in het ONK bleek Harm Visser duizendsten sneller, en nu waren er opnieuw vier decimalen achter de komma nodig om het verschil met Harink te duiden. “Heel zuur. Ongelooflijk zuur”, verzuchtte Gelling.

Hij kon zichzelf niet echt iets verwijten, vervolgde de man van Royal A-ware, die eerder deze maand in Thialf wél de nationale titel op kunstijs veroverde. “Dat je nu wéér op duizendsten verliest, is echt niet normaal. Het doet pijn. Je werkt er zo hard voor, rijdt er zo hard voor, en toch elke keer net niet.” Met galgenhumor: “Misschien moet ik toch meer op de finish trainen.” Gelling was, gaf hij toe, niet de sterkste deze dag. “Dat was absoluut Crispijn Ariëns. Die reed zó verschrikkelijk hard. En mijn ploeggenoot Kevin van der Horst was ook sterk, hield alles bij elkaar zodat ik kon sprinten. Dan is het extra zuur dat je het niet kunt afmaken. Maar het is wat het is. Kop vooruit en dóór.”

Een paar meter verderop zat Jordy Harink nog vol ongeloof voor zich uit te staren. Een klein kwartiertje eerder was hij over de streep gekomen, samen met Gelling en nummer drie Ronald Haasjes. Minieme verschillen, een halve pirouette van Harink die netaan bleef staan, en ook nog een valpartij van Gelling en Haasjes. Chaos door pure vermoeidheid en door de ultieme pogingen toch vooral als eerste de schaats over de streep te duwen. Het werd dus Harink, de alleskunner van Essent, die ten prooi viel aan emoties. “Eindelijk. Eindelijk!”, riep hij met tranen in de ogen. “Zo vaak dichtbij, tweede, derde, maar nooit de winst die ik zó graag wilde. En nu lukt het dan wel. Ik ben zó blij.”

Na alle keren ’net niet’ lukt het Jordy Harink nu wél in de Alternatieve
Het verschil op de streep was na 200 kilometer nauwelijks waarneembaar. Links Jordy Harink, rechts Daan Gelling. | Foto: Neeke Smit

De man uit Rouveen, die tegenwoordig is neergestreken in Zaltbommel, had zijn zege ook daadwerkelijk ervaren als ‘eindelijk’. De afgelopen jaren, legde hij uit, heeft hij echt gevoeld als frustrerend. “Tweede en derde achter een sterke Crispijn Ariëns en Frank Vreugdenhil, vorig jaar in Zweden weer tweede achter mijn ploeggenoot Daan Gelling. Dus ja, voor mij voelde dit als eindelijk. Maar het is voor mij ook de drijfveer geweest om door te gaan, om eens van ploeg te wisselen en zo een andere omgeving op te zoeken.”

Het winnen van de Alternatieve groeide door de jaren heen uit tot het ultieme doel van Jordy Harink. “Stiekem wel”, erkent hij. “Ik durfde dat niet uit te spreken omdat ik weet hoe moeilijk het is. Alles moet echt samenkomen. Dat was vandaag dan blijkbaar het geval.’’

Een overwinning in de Alternatieve komt nooit iemand aanwaaien, en dat was ook nu bij Harink niet het geval. De kracht van Ariëns werd al geroemd door Gelling, maar ook Harink kon er wat van. Zelfs een kapotte veer hield hem niet tegen. Hij moest noodgedwongen de tijd nemen om naar de kant te gaan, waar zijn schoonvader en materiaalman Stinus-Jan van Maaren zijn schaats razendsnel van een nieuwe veer voorzag. “Ik dacht even dat ik een verkeerde keuze had gemaakt omdat het peloton ineens wel erg ver weg was. Dat ik daarna weer terugkwam dankte ik aan de ploeg. Chiel Smit, Lars Woelders, Homme-Jan de Groot; ze hebben zich allemaal voor me ingespannen”, had Harink ook lof voor zijn teamgenoten. Maar het was voor iedereen zonneklaar dat hij zelf ook beresterk was. Nadat Woelders moegestreden terugviel, overbrugde hij zelf in rap tempo het gat naar het peloton om daar meteen aan de voorkant weer uit te vertrekken. Een sterk staaltje.

Na alle keren ’net niet’ lukt het Jordy Harink nu wél in de Alternatieve
Jordy Harink is na zijn snelle veerwissel weer op weg naar de kopgroep. | Foto: Neeke Smit

Andere tegenvaller? Het vroege uitvallen van Harm Visser. De kersverse Nederlands kampioen kreeg de schaats van een voorganger in zijn knie en werd vervolgens met zeven hechtingen naar het hotel vervoerd. “Daarmee kon er een streep door ons plan, want we wilden graag met Harm en mij voorin zitten. Nu moesten we omschakelen.”

Zo zag Harink de koers waarvan hij verwachtte dat het een kat-en-muisspel zou worden al snel ontbranden. “Een aantal ploegen nam de koers echt in handen. De vroege vluchters werden ingerekend en dan weet je gewoon dat het van voren koers gaat zijn en dat ze er van achteren af gaan. Dat gebeurde ook.”

Er bleven uiteindelijk zeven sterke mannen over, met naast Harink, Gelling en Haasjes ook Crispijn Ariëns, Jeroen Janissen, Kevin van der Horst en Joram Verkerk. Harink zag de koppels Gelling-Van der Horst en Janissen-Verkerk en voelde dat hij niet de energie had om weg te rijden. “Daarom zette ik alle ballen op de sprint, waarbij ik op het laatste moment mijn been nog naar voren duwde. Deed ik omdat ik eerder in de AKM dat niet deed en net tekort kwam. Nu maakte dat het verschil.”

Naar dat verschil moest dus nog wel heel lang worden gekeken omdat iedereen zeker wilde zijn dat er een goede uitslag naar buiten kwam. “Dat nam wel iets van het momentum wel, en dat. Waren helse minuten. Je bent kapot, bent daardoor emotioneel, en dat wachten was heel zwaar. Maar dat was het uiteindelijk meer dan waard.’’