Het zat op de sprint sowieso ontzettend dicht bij elkaar. Als Mulder (nu 35,09) drie honderdsten sneller had gereden, was hij op het podium geëindigd. “Maar dat maakt het alleen maar gaaf en mooi om naar te kijken”, zei de Nederlands kampioen. “Je weet dat je niet kan verslappen.”

Otterspeer baalde net als zijn ploeggenoot wel dat hij op een haartje het podium had gemist. “Dat is zuur, maar mijn tijd (35,10) en race waren wel goed. Ik weet ook niet waar ik het heb laten liggen, ik maakte weinig fouten.”

“Mijn race was nog wel een beetje rommelig”, vond Mulder. “Bij de eerste pas lag ik al wat achter en dan blijf je achter de feiten aanlopen. Ik ging ook nog slecht de eerste bocht in. Maar daarna kon ik hem wel goed doortrekken en al met al was het geen slechte race. Al heb ik vorige week laten zien dat er meer in zit.”

Dat zag ook zijn coach Van Velde: “Michel kwam niet goed weg bij de streep, maar in de laatste honderd meter rijdt hij nog knap naar zijn tegenstander toe. Er waren wel wat foutjes, dus er zit nog meer in het vat.”

Mulder hoopt dat hij dat zondag kan laten zien op de tweede 500 meter. “Morgen een 34’er”, knipoogde de sprinter, terwijl hij de catacomben verliet.