Op de 1000 meter was dat nu nog niet het geval. “Het lukte gewoon niet echt”, is haar eerste conclusie. “Soms gaat het automatisch en kom je op een tijd van 1.15 uit. Nu ging het niet vanzelf.”

Tijdens haar rit moest ze zichzelf bijsturen en dat kwam de uitvoering niet ten goede. Wilde ze haar tempo verhogen, dan verloor ze druk. Wilde ze die druk opvoeren, dan ging het te traag. En dat is een week voor de WK geen prettige constatering.

“Het is in zekere zin een wedstrijd als alle andere, maar je hebt wel in je hoofd dat je hier wil zien hoe het haat. Eigenlijk wil je na deze wedstrijd rustig de week voor de WK in gaan. Nu zal ik toch moeten denken wat ik nog moet doen.”

Het gat met de top van het veld was namelijk groot. Zij reed 1.16,36, Heather Richardson was anderhalve seconde sneller en noteerde 1.14,87. Dat verschil is niet zomaar goedgemaakt, weet Leenstra. “Het is best lastig om dat in een week te overbruggen.”

Onmogelijk is het niet, benadrukt ze. In het verleden heeft ze wel vaker in een week haar prestaties kunnen ombuigen. “Het kan nog alle kanten op.” Hoe die verbetering er precies moet gaan komen, weet ze echter niet. “Daar moet ik met Jan van Veen nog even naar kijken”, zegt ze.

Ze heeft in ieder geval nog een kans voor de WK om een goed gevoel te kweken. Aanvankelijk zou ze de zondag laten schieten, maar na de race van zaterdag besloot ze om die toch te rijden. Zo volgt op de generale repetitie nog een generale repetitie.