Met een strak gezicht komt Velzeboer uit de gang van de kleedkamers. De pers verzamelt zich als een groep hongerige hyena’s om haar heen, maar ze spreekt iedereen toe met dezelfde concentratie als waarmee ze aan de start heeft gestaan. Met haar ogen af en toe naar de grond gericht zegt ze: “Ik baal er heel erg van. Bij de start kwam ze net een beetje buitenom. Achteraf gezien had ik haar beter kunnen laten gaan.”
Ze doelt op Courtney Sarault, de Canadese die vroeg de leiding van haar overnam. Velzeboer herpakte zich knap, zette een tegenaanval in en reed terug naar de koppositie. Maar de bocht die daarop volgde was krap, té krap. “Ik kreeg ook een duw en werd naar buiten gedrukt. Ik vind het raar dat die actie niet is teruggekeken, want daardoor ging ik wel van plek één naar vier.” Het is duidelijk: de duw en de vierde plek vormen samen de bron van frustratie. Maar zoals ze eerder dit seizoen zei: shorttrack is soms gewoon pech.
Ze legt uit hoe de onrust in de rit haar timing beïnvloedde, hoe Sarault telkens moest vechten om voor haar te blijven en hoe dat de versnelling van de Canadese afremde. Eén klein bochtmoment bepaalde uiteindelijk de uitslag. Na haar analyse vat ze haar gevoel samen in één zin: “Je kan niet altijd winnen, maar dat maakt het niet minder shit.”
Hoe bedreigend zijn de Canadezen eigenlijk? Het is een logische vraag na de resultaten van de World Tours in Montréal, en ook zeker na de Canadese overwinning van vandaag. Maar zodra het gesprek die kant opgaat, schudt Velzeboer haar hoofd. “Ik maak me er niet echt zorgen om,” zegt ze. “Ik weet hoe sterk ik ben. Ik heb niet voor niets al drie keer gewonnen, dus ik blijf gefocust op mezelf. En een keertje niet winnen hoort er ook bij.”
Toch zit er meer onder die conclusie. Want racen voor eigen publiek maakt iets los. Ze werd aangekondigd als miss 500 meter en bij de start ging er een trots gejuich door de hal. Natuurlijk hoorde en voelde ze dat. “Voor eigen publiek wil je er staan,” zegt ze. “Dan wil je winnen. En als het dan niet lukt, is dat heel zuur.” Daarna volgt een zinnetje dat haar veerkrachtigheid laat zien: “Maar beter hier dan op de Spelen.”
Gelukkig was er ook succes dit weekend. Nederland won goud op de mixed relay én goud op de vrouwenrelay. “Het is wel bizar om hier te winnen,” zegt ze trots. Toeval is het naar haar mening zeker niet. “We werken er superhard voor. En het is gaaf dat het lukt.”
De sleutel zit in hun snelheid, maar misschien ook wel in de wissels. Vooral die van haar naar Teun Boer, die vanwege het grote gewichtsverschil bijna choreografisch exact moet worden uitgevoerd. “Daar moeten we heel scherp op zijn,” zegt ze. “Dat hij met goede snelheid de bocht in komt en ik met zoveel mogelijk snelheid die duw inzet. Daar trainen we heel veel op.”
Met nog ruim twee maanden tot Milaan is het interessant waar ze haar voordeel ziet. Een belangrijke factor: het olympisch wedstrijdschema. “In Milaan wordt het een heel andere wedstrijd”, zegt ze. “Je hebt veel meer rust tussen de afstanden. Nu is alles in één weekend. Voor mij als sprinter werkt het in mijn voordeel dat er straks meer rust is. Dan kan ik mijn snelheid nog beter inzetten. Hoe vaker je rijdt, hoe meer die power uit je benen gaat", zegt ze.
Wanneer ze wordt gevraagd naar haar seizoen tot nu toe, antwoordt ze overtuigend: “Het ziet er heel goed uit. Ik heb weer stappen gemaakt ten opzichte van vorig jaar. Ik heb veel vertrouwen gehaald uit deze wedstrijden. En ik weet dat ik het kan.” Alle ervaringen van de afgelopen jaren vormen de basis van haar zelfvertrouwen. En vooral: een andere manier van kijken naar zichzelf. “Ik haal mijn vertrouwen niet alleen meer uit medailles.” Misschien is dit wel het belangrijkste zinnetje van het hele gesprek, omdat het een kijkje geeft in Xandra’s emotionele belevingswereld.
Ze sluit af met dezelfde vastberadenheid als waarmee ze aan kwam lopen. “Het is moeilijk om altijd te winnen. En als het een keer niet lukt leer je er veel van, al is het logisch dat het pijn doet. Want we trainen natuurlijk voor de winst.”