"Het mag duidelijk zijn dat het bovengemiddeld goed gaat met de Nederlandse ploeg in Sotsji. Ik denk dat ons succes in het schaatsen voortkomt uit de concurrentie tussen de merkenteams en de stevige onderlinge strijd."
"De Nederlandse schaatsers moeten zien te overleven en dat vertaalt zich rechtstreeks naar dit soort prestaties. Dit komt ook doordat we een zee aan talent hebben, zeker ten opzichte van het buitenland, en zodra dat boven komt drijven is er meteen geld en middelen beschikbaar voor ze. Succes is maakbaar."
"Sowieso loopt Nederland tegenwoordig twee stappen voor op de rest. Deze trend begin in de periode 1995-1998. We hebben zo'n veertien jaar de tijd nodig gehad om dit soort prestaties te stabiliseren. Wat er in Sotsji gebeurd is geen geluk, het is het resultaat van beleid."
"Het is zeker zo dat dit nu ook gaat leven in de olympische equipe. Succes reflecteert. Het succes creëert een klimaat van enthousiasme en zelfvertrouwen. Iedereen in de ploeg weet dat wij de wereld nu beheersen en dat zij dus ook kunnen excelleren."
"Ik denk uiteindelijk dat Nederland minimaal twintig medailles zal gaan halen in Sotsji. Dat is eigenlijk niet te geloven, maar gezien de kwaliteit van deze ploeg wel mogelijk."
"Ik hoop dat Esmé Kamphuis en haar bobsleesters voor succes kunnen zorgen en ik verwacht het zelfs van de shorttrackers. Minimaal eentje daar ook. Dat moet op een gegeven moment gewoon; de geleverde arbeid zal zich daar vertalen in een medaille."
"Daar komen er nog drie op de tien kilometer, eentje op de vijf en twee op de ploegenachtervolging bij. En dan hebben we de 1500 meter ook nog bij het schaatsen."