Toch is dat voor de olympisch kampioen op die afstand geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten. “Natuurlijk vind ik het jammer. Ik had me graag bij de eerste drie gereden, maar ik heb mijn best gedaan”, luidt het opvallend positief. “Het ging de afgelopen weken eigenlijk heel goed, maar ik reed geen goede race vandaag. Dat is vooral wat ik jammer vind.”
“De eerste honderd meter liep eigenlijk heel goed. Dat had ik zelf niet eens door”, vervolgt hij. “Ik was daarna teveel gefocust om achter Kai Verbij aan te gaan op de kruising. In plaats van rust te bewaren begon ik een beetje te rennen. Dat zijn foutjes die ik niet mag maken. Dat heeft met vertrouwen te maken.”
Toch is het met dat vertrouwen volgens Mulder nu al een stuk beter gesteld dan tijdens het selectietoernooi in Groningen, waar hij net als in Thialf op plaats zes eindigde. “Het verschil is dat ik toen als een angsthaas aan de start stond. Nu voel ik me wel goed, maar komt het er nog niet helemaal uit.”
“Daar had ik denk ik ook een bredere basis voor nodig gehad, met meer wedstrijden”, vervolgt hij. “Het is een ander verhaal als je vanaf november al lage 35’ers rijdt. En vergeet niet dat er nu vijf jongens wel onder de 35 gaan. Daar heb ik ook een paar jaar aan meegewerkt”, doelt Mulder op oud-ploeggenoten Daidai Ntab en Kai Verbij.
Of dat dan ook niet een beetje mooi is om te zien? “Nee, zeker niet”, lacht hij. “Ik rij me er liever met een slechte tijd toch tussen, maar ik moet dit accepteren. Het is de realiteit.”
Wie durft te suggereren dat het seizoen van Mulder er met de teleurstelling van vandaag opzit heeft het mis: “De 500 meter is natuurlijk mijn afstand, daar ben olympisch kampioen op. Maar ik heb ook nog olympische brons op de 1000 meter. Ik ga gewoon een poging wagen.”