De moeilijke ijsomstandigheden in de Milano Ice Skating Arena hebben Carpenter (46), al twaalf seizoenen de materiaalman van TeamNL dag in dag uit tot het uiterste uitgedaagd. “Ik heb heel veel druk op mijn schouders gevoeld”, erkent de Amerikaan, die weet wat het betekent om een plak te behalen op de Spelen (brons op de 500 meter langebaan in 2002).
De ondermaatse kwaliteit van het opgevroren speelveld voor de shorttrackers vroeg voortdurend om noodgrepen van de specialist in het onderhoud van de schaatsen. Wat hij de eerste dagen ook probeerde, veel rijders kwamen keer op keer terug van het ijs met vragen, problemen, of met bot geworden ijzers. “Gedurende de World Tours die we rijden heb ik meestal vier of vijf trainingen de gelegenheid om alles op orde te krijgen met het materiaal. Die tijd was er nu niet omdat de condities van de baan steeds verschilden en het lastig te bepalen was waarom er veel ijzers elke keer bot werden. Ik deed van alles: de messen door de rondingsmachine, een laagje staal verwijderen en steeds opnieuw slijpen.” Met name de schaatsen van Jens van ’t Wout had hij veel in zijn handen.
“Elke dag had Jens het gevoel dat het allemaal niet lekker ging. Na het slijpen leek het alsof het mes weer scherp was, maar dat bleef bot, waarschijnlijk door het ijs dat ook wordt bereden door kunstschaatsers en heel vuil was. Jens was niet de enige met dit probleem. Het is niet dat er paniek door ontstond, meer een gevoel van teleurstelling, zeker na de uitschakeling op de mixed team relay. Dat was het onderdeel waarop we relatief het makkelijkst kunnen scoren omdat we er heel goed in zijn. Gelukkig was de stemming een dag later iets beter, en aan het einde van de dag was iedereen klaar voor de volgende”, aldus Carpenter.
De staat van de ijsvloer in de Milano Ice Skating Arena en die van de trainingsbaan blijft variëren. Daar zou Carpenter de afstelling van de schaatsen op kunnen aanpassen. Hij heeft in overleg met de rijders echter gekozen voor de set-up die het best past bij de wedstrijdpiste, tot ieders tevredenheid. “Ik had er stress van, maar ben blij dat het gelukt is.” En dat er medailles zijn veroverd. De gedachte aan die beloningen raakt hem opnieuw. Hoewel Carpenter in de loop van de jaren vlekkeloos Nederlands heeft leren praten, strooit hij graag Engelse termen door zijn zinnen. “They’re good kids, they’re fucking good people”, beweert hij over Xandra en Jens, een beetje ontroerd. “De manier waarop ze zich gedragen na zo’n zege, is puur. Het is echt en geen show. Onze schaatsers zijn rolmodellen. Daarom gun ik hen dit succes zo. Er is altijd keihard gewerkt, ook al was er stress, of twijfels. Logisch, dit is shorttrack waarin alles kan gebeuren. Ik kom dikwijls voor een wedstrijd met een oneliner in de lucht. Zoals deze: je kunt het niet goed hebben zonder het slecht te hebben gehad. Zo gaat het in het leven.
“Voor mij was het alsof donderdag een droom in vervulling ging. Ik werk zo lang in deze kleine sport die is gegroeid, met nu twee van dergelijke superhelden. Hun prijzen zijn de waardering voor mijn werk.” Hij moet even nadenken over het verschil in beleving tussen het dubbele goud nu en de goldrush van Suzanne Schulting op de Spelen van 2022 (twee goud, een zilver, een brons). “Ik vind dat ik de laatste vier jaar een grote rol binnen het team, en dan gaat het niet alleen over de ijzers krommen. Mijn impact op de ploeg met betrekking tot motivatie en het maken van beslissingen is toegenomen. Maar ja, Suzanne en Sjinkie, die laten zich vergelijken met de quote stand on the shoulders of giants to see further. Door voort te bouwen op de kennis en prestaties van voorgangers kunnen we verder kijken, in de toekomst, want zij hebben de sport helpen doen groeien."
Volgens Carpenters is de huidige selectie niet afhankelijker van de leiding dan in de periode van de afgezwaaide Knegt en Schulting als aanvoerders. “Oh, in dit team zitten ook stevige persoonlijkheden. Een topsporter is doorgaans een mens met een sterke mening.” Zo ook op het gebied van het materiaal. Van ’t Wout drijft zichzelf tot het uiterste, dat geldt eveneens voor de eisen aan zijn ‘gereedschap’ op het ijs. “Ik word niet gek van hem. Hij is zo respectvol. Als hij iets meer zoekt, voert hij niet de druk extra op om iets gedaan te krijgen. Vaak los ik de vragen op voor hem. Niet alleen Jens zorgt ervoor dat ik altijd scherp blijf in mijn werk. Niemand klaagt.”
Sterker nog, Carpenter wordt niet zelden bedankt of bedolven onder complimenten. Zoals donderdagavond toen het goud om de nek hing van Van ’t Wout. Wat die tegen hem zei? “Ik houd dat voor mezelf. Nee, ik kan het niet zeggen, dat is te persoonlijk”, moet hij bekennen, terwijl de tranen hem in de ogen schieten. “Het heeft me veel gedaan. En nu opnieuw.”