Scheperkamp schaatst sinds het voorjaar 2020 onder leiding van Jac Orie. De eerste winters presteerde hij goed. Zo plaatste hij zich tijdens het Olympisch Kwalificatietoernooi in december ’21 op de 500 meter voor de Spelen van Beijing. In de eerste omloop kwam hij tot de derde tijd (34,64), maar wist als een van de weinigen een betere tweede rit te rijden die de beste score van het hele veld opleverde (34.45). Zijn olympische race ruim veertig dagen later viel tegen (twaalfde in 34,73).

Gedurende zijn tweede seizoen op het hoogste niveau (2022-'23) verzekerde Scheperkamp zich van de Europese sprinttitel. In het Vikingschip van Hamar bleef hij Hein Otterspeer net voor in het klassement over vier afstanden. Daar voegde hij in 2025 een zilveren EK-plak aan toe door op zijn ‘thuisbaan’ Thialf als tweede te eindigen achter de ongrijpbare Jenning de Boo.

Veel meer opvallende resultaten vielen er niet te noteren. In een interview aan de vooravond van het OKT voor de Winterspelen in Milaan zei Scheperkamp het volgende: “Ik zit een beetje vast op het niveau van toen.” Hij doelde op 2023. “Ik blijf hangen in die tijden, terwijl ik elke dag vecht om ook een 33’er te schaatsen, want dat wil iedere sprinter.” Van die magische dubbele 3 is hij ver verwijderd. Sterker nog, sinds de 34,45 van 27 december vier winters geleden boekte Scheperkamp heel weinig progressie. Zijn persoonlijk record is iets verbeterd, tot 34,41. Dat reed hij in februari van dit jaar. Het is te verwaarlozen, 0,04 harder dan in 2021.

Jac Orie en Merijn Scheperkamp
Onder Jac Orie maakte Merijn Scheperkamp de jongste jaren weinig progressie. | Foto: Orange Pictures

Op de twee sprints bleef hij ver verwijderd van een ticket. De eerste finishte Scheperkamp in exact dezelfde tijd als vier jaar geleden: 34,64; bij de tweede poging was hij 0,01 seconde sneller, bij lange na niet genoeg. “Er zit meer in”, merkte hij in december op. “Dat denk ik al drie jaar en het gevoel wordt sterker. Begin 2023 merkten de coaches en ik dat ik op fysiek vlak nog een stap vooruit zou kunnen zetten om sneller te gaan. Dat is gebeurd. Alleen, daar kom je ook achter, schaatsen is en blijft een heel technische sport en je moet het op het ijs vrij kunnen maken. Dat lukt niet zo een, twee, drie; zelfs niet als je al het talent van de wereld hebt, of al van jongs af aan op schaatsen staat. Het is lastig de kracht op het ijs te krijgen. Het gaat niet vanzelf om die transfer te maken. Daar ben ik momenteel heel erg mee bezig.”

Met transfer bedoelde hij uiteraard iets anders dan dat de betekenis van het woord nu heeft. Hopelijk gaat hij in het groen van Reggeborgh weer mooiere tijden tegemoet.