Een jaar geleden was Elferink in Groningen nog overmand door vreugde na de eerste grote titel in zijn schaatsloopbaan. Nooit kon hij op dat moment vermoeden dat het scenario zich twaalf maanden later zou herhalen. Ook in Amsterdam kwam de 41-jarige schaatser jubelend over de streep. Zijn nationale titel blijft nog een jaartje in Vriezenveen.
’’Maar een titel houden is inderdaad een stuk moeilijker’’, beaamde Elferink. ’’Ik was onderweg ook bang dat de boel me door de vingers zou glippen.’’ Hij doelde daarmee op het tweede deel van de wedstrijd, waarin hij opeens verloren terrein op Gaasenbeek moest goedmaken. ’’Hij was al voor de tweede keer rond en wij moesten dat nog voor elkaar zien te krijgen. Dat was heel zwaar. Ik was ook blij dat Edwin Mellema zich liet zakken om me op te halen. Dat was hard nodig.’’
In het voorgaande deel van de strijd had Elferink echter al aangetoond goed in orde te zijn. Hij was zelfs sterk genoeg om solo een ronde voorsprong te pakken. ’’We hadden ons met een groepje afgescheiden van het peloton, maar het draaide niet echt lekker. Ik had zelf best goede benen en besloot gas te geven. Ik zou wel zien wie er mee kwam. Dat bleek dus niemand te zijn en toen ik het peloton zag staan, heb ik die laatste 150 meter best makkelijk dichtgereden.’’
Dat ging zelfs zo makkelijk dat Elferink vervolgens overwoog ook nog voor een tweede ronde te gaan. ’’Dat durfde ik uiteindelijk niet aan. Als het niet lukt, heb je jezelf de nek omgedraaid voor de finale. Dat wilde ik niet.’’
Hij zag wel hoe hij later navolging kreeg. Eerst waagden zestien mannen de oversteek en daar kwamen er even later nog twee bij, waardoor er een grote kopgroep van negentien rijders ontstond.
Daarin wist Elferink toch dat tweede rondje te pakken. Gaasenbeek had die als eerste binnen, Elferink moest er samen met Bakker nog flink voor werken. Hoewel je dat ‘samen’ volgens de Drent toch anders moest zien. ’’Albert drong me op kop en deed zelf niet veel. Ik heb hem echt even vervloekt op dat moment.’’
Het drietal wist dat ze zelf de podiumplekken mochten verdelen. Dat leverde een zinderende finale op, waarbij de drie mannen regelmatig vrijwel stil stonden. ’’Het was kijken, pirouetjes draaien en de ander op kop dringen. Je kan helaas niet achteruit schaatsen, anders hadden we dat ook nog gedaan.’’
Bakker doorbrak de impasse, maar Elferink was vastbesloten hem niet te laten rijden. ’’Dat voelde hij ook, waardoor hij het en beetje liet lopen. Gaasenbeek heb ik daarna goed in de gaten gehouden. Zodra hij zou aanzetten, wilde ik meteen reageren. Dat gebeurde precies zo. Ik liep een uitstekende laatste bocht en daarna was het wel klaar. Hij kwam er niet meer aan.’’
Zijn tweede titel werd door Elferink met open armen ontvangen. ’’Geweldig. Dit is een prachtige titel om te winnen. Maar ik moet eerlijk zijn, die eerste blijft altijd de mooiste.’’