Op het zware ijs van Harbin ging de Team Victorie-rijdster met een goed plan van start. “Dat is nodig op dit ijs, je kunt er hier niet gewoon invliegen en kijken hoe het loopt, daar gaat het niet snel genoeg voor.” Het plan? Beginnen met rondjes 32! “Dat ging de eerste vijf rondes helemaal goed, alleen het laatste rondje was zwaarder dan verwacht.” 

Ondanks het verval finishte Joling in een nieuw baanrecord van 4.09,40. “In de B-groep was er ook al 4.10 gereden, dus ik wist niet zo goed wat mijn tijd waard was.” Toch dook er in de daaropvolgende ritten niemand onder haar tijd, en met nog maar één race te gaan stond Joling nog steeds bovenaan.

Met de overtuiging dat Martina Sablikova en Ireen Wüst haar in die laatste rit voorbij zouden gaan leek dat Joling het perfecte moment om te gaan uittrappen op de fiets. “Ik zal vast derde worden, dacht ik toen.” Sablikova ging er inderdaad met de overwinning vandoor, maar Wüst beet zich stuk en eindigde op plaats zeven. “Er hangt geen tv-scherm waar de fietsen staan, dus ik heb die race helemaal niet gezien”, lacht Joling. “Toen hoorde ik ineens iemand zeggen: ‘Je bent tweede geworden.’” 

“Ik had eigenlijk verwacht dat ze allebei dik onder mijn tijd zouden rijden, maar dat viel dus tegen”, vervolgt ze. “Of nouja, tegen. Voor mij viel het natuurlijk mee.”

Joling ziet de wereldbekerwedstrijden naar eigen zeggen als ‘stationnetjes’, waarop ze zich met haar internationale collega’s kan meten. “Twee weken geleden was de KNSB Cup, en dit is het volgende stationnetje. Volgende week weer een nieuw station in Nagano.” 

Het eindstation? “Dat moeten de WK Afstanden worden, maar de NK Afstanden in december zijn daarvoor nog een heel belangrijk tussenstation.”