De finish was, net als een dag eerde, bloedstollend. Drie mannen denderden op de streep af, nagenoeg zij aan zij. De winnaar? Met het blote oog niet waarneembaar. Luc ter Haar juichte, voorzichtig. “Omdat ik het idee had dat ik de eerste was, maar ook weer niet helemaal zeker was.” Onzekerheid bij de man van De Haan Westerhoff, frustratie aan de overzijde van de finishstraat bij Daan Gelling. Een dag eerder op zeven duizendste geklopt, en nu wéér net niet. Gelling smeet van woede zijn handschoenen op het ijs.

De tijdlijn op het bergmeer was bizar. Half minuutje later: uit de speakers galmt de naam van de winnaar: Daan Gelling. Jordy Harink op twee, Luc ter Haar zelfs op drie. Gelling dolgelukkig, nu frustratie en ongeloof bij Ter Haar. “Ik baalde al, dacht dat ik ‘m niet had”, verzuchtte Gelling. “Niemand wilde wat doen de laatste ronde, ze zaten allemaal achter me en dan wel sprinten. Ik dacht dat ik op de streep verloor, dat ze nog net over me heen kwamen. Maar gelukkig toch wel. Het was weer heel close en nu zit ik aan de goede kant van de streep. Ik ben opgelucht, dit voelt lekker.”

Maar als de speaker weer in de lucht komt, is de boodschap ineens heel anders. Er is gekeken naar andere beelden, betere beelden en dat resulteert in een nieuwe uitslag. Ter Haar wint, Harink nog steeds op twee en Gelling nu op drie. Oerkreten stijgen op uit het kamp van De Haan Westerhoff. Luc ter Haar valt in de armen van Christian Haasjes en hoofdcoach Piet Hijlkema, en vervolgens de andere ploeggenoten.

Poster
Het moment waarop Luc ter Haar hoort dat hij de AKM tóch heeft gewonnen.

Ter Haar stapte ter plekke uit een achtbaan van emoties. “Het was echt niet normaal. Op het moment dat we over de streep kwamen, dacht ik het al te zien, maar ik was niet zeker. Ik kon me ook niet voorstellen dat ik dérde was geworden. je hoort de speaker dat vertellen, en daar ga je dan maar vanuit. Ik vroeg wel aan Martin van de Pol (performance coach De Haan Westerhoff, red.) of hij even naar de jury wilde, de finishfoto bekijken. Hij vertelde vervolgens dat hij duidelijk kon zien dat het anders was. Blijkbaar waren er twee benen verwisseld, al ben ik daar niet zeker van.”

Het gevolg was een vertraagde ontlading, als voetbalfans die kunnen juichen na een beslissing van de VAR. “Het was zó gek. Ik zat echt in zak en as, baalde als een stekker. Ik was ook helemaal leeg, er zat eigenlijk niets meer in. En dat dit. Ja, dat is heerlijk voor mezelf en geweldig voor de ploeg om hier twee keer achter elkaar te winnen.”

In een koers die in de eerste van de honderd kilometers al losbarstte, maakte Ter Haar deel uit van een kopgroep van vijftien. Belangrijk daarin ook de aanwezigheid van zijn adjudant Mats Stoltenborg, die weer eens over onvoorstelbare krachten leek te beschikken. “Mats was alleen maar aan het gassen, ongelooflijk. Dan voel je ook best wel de druk om het te moeten afmaken. Op een gegeven moment zat ik er zelf ook wel doorheen. Ik ben toch nog een paar keer achter die jongens aan gesprongen, maar dan zou je ook extra teleurgesteld zijn als je hem niet pakt.”

Luc ter Haar en Daan Gelling van hemel in hel en vice versa
Zeg het maar. Links Jordy Harink, midden Luc ter Haar, rechts Daan Gelling. Uiteindelijk was dus toch Ter Haar de winnaar. | Foto: Neeke Smit

In die groep van vijftien weigerde Ter Haar zich rijk te rekenen op het moment dat duidelijk werd dat de winnaar uit die groep moest komen. Eigenlijk keek hij vooral naar één andere man: Daan Gelling. “Daan was zó goed, fascinerend gewoon. Ik kon al amper bij hem komen, hij ging gewoon de sprint aan, en ik win dan op een paar millimeter.” Ter Haar besefte maar al te goed dat zijn vreugde de deceptie van Gelling was. “Ja, voor hem is het dubbel zo erg, en dat is beroerd. Als sprinter weet ik ook wel hoe dat voelt.”

De enige die deze ochtend op de zonovergoten Weissensee niet meereed in de achtbaan, was Jordy Harink. Tweede in de eerste uitslag, tweede in de tweede uitslag. Toch was er ook bij hem de teleurstelling na een race waarin hij duidelijk één van de sterkste mannen was. Samen met medevluchter Marthijn Mulder was hij rondenlang vooruit, maar werd in de laatste omloop toch ingerekend. “Ik heb alles of niet gespeeld en het was weer niets”, stelde Harink. “Jammer, want het was een mooie kans. We konden de groep achter ons net niet breken. Het gat was zo’n honderd meter en dat bleef het. Tja, dat is gewoon springbaar. Dan weet je ook dat het lastig wordt als je niet meer afstand neemt. Ik heb vol gereden en dit is het resultaat. Aan het einde kwam ik nog heel hard opzetten in de sprint, dacht even dat het kon, maar het lukte net niet.’’

‘Net niet’ kenmerkt ook de Weissensee van Daan Gelling na twee koersen. De man die opnieuw zó sterk was, droop gedesillusioneerd af. “Laat ze dan niets omroepen”, foeterde hij. “Meer wil ik er echt niet over zeggen.”