Als Roozen het voor het zeggen zou hebben, dan zou hij zich helemaal de tandjes trainen. De Haarlemmer is gek op trainen en doet het liefst niets anders dan over dat ijs knallen. "Ik heb me wel eens over de kop getraind", vertelt hij als hij na zijn zilveren race op de 1500 meter aan het uit fietsen is. "Maar nu weet ik beter. De trainers van Jong Oranje leren mij wanneer ik mijn rust moet pakken. Ik train nu liever slim dan teveel."
Als jong jochie was Roozen al fanatiek. Samen met zijn vader Paul zette hij op zijn vijftiende zijn eigen schaatsploeg op, omdat ze vonden dat zo beter zouden kunnen trainen. "De opleiding van de baanselectie in Haarlem was niet super", zegt hij. "Ik had daar te weinig jongens om mee te trainen. Later werd dat wel beter, maar toen hadden we al een eigen ploeg opgezet."
Een stel gebroken bekken hield de Haarlemmer als klein kind niet tegen. En ook de ziekte van Pfeiffer overleefde hij moeiteloos. Puur op karakter en met de goede begeleiding slaagde hij erin om de weg omhoog terug te vinden en weer goede tijden te rijden. Twee jaar geleden werd hij daarvoor beloond met een Nederlandse titel bij de Junioren B en een plekje bij Jong Oranje. "Mijn doel was geslaagd", vertelt hij. "Maar nu wil ik meer. Ik wil de beste worden."
Op de 1500 meter moest Roozen nog wel zijn meerdere erkennen in Kai Verbij, die in Tilburg nog net een maatje te groot was. De schaatser uit Hoogmade reed een dijk van een race en pakte daarmee zijn tweede Nederlandse titel van dit weekend. "Dit was goed", zei hij bij het uitlopen. "Voor mij doen reed ik best vlak. Ik ben blij dat ik ook deze afstand heb gewonnen."