De langebaanschaatser heeft last van een taakspecifieke dystonie, oftewel een lichte vorm van de zwabbervoet. Roest legt uit: “Het gaat om een aansturing vanuit de hersenen. Daardoor kan ik mijn linkervoet soms niet meer neerzetten zoals ik dat wil. Ik weet hoe ik moet schaatsen en hoe ik het altijd heb gedaan, maar dat signaal komt niet altijd goed meer door.”

Daardoor ploetert Roest al twee jaar op het ijs. Twee seizoenen geleden was zijn beste seizoenstijd op de vijf kilometer 6.24,94. Afgelopen winter kwam hij op het Olympisch Kwalificatietoernooi niet verder dan 6.26,27. Daarmee bleef de viervoudig wereldkampioen op de vijf kilometer ver verwijderd van zijn persoonlijk record 6.02,98.

Gelukkig gloort er licht aan het eind van de tunnel. “Ik zie dat ik progressie maak. Het lukt steeds beter om mijn techniek onder controle te houden. Dat geeft vertrouwen”, legt Roest uit. “Ik heb steeds meer dagen dat het goed gaat, al zitten er ook nog mindere dagen tussen.” Daarom wil de Lekkerkerker zich niet vastleggen op een datum voor zijn rentree. “Ik wil pas een wedstrijd rijden wanneer ik met vol vertrouwen aan de start kan staan. Voor nu is het vooral belangrijk dat ik de stijgende lijn vasthoud.”

"Op momenten dat het helemaal niet ging, is stoppen natuurlijk weleens door mijn hoofd gegaan. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik klaar ben met schaatsen. Fysiek voel ik me sterk en ik weet dat ik nog heel hard kan schaatsen als ik dit onder controle krijg. Ik ben nog niet klaar om afscheid te nemen. Daarom ben ik blij met deze kans", vertelt Roest.

Afgelopen zomer kreeg hij van zijn team de vrijheid om zijn eigen route te kiezen. Hij trainde vaak apart van de groep en bracht veel tijd door op de boerderij van zijn ouders. “Die individuele aanpak en de ontspannen omgeving hebben mijn herstel goed gedaan.”