Team Corendon had te maken met pech en tegenslag. Jan Blokhuijsen en Maurice Vriend kwamen ten val en een aantal rijders kwamen niet aan hun niveau, al verzekerden Koen Verweij en Marije Joling zich al wel van World Cup-tickets, net als Leenstra. “Maar het is niet zo lekker aan het diner als het niet is gelukt.”

Toch wist Leenstra juist op de 1000 meter de druk om een mooie prestatie neer te zetten naast zich neer te leggen. “De 1000 meter is wat meer mijn afstand. En hij is wat gemakkelijker dan de rest. Je kan er gewoon volle bak ingaan. Dat zou ik op een 1500 meter ook wel willen, maar dan ga je kapot.”

Op de 1000 meter ging alles goed, vertelde ze. “Het ging vanaf de start heel lekker. Ik was misschien alleen op het KKT ooit sneller. Ik reed tegen Ireen Wüst, toch mijn grootste concurrent, en ik had de laatste binnenbocht en toen ik haar daar bijhaalde wist ik dat ik haar zou hebben.”

Dat voelde voor Leenstra extra fijn omdat Wüst voor de race duidelijk haar ambitie voor de 1000 meter had uitgesproken. "Ik hoorde dat ze had gezegd dat ze wilde winnen, maar ik dacht: deze is voor mij."

Met haar zege liet ze eindelijk haar goede vorm zien die ze al veel langer voelde. “Ik voelde me heel goed. Twee weken geleden zei ik al: ‘ik ben klaar voor de NK’. Ik wilde dat gevoel nog wel krijgen en het is dan een opluchting dat ik op de 1000 meter wel laat zien wat ik waard ben.”

Bij Leenstra’s ploeg zijn ze er nog niet uit of ze de World Cups in Azië gaan rijden. “Daar hebben we dinsdag overleg over”, zei Leenstra. “Ik heb wel zin om wedstrijden te rijden, maar de kalender is heel erg volgepropt.”

Tegelijkertijd wil de ploeg nog graag trainen. Wat de keus ook wordt, het ijs blijft Leenstra opzoeken. “Ik wil sowieso het ijs op. Het zijn namelijk niet de wedstrijden, die het probleem zijn, maar het reizen.”

Ondanks dat Wüst vooraf dus aan had gegeven, te willen winnen op de 1000 meter, kon ze achteraf wel leven met de tweede plaats. Dat ze moest openen in de buitenbaan was daar mede debet aan.

“Dat vind ik gewoon lastig. Nu open ik in 18.4 en op zich is dat niet heel slecht, maar dan kom je wel net te kort. Wil je echt meedoen dan moet je eigenlijk in 18.2 openen. Dat doe ik meestal wel in de binnenbaan, maar in de buitenbaan blijft dat toch een aandachtspuntje”, zegt de Brabantse.

Omdat Wüst eerder in het toernooi wel twee keer goud pakte, overheerste de tevredenheid. “Natuurlijk baal je er op dat moment even van dat je niet wint, maar aan de andere kant heb ik mijn doelen wel behaald. Ik heb nog nooit zo vroeg in het seizoen 1.15-laag gereden en ik denk dat dit ook wel in mijn top-vijf staat qua tijden in Thialf. Ik ga met een goed gevoel de World Cups in.”