“Het is voor mij niet langer mogelijk om mijn niveau vast te houden en ook uit mijn studie het beste wil halen. Dit heb ik de laatste twee jaar duidelijk ondervonden. En aangezien ik met een lager niveau geen genoegen kan en wil nemen heb ik het besluit genomen om er een punt achter te zetten. Ik ga mij vanaf nu geheel op mijn studie focussen en daarnaast zal ik actief blijven als trainster bij FAN.”
Op vijfjarige leeftijd begon de in Eindhoven geboren en woonachtige Bell, in Den Bosch met kunstschaatsen. Drie jaar later reed ze haar eerste Nederlandse Kampioenschap in de categorie Debs. In 2012 werd ze Nederlands kampioene bij de junioren, in 2013 won ze het zilver bij de senioren.
“Ik heb kunstschaatsen altijd met veel plezier gedaan, waarbij voor mij de uitdaging vooral bij het technische aspect lag. Ik kan terugkijken op een carrière waar ik alles uit heb gehaald wat voor mij haalbaar was met de faciliteiten in Nederland. Ik heb dan ook zeker mijn doel bereikt wat ik voor ogen had", zo laat Bell op haar Facebook-pagina weten.
De beslissing om te stoppen kwam niet uit de lucht vallen, vertelt de Eindhovense: “Ik twijfelde vorig jaar al een beetje, maar wilde het afgelopen seizoen toch nog aankijken hoe het zou gaan. Volgend jaar zit ik in het derde jaar van mijn studie en dan heb ik ook mijn minor waardoor de combinatie met het schaatsen sowieso niet meer mogelijk zou zijn. Het bleek gewoon te lastig te combineren, want iedere week heb ik een ander rooster en dan is het steeds weer zoeken naar beschikbare ijsuren."
"Ik heb mezelf daarom doelen gesteld tot aan het NK zodat ik alles toch af kon maken. Nu train ik nog één keer in de week zelf bij de club in Eindhoven. In het begin was het wel lastig om te weten dat ik definitief ging stoppen, maar ik heb er wel bewust naartoe kunnen werken. Heel veel tijd om na te denken over wat ik zonder de sport moet heb ik niet, want ik heb het ontzettend druk met mijn studie. Verder geef ik ook les bij de club en ga ik misschien nog de trainersopleiding doen. De wedstrijden volg ik ook nog wel, dus ik blijf wel betrokken bij de sport. Misschien in de toekomst ook wel als fysiotherapeut.”