“Ik zou mezelf voor het afgelopen jaar een voldoende geven, maar geen ruim voldoende”, zegt de altijd vrolijke Jasper Krommenhoek na afloop van de teampresentatie van Reggeborgh in het Parkgebouw in Rijssen. De langeafstandrijder mag na de olympische helden van Milaan het podium betreden. “Ik vond mijn prestaties wisselvallig. Het was niet constant goed en er zaten ook een hoop mindere races bij. Dat moet dit jaar anders.”

In zijn debuutjaar bij de zwart-groene schaatsformatie, met een nieuwe trainer, een nieuw trainingsschema en nieuwe ploeggenoten, was het voor Krommenhoek vooral wennen en ontdekken. Er was ruimte om fouten te maken, maar tegelijkertijd vond hij dat hij goed moest presteren. “Tuurlijk was het een ontdekkingsjaar waarin ik veel heb geleerd, maar aan de andere kant was het ook een belangrijk seizoen, want ik kon mezelf plaatsen voor de Spelen van Milaan.”

Dat lukte de Steenwijkerwolder niet. Tijdens het Olympisch Kwalificatietoernooi klokte hij twee keer de tiende tijd: 6.21,31 en 13.12,52. Twee weken daarvoor had hij tijdens een trainingswedstrijd nog zijn pr op de 5 km verbeterd met een tijd van 6.12,58. Op het OKT zou die tijd goed zijn geweest voor de derde plaats en had zijn lot in handen gelegen van bondscoach Rintje Ritsma.

“Dat heb ik vooral met mijn trainer geëvalueerd. Hoe kan het bijvoorbeeld dat ik twee weken na het rijden van een pr niet goed schaats? Ik heb altijd geroepen dat ik supergedisciplineerd ben, en dat ben ik nog steeds. Alleen was ik in die twee weken misschien wel te gedisciplineerd”, stelt hij.

Jasper Krommenhoek - Teampresentatie Reggeborgh 2026
Krommenhoek streeft naar hetzelfde doel als olympisch kampioenen Antoinette Rijpma-De Jong en Femke Kok. | Foto: Neeke Smit

“Ook had ik daardoor te weinig ontspanning, en dat is belangrijk. Met schaatsen wil je jezelf fysiek tot het uiterste drijven en tot het gaatje gaan, maar tijdens het schaatsen moet er ook een bepaalde ontspanning zitten. Als je die niet hebt, komt er eigenlijk nooit een goede tijd uit.”

Relaxter

In het nieuwe seizoen pakt Krommenhoek zijn verbeterpunten aan. Hij probeert dezelfde fouten te voorkomen, benadert wedstrijden een tikkeltje relaxter en doet zijn best om lekkerder in zijn vel te zitten. “Dat was eerder niet zo, omdat alles voor mijn gevoel beter kon en veel dingen wennen waren. Nu is de nieuwigheid eraf, dus is het sowieso allemaal wat relaxter. Ik wil daarom stabieler presteren en mijn pr’s op de 5 en 10 kilometer verbeteren. Dat is me afgelopen seizoen maar één keer gelukt. Dat mag dit jaar vaker gebeuren.”

Ook wil Krommenhoek de aansluiting met de top vinden. “Ik zit tegen de top aan en af en toe doe ik heel goed mee. Ik hoop komend seizoen vaker mee te doen om het eremetaal.”

Straaljagerpiloot

Net als Femke Kok en Antoinette Rijpma-de Jong wil de schaatser van Reggeborgh olympisch kampioen worden. Hij heeft daar alleen zelf een beetje haast bij. De jongeling van Robin Derks wil na zijn schaatscarrière dezelfde carrièreswitch maken als Thomas Krol: vliegen als olympisch kampioen.

“Ik wil heel graag piloot worden. Dat wil ik al van kleins af aan en daar kun je niet meer aan beginnen als je 35 bent. Ik kan nog twee Olympische Spelen meedoen, maar goed… dat moet ik eerst nog zien te halen”, zegt hij lachend.

Jasper Krommenhoek - Training Inzell 2026
In zijn jacht op de top en olympisch goud wil Krommenhoek de wedstrijden iets relaxter benaderen. | Foto: Neeke Smit

“Het zou heel gaaf zijn om hier in Thialf tijdens de Spelen van 2030 een medaille te halen. Het liefst goud natuurlijk, en dat is realistisch. Al moet ik wel zeggen dat ik op mijn hoogtepunt wil stoppen. Dan heb ik bereikt wat ik wilde bereiken en kan ik door naar mijn volgende doel.”

Krommenhoek wil het liefst bij de luchtmacht van Defensie gaan vliegen. Dat lijkt hem superuitdagend en heeft volgens hem veel overeenkomsten met de sport die hij nu beoefent. “Als je bij het schaatsen een afstand overheerst, ben je de beste van de besten. En dat is bij een straaljagerpiloot ook zo.”

En op de vraag of hij het zichzelf al hoort zeggen - als olympisch kampioen in een straaljager vechten voor volk en vaderland - beginnen zijn ogen meteen te glunderen. “Dat lijkt mij onwijs vet en betekent ook dat ik mijn twee dromen heb bereikt. Daar zou ik voor tekenen.”