Volgens beide rijders is onvoldoende geluisterd naar de schaatsers en coaches. Groothuis spreekt in AD Sportwereld zelfs van een 'smerig spelletje'. "Het was al bekokstoofd. De KNSB heeft het moedwillig zo gespeeld en dat vind ik nog het kwalijkst", zegt hij. "Met onze argumenten is niks gedaan en ach, dat verrast me niet", vult Tuitert in dezelfde krant aan.
Ook Ket hekelt de manier waarop de selectienormen zijn opgesteld en de manier waarop dit met de atleten is gedeeld. "Dit is een zeer kwalijke zaak. We hebben herhaaldelijk aangegeven dat we het hier niet mee eens zijn", zegt hij in de Volkskrant. "Desondanks brengt de KNSB de gegevens op zaterdagavond naar buiten zonder hier eerst over te communiceren met de betrokkenen."
Het meeste bezwaar hebben de rijders met de aanwijsplekken voor de ploegenachtervolging. In principe is het kwalificatietoernooi van eind december opgezet als een trial, maar de KNSB houdt toch de mogelijkheid rijders aan te wijzen. Dat begrijpt Tuitert niet. Volgens hem is daarmee het trialkarakter direct ondermijnd.
Met de huidige opzet is het niet ondenkbaar dat er voor de 1500 meter de minste startplekken te verdienen zijn. "'Ik zou met deze regels misschien niet eens naar Vancouver zijn gegaan", stelt Tuitert, die in Vancouver goud won op de 1500 meter, vast.
Van echt verzet onder de schaatsers is vooralsnog geen sprake. Volgens Tuitert en Groothuis is het daarvoor te laat.