Samen met de vrouwen van de Amerikaanse relayploeg wandelt Kristen Santos ontspannen de kleedkamer uit. Ze oogt rustig en tevreden. Na een paar blije foto’s met hun bronzen plakken vertelt ze over haar seizoen tot nu toe. “Ik ben nog steeds aan het bouwen dit seizoen. Ik probeer nieuwe dingen en wil mezelf zo goed mogelijk voorbereiden op februari.” Met februari bedoelt ze natuurlijk de Olympische Spelen. Alles wat ze nu doet, staat in het teken van dat ene piekmoment.
Dat ze druk experimenteert, is een interessante keuze zo halverwege het olympisch seizoen. “Mentale dingen, fysieke dingen, een beetje van alles. Situaties opzoeken die ik niet gewend ben.” Het klinkt roekeloos, maar ze legt uit waarom het geen gok is. “Onze plekken voor de Olympische Spelen zijn al zeker. Natuurlijk is winnen leuk, maar dat heb ik al gedaan tijdens de World Tour. Nu wil ik dat op de Spelen doen.”
Waarom gaat het dan minder soepel dan vorig seizoen? Santos is eerlijk: “Ik had niet de trainingszomer die ik wilde, door blessures.” Daardoor kwam haar hele opbouw dit seizoen op achterstand te staan. Vorig jaar was ze 'consistent' in haar trainingsweken. Dit jaar moest ze schakelen, aanpassen, geduld hebben. “Maar ik ben ervan overtuigd dat ik in februari op mijn piek zit.”
De races van nu ziet ze daarom niet als eindpunt, maar als opstap. “Ik kijk naar al deze wedstrijden als training", zegt ze. “In de finale wilde ik vandaag vooral mijn tactiek en techniek verfijnen. Uitzoeken wat werkt.”
Ook mentaal legt Santos dit seizoen de lat anders. In verschillende interviews vertelt ze openhartig over haar zoektocht naar veerkracht, stabiliteit en mildheid naar zichzelf. “Ik hoef niet elke dag perfect te zijn”, zegt ze. “Ik word ouder en constant op je top zijn is moeilijker.” Daarom zoekt ze manieren om mentaal licht te blijven. “Ik geef mezelf vaak kleine peptalks als ik het ijs opga,” vertelt ze glimlachend.
Haar grootste inzicht kwam echter uit iets onverwachts. “Vorig jaar was ik nummer één. Maar niets in mijn leven veranderde. De mensen die ertoe doen waren er nog steeds. Dus herinner ik mezelf eraan: dit is een sport. Een groot deel van mijn leven, maar niet mijn hele leven.” Het is een mantra dat haar helpt ambitieus én zacht te blijven.
Ze geeft toe dat de druk aan haar knaagde. “Ik had het gevoel dat ik faalde wanneer ik niet elke keer won. Dat ik mensen teleurstelde. Mijn land, fans, mezelf.” Een behoorlijk grote last om te dragen dus. Ze verklaart hoe vorig jaar elke overwinning eigenlijk vooral ging voelen als een opluchting. De druk viel even weg, maar het echte plezier bleef uit.
Daarom besloot ze het dit seizoen anders te doen. Meer plezier, minder moeten. “Ik leer nog steeds om plezier te hebben in het shorttracken.”
En zo staat er dit seizoen geen ongenaakbare koningin aan de start, maar een sporter die bewust bouwt, probeert, leert. Een sporter die hard aan haar doelen werkt, maar zich beseft dat dominantie niet altijd lineair is en dat pieken soms vraagt om loslaten. Of zoals ze het zelf zei: “Winnen voelt niet goed als je er geen plezier in hebt.”