“Ik heb vier degelijke afstanden gereden. Er zat geen slechte tussen en ook geen super goede”, concludeerde Kramer nuchter. “Ik heb een tijdje geen allround gereden en het is altijd een beetje schakelen. Het is een weegschaal met de korte en lange afstanden waarvan je wil dat ze beide omhoog gaan. Dat vergt een andere voorbereiding dan vorig jaar toen ik me op de vijf en tien kilometer richtte.”

Nog belangrijker dan de balans te vinden voor het allrounden was de operatie aan zijn luchtwegen die Kramer aan het eind van de vorige winter onderging en die een langere nasleep kende dan voorzien.

Toen hij zich bij zijn ploeg meldde voor de trainingen was hij ver onder zijn gebruikelijke niveau. Zijn trainingsmaten Wouter olde Heuvel en Douwe de Vries pijnigden hem in de trainingen, terwijl dat altijd andersom was geweest. “Ik wist waar dat vandaan kwam, maar het was niet comfortabel. Ik reed in mei en juni overal achteraan.”

“Dat zegt ook iets over het niveau van Douwe en Wouter”, benadrukte hij. “Als je het heel zwart-wit zou bekijken lijkt de aanpak van Jac Orie op dit moment relatief nog beter voor Douwe en Wouter te werken. Zij hebben duidelijk in deze ploeg veel progressie gemaakt, maar ik weet waar ik vandaan kom en verwacht ook zo door te groeien.”

Dat hij weer goed met Olde Heuvel kan trainen is voor Kramer van groot belang. “Hij is altijd heel belangrijk voor me geweest. Nu is hij beter dan ooit en dat vind ik mooi. Daar word ik zelf ook door getriggerd”, vertelde hij. “Het is bovendien weer voor het eerst sinds Vancouver dat we sportief weer alles samen doen. Ik was er na de Spelen een jaar uit en daarna kampte hij twee jaar met problemen.”

Met zijn ploeggenoten kwam Kramer in de zomer weer op niveau en nog steeds meet hij zijn prestaties af aan de matige gesteldheid waarmee hij zijn zomer begon. Zijn doel op het EK allround over twee weken is daarom om beter te worden. “Ik wil blijven doorgroeien, ook op het EK. Hoe verder ik bij april en mei vandaan kom, des te verder zal ik groeien.”