"Vorm is iets ongrijpbaars", vervolgt Kramer. "Dat kun je niet naar je toetrekken, dat moet vanzelf komen. Als het niet komt, dan komt het niet. Natuurlijk probeer je het te sturen, maar dat is erg moeilijk. Ik hoop dat alles op z'n plek gaat vallen bij de Olympische Spelen. Ik heb er best wel vertrouwen in. Fysiek ben ik hartstikke goed.''
"Ik heb goede ritten gereden in het voorseizoen, maar ik denk zeker dat het beter kan en beter moet'', blikt hij vooruit op de Winterspelen, die op 9 februari in Zuid-Korea beginnen. "Het was voldoende, maar nog niet super.''
Kramer gaat voor olympisch goud op de vijf en tien kilometer, de ploegachtervolging en de mass start. "Ik weet als geen ander hoe moeilijk het is om als favoriet olympische medailles binnen te halen. Niets gaat vanzelf, niks gaat voor niks. Ik ga het van afstand tot afstand bekijken.''
Kramer schaatste op 30 december in Thialf zijn laatste officiële race, al deed hij op 6 januari in Heerenveen nog wel mee aan een marathon. "Aan de ene kant is dat wel fijn dat je langere tijd geen wedstrijd hebt gereden, maar daardoor heb ik niet veel bevestiging in de route naar de Olympische Spelen. Die moet ik nu ergens anders uit halen. Ik wil in Zuid-Korea uiteindelijk de beste rit van mijn leven neerzetten. Als dat lukt, moet het goed genoeg zijn'', doelt Kramer vooral op de olympische titel op de tien kilometer, de kroon die nog ontbreekt op zijn imposante erelijst.