Vooral op de 500 meter liet hij niet zien wat hij wilde. Met 37,03 moest hij veel toegeven op Koen Verweij, die met 36,20 de sprintafstand won. 

"Ik was traag weg. Dat kwam omdat ik ook al vals gestart was en geen risico wilde nemen", zei Kramer. "Maar vooral de eerste bocht was ver onder de maat. Daarna ging het wel weer goed, maar zo'n misser kan je je eigenlijk niet permitteren."

Het gevolg was dat Kramer heel wat goed te maken had op de 5000 meter op Verweij. Hij had een achterstand van ruim acht seconden te overbruggen. "Ik moest vol aan de bak", bekende Kramer.

Ook dat verliep niet helemaal volgens plan. "Ik had een goede opening, maar ik liet het daarna te veel vieren. Om dat te herstellen kostte me energie die ik eigenlijk nodig had voor de laatste rondes. Dat is een fout die ik met mijn ervaring niet meer mag maken."

Desondanks reed de man van Team Lotto NL-Jumbo met 6.17,32 een nieuw baanrecord op de Uralskaja Molnija, maar dat deed hem weinig. "Het gaat me om de titel."

Bovendien had hij graag nog harder gereden om Verweij al voorbij te steken. "Als ik het had gekund had ik dat zeker gedaan", aldus de Fries. Maar in de praktijk staat hij tweede achter zijn voormalige ploeggenoot.

Op zich is dat geen slechte positie, vermoedde Kramer, en zeker geen onbekende. "Ik heb met Jan Blokhuijsen ook regelmatig tegen een achterstand aan gekeken."

De zesvoudig Europees kampioen voelt op de tweede positie in het tussenklassement niet meer druk dan normaal. "Ik voel altijd de druk van de concurrentie. Ik ben vaak degene waarop gejaagd wordt en jagen is gemakkelijker dan verdedigen."

Dat voordeel heeft Kramer dan tenminste, als runner-up kan hij zondag achter leider Verweij aan jagen. "Klopt. En ik heb bovendien nog de laatste binnenbocht op de 1500 meter", besloot hij lachend.