Kramer liet in de tweede na 1000 meter die rondetijd noteren, Bergsma halverwege. Daardoor werd het voor Kramer kielekiele om te winnen en kwam Bergsma tekort voor de zege, concludeerden ze.
Een zo’n uitschieter naar boven is funest op het niveau waarop beide schaatsers acteren. Niet alleen in die ene ronde ligt de snelheid lager, maar die vertraging neemt een rijder ook mee in de ronde erna en dus kost het extra energie om de rondetijd weer omlaag te brengen. “Dat is zo zonde”, aldus Kramers coach Jac Orie.
Kramer had zich een beetje in slaap laten sussen door zijn tegenstander Sverre Lunde Pedersen. Die begon voorzichtig terwijl Kramer zich dat nauwelijks kon veroorloven na de scherpe tijd van Bergsma. “Dat lag echt aan mij. Dat rondje 29,7 was echt slappe hap.”
Zijn te trage start had tot gevolg dat Kramer aan het einde alle zeilen bij moest zetten om onder de 6.10,66 van Bergsma te komen. “Hij dreef me tot het uiterste.”
Met nog drie rondes te gaan keek Kramer op het scorebord en zag tot zijn schrik maar een verschil van 1,6 seconden in zijn voordeel staan. Hij vloekte binnensmonds, want hij wist dat zijn concurrent zijn rit met drie 28’ers had besloten. “Het neigde de verkeerde kant op te gaan.”
Uiteindelijk wist Kramer stand te houden. Hij reed 6.10,31 en versloeg Bergsma met 0,35 seconden. Anema had het tijdens de rit van zijn pupil al gezien. De net te trage ronde op 2600 meter kon wel eens de ruimte bieden voor Kramer. “Toen ik dat zag, dacht ik: o jee. Ik had Kramer namelijk ook op een eindtijd van 6.10 ingeschat.”
Het verschil tussen beide mannen was volgens Anema verwaarloosbaar. “0,3 seconden op 6.10 minuten is geen significant verschil”, zei hij. Bergsma zit volgens hem op hetzelfde niveau als Kramer, of is zelfs eigenlijk wat beter, maar mist het vakmanschap van de uiteindelijke wereldkampioen.
“Jorrit moet nog vaker een goede vijf kilometer rijden. Als je namelijk goed rijd, dan ga je alleen maar beter rijden”, legde hij uit. De finesses van de afstand kunnen alleen op die manier verkregen worden.
Bij Bergsma zat dat met name nog in de timing van zijn versnelling, vond de rijder zelf. “Ik had misschien iets vroeger aan moeten gaan, maar ik heb dit jaar ook al races gehad dat ik te vroeg ging en me kapot race. Ik moet dat nog wat beter aanvoelen.”
Desalniettemin kon hij niet ontevreden zijn met de rit zelf. “Dit was de beste van het seizoen. Je zag dat Sven echt diep moest gaan.” Ook Anema erkende dat de rit an sich goed was, maar tevredenheid daarover kende hij niet. “Ik ben niet tevreden met de tweede plek. Dat is niet waarvoor je rijdt.”
Kramer was vanzelfsprekend erg verguld met zijn overwinning, maar hechtte terugkijkend meer waarde aan zijn zege op de tien kilometer dan op de vijf. “Ik ben vooral blijer met de manier waarop ik die reed. De vijf kilometer was qua tijd wel goed, maar ik maakte veel fouten.”
Wel moest Kramer erkennen dat hij in de aanloop naar de WK met een verkoudheid had geworsteld die hem ook wat teruggehouden had. “Heel mijn holtes zitten vol. Daarom ben ik des te blijer met deze titels.” Hij had het ongemak expres verzwegen. “Ik wilde de concurrentie geen hoop geven.”