"Op de Spelen gaat het niet om het eigenbelang, maar om het landsbelang", benadrukt Kramer tegenover De Telegraaf.
Uit een vorige week gehouden enquête bleek dat 28 procent van de schaats(st)ers tegen aanwijsplekken is. Ruim de helft (54 procent) wil één aanwijsplek, achttien procent is voor twee aanwijsplekken.
"Die stemverhouding zegt niets", aldus Kramer. "Er is maar een handvol schaatsers dat in aanmerking komt voor een plek op de ploegachtervolging. Alle anderen zijn tegen, omdat ze vooral aan hun eigen kansen denken."
Met name 1500 meter-rijders deden hun beklag. Rhian Ket, Pim Schipper en Mark Tuitert lieten zich negatief uit op Twitter. Zo schreef Ket: "Ook ik ben tegen twee aanwijsplekken voor de ploegenachtervolging. Dit zou theoretisch kunnen inhouden dat er op een individuele afstand niemand wordt uitgezonden, zelfs als je het OKT zou winnen."
Kramer: "Maar zonder namen te noemen, verbaas ik me over het feit dat bepaalde mensen liever zelf meedoen aan de Spelen dan dat er goud op de ploegachtervolging wordt behaald. Volgens mij gaat het in topsport maar om één ding: winnen."
"In Nederland werkt NOC*NSF al jaren met de zogenoemde top-tienambitie. Dat impliceert dat je een team naar de Spelen stuurt met zoveel mogelijk kansen op goud. En op de ploegachtervolging zijn die kansen nu eenmaal het grootst."
De ploegenachtervolging liep bij de vorige Spelen (2006 en 2010) uit op een teleurstelling. "Sinds 2010 pakken we de zaken veel serieuzer en professioneler aan. 'Vancouver' mag nooit meer gebeuren", besluit de TVM-kopman.