Over de rit zelf was Kramer niet eens zo te spreken. “Ik wilde eigenlijk een snellere tijd, maar het waren zware omstandigheden”, vertelde hij. “Maar ik heb toen mentaal omgeschakeld.”
Kramer accepteerde de hogere rondetijden en reed relatief vlak naar 12.58,71. “Ik vond het niet helemaal top, maar het was goed genoeg.” Na zijn finish had de stayer het vertrouwen dat het genoeg was voor een plekje op de WK. “Ik zag de anderen geen 12.50 rijden.”
Ook was hij niet helemaal verrast dat Jorrit Bergsma zich stukbeet op zijn tijd. “Jorrit is niet zo dominant dit seizoen. En iedereen krijgt wel eens een tik in zijn carrière. Dat heb ik ook meegemaakt.”
“Zijn niveau is nog steeds hoog, maar dit komt op een slecht moment”, stelde Kramer. Hij had ook nog wel goede raad voor zijn concurrent. “Je moet vertrouwen houden in de mensen om je heen. Dat is lastig, maar het is belangrijk dat je blijft communiceren.”
Het was de zesde keer dat Kramer op de hoogste trede van het podium mocht klimmen na de tien kilometer op de NK Afstanden, een vertrouwd beeld. “Ik weet niet of het vertrouwd voelt”, zei hij. “Het voelt wel goed. Ik heb heel veel geïnvesteerd in de tien.”
Hij voelde al in de voorbereiding en tijdens trainingen de bevestiging dat hij op de goede weg was. “Ik heb tijdens een skeelertraining of schaatstraining vaak gedacht: als ik dit 25 ronden volhoudt dan lukt het wel.”
Dat gebeurde tot nu toe nog niet. “Nu viel het de goede kant op”, aldus Kramer. “Maar uiteindelijk moet ik ook onder deze omstandigheden 12.50 kunnen rijden.”