“Dat is nog eventjes natrillen”, zegt Kooiman na het ophalen van zijn zilveren plak. “Het is heel bizar eigenlijk en het gaat allemaal heel snel”, vervolgt hij.
Voor Kooiman was dit pas de vijfde tien kilometer van zijn carrière. Hij had zich aanvankelijk als reserve geplaatst voor het kampioenschap, maar na de afmelding van Sven Kramer mocht hij donderdag toch van start.
Kooiman startte al vroeg in het programma. In rit drie reed hij tegen voormalig landgenoot Ted-Jan Bloemen, die nu in het Canadese pak aan de start verscheen. Bloemen ging hard van start, maar daar liet Kooiman zich niet door beïnvloeden. “Het gaf me eigenlijk wel moraal”, zegt hij. “Hij spoot ervandoor en ik dacht, nouja, dat moet 'ie lekker doen. Maar ik reed ook 35,8 als eerste ronde en dat is nog twee seconde sneller dan ik de vorige keer deed.”
De Zuid-Hollander vervolgde zijn rit met een vlak schema. “Daar ligt mijn kracht”, zegt Kooiman. “Je ziet ook wel dat het in de eerste twee rondjes even zoeken is, maar dat heb ik ook wel even nodig om die flow te pakken. Dan begint het na een rondje of elf te nijpen. Maar dan komt het publiek en het feit dat je in de bocht op het bord 'ISU World Championships' ziet staan, dat komt wel ten goede.”
Tijdens de rit is Kooiman niet bezig geweest met zijn eindtijd. “En ook niet van te voren, want je kan wel denken, ik wil onder de dertien minuten of ik wil onder dit of dat, maar alles wat je op resultaat gaat rijden leidt af, daar ben je niet mee bezig”, zegt hij.
Waar hij tijdens de rit dan wel aan denkt? “Goed je slagen maken, goed uitkomen voor de bocht, daar denk je aan, lacht Kooiman. “En dan finish je in 13.02." Met zijn 13.02,57 kwam Kooiman nog dicht in de buurt van de beruchte 13-minutengrens. “Als je achteraf kijkt is dat misschien wel jammer ja”, zegt hij, “maar er zat niet meer in dan dit.”
Na zijn rit kwam het lange afwachten, want er moesten nog zes schaatsers van start. Kooiman bleef lang aan de leiding, maar in de laatste rit kwamen teamgenoot Jorrit Bergsma en Bart Swings in de baan. “Het is dan even kijken hoe Jorrit rijdt en hoe Bart daarin meeging”, zegt hij, “Maar toen ik zag dat Bart in het begin al afhaakte ging ik er wel vanuit, dat wordt wel moeilijk, dan moet hij het helemaal zelf doen. Dan weet je halverwege de rit wel welke kant het opgaat.”
Kooiman heeft er daarentegen geen moment aan gedacht dat Bergsma zich stuk zou kunnen bijten op zijn tijd. “Ik zei ook al tegen zijn ouders en tegen mijn ouders dat 'ie volgens mij de laatste paar jaar al niet meer boven de dertien minuten gereden had, dus hij moet dat wel naar huis kunnen rijden.”
Bergsma reed met 12.54,82 naar het goud, maar Kooiman mocht het zilver op komen halen. Dus stonden de pupillen van Jillert Anema samen op de hoogste treden. “Dat is toch wel extra mooi”, zegt Kooiman. “Vanaf augustus twee keer per dag trainen zonder rustdag, dat zijn de schema's van Anema”, vervolgt hij. ”We trainen vier keer per dag, ook vorige week in Inzell nog en dan denk je eerst poeh, wat veel, maar dan voel je ook wel wat het doet.”
Voor Kooiman smaakt deze tweede plaats zeker naar meer. Al is een eventuele Olympische spelen nog ver weg. “Dat is een stipje op de horizon, dat is nog even afwachten”, zegt hij. “Maar ik hoop in ieder geval dat de internationale bond de tien kilometer er een beetje inhoudt”, vervolgt hij. “Nu is 'ie op donderdag, wat voor mij wel heel gunstig is, maar voor het hele toernooi natuurlijk niet handig. Ik hoop wel dat ze daar in het gevolg weer ietsjes soepeler en leuker mee omgaan.”