Het probleem? Zuurstoftekort. Tijdens zijn voorbereidingen van afgelopen week had Kooiman uitgetest welke rondetijden hij goed kon volhouden. “Dat was rond de 30,3. Als ik dat zeven of acht rondjes gedaan had en overeind kwam dan hijgde ik nauwelijks. Dan denk je dat je dat wel door kan trekken.”
In de ijle lucht op de Utah Olympic Oval kreeg Kooiman onvoldoende zuurstof om zijn tempo vast te houden. De klap was daarbij harder dan op een laaglandbaan. “Met meer zuurstof kan je ook vechten worden, bewegen van links naar rechts, maar dan kun je je rondetijden vaak nog vasthouden.”
Daar was nu geen houden meer aan. Van lage rondjes 30 liet de rijder van Team Clafis het oplopen naar 32,7 met nog twee rondjes voor de boeg. Het was dat zijn tegenstander Peter Michael hem snel naderde dat Kooiman weer wat versnelde, al was het niet genoeg om zijn tegenstander voor te blijven.
Zo kwam Kooiman tot 12.58,24. “Dat is vier seconden van mijn beste tijd af, maar in Enschede zat ik er maar drie seconden boven. Dan is dit niet wat je hoopt”, stelt hij. “Ik ben een ervaring rijker en een illusie armer.”
Zijn eerste 10.000 meter op hoogte was een moeizame ontmoeting. “Ik ging er met lef in met rondetijden die ik nog niet eerder gereden heb, maar blijkbaar pikt mijn lichaam dat niet”, vervolgt hij. Toch had hij zijn race niet anders moeten opbouwen, denkt hij. “Je kan ook op safe weggaan, maar dan kom je misschien op een zelfde tijd uit.”
Het is een kleine tegenslag voor Kooiman dat hij zijn snelle weg naar de schaatstop in Salt Lake City niet met evenveel glans als ervoor door heeft kunnen zetten. “Je wil in één rechte lijn naar de top met elk jaar vijftien seconden van je persoonlijk record, maar dat kan niet.”
“Maar ik hoop toch dat het in de toekomst beter wordt. Ik hoop niet dat 12.58 mijn plafond is.”