In de afgelopen weken kreeg de KNSB ook het bericht dat de schaatsbond zich tenminste tot en met 2032 Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond mag blijven noemen, met de nadruk op ’koninklijk’. Eenmaal koninklijk betekent namelijk niet automatisch altijd koninklijk.
Nee, je moet eens in de 25 jaar aan kunnen tonen dat je dat predicaat nog altijd verdient. En dus werd de Bond de afgelopen tijd flink doorgelicht.
Er werd niet alleen naar de sportieve prestaties gekeken – en dat waren er de afgelopen kwart eeuw nog al wat –, maar ook naar de rol van de KNSB in de ontwikkeling van de sport. De schaatssport heeft de afgelopen 25 jaar een aantal belangrijke veranderingen doorgemaakt. Denk aan de komst van overdekte banen, snelle pakken, klapschaatsen, strips, betere trainingsmethoden en een steeds verdergaande professionalisering. En de koninklijke schaatsbond was in veel gevallen de aanjager van deze ontwikkelingen.
Daarnaast is de KNSB in Nederland de schaatsen als cultuurgoed. Schaatsen is immers niet zomaar een sport in ons land: het is een bij uitstek oer-Hollandse sport. Een sport ook die in de belangstelling staat van leden van het Koninklijk Huis. Al in 1864 kwam de Prins van Oranje naar een kortebaanwedstrijd in Friesland om het schaatsfenomeen Ulbe van Dijk te zien schaatsen.
Maar ook de laatste honderd jaar toonden onze vorsten hun liefde voor de schaatssport. Koningin Wilhelmina stond menig keer zelf op de schaats. Er is zelfs een schaats naar haar vernoemd: de Koninginneschaats. Zij was het die de schaatsbond bij zijn veertig jarig bestaan in 1922 het predicaat Koninklijk verleende. Wilhelmina en haar man prins Hendrik werden zelfs beschermvrouwe en beschermheer van de KNSB.
Haar troonopvolgster, Juliana, werd het schaatsen met de paplepel ingegoten. En zij gaf de liefde voor de sport weer door aan koningin Beatrix. De zonen van Beatrix werden eveneens met het schaatsvirus besmet. Vooral Willem-Alexander heeft zijn liefde voor de schaatssport nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij reed de Elfstedentocht, vormde samen met Yvonne van Gennip een paar tijdens een koppelwedstrijd op het IJsgala in 1988 in Heerenveen, trainde tijdens de Spelen in Lillehammer een paar rondjes mee met de schaatskernploeg en vroeg zijn vrouw Maxima zelfs op het ijs ten huwelijk. Ze zei zonder aarzelen ’ja’.
Nadat Willem-Alexander op 30 maart 2001 onthulde dat hij Maxima op het ijs ten huwelijk had gevraagd, brak onze toekomstige koningin het ijs bij het Nederlandse volk door in vlekkeloos Nederlands lachend te zeggen: “Ik wilde eigenlijk het tweede deel van de traditie hebben: warme chocolademelk.”
Over traditie gesproken: twee leden van het Koninklijk Huis die zo veel met het ijs hebben, moeten, als Willem Alexander straks de troon van zijn moeder overneemt, in de schaatssporen van koningin Wilhelmina en prins Hendrik treden, beschermheer en beschermvrouwe van de Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond worden. Niet alleen de KNSB moet namelijk hoeder van ons cultuurgoed schaatsen zijn, ook onze koning en koningin.
Huub Snoep is hoofdredacteur van schaatsen.nl