Bij de hoofdingang van De Vechtsebanen hangen de verenigingsjassen gebroederlijk als kleurrijke slingers aan het plafond. Even verderop groeit ondertussen een Jenga-toren de hoogte in. Op ieder blokje staat iets waar een vereniging volgens de aanwezige bestuurders goed in is. ‘Samen doen’, schrijft de een. ‘Elkaar vinden’, noteert een ander. Ook ‘plezier maken’ en ‘voor elk lid een geschikte trainer’ belanden in de toren. Blokje voor blokje wordt hij hoger. Een toepasselijk beeld voor deze zaterdag 26 september, waarop bijna tachtig bestuurders zich tijdens de KNSB Verenigingsdag buigen over de vraag hoe je zo’n vereniging eigenlijk stevig overeind houdt.
Om tien uur verruilen de bestuurders hun kopje koffie voor de plenaire zaal en wordt de Verenigingsdag officieel afgetrapt. Voor Jarno Meijer is het ook een bijzondere ochtend. De nieuwe directeur-bestuurder van de KNSB is nog maar enkele weken onderweg in zijn functie en mag de dag openen. Eén boodschap geeft hij de zaal meteen mee: hij wil zoveel mogelijk kinderen en volwassenen besmetten met het schaatsvirus.
Bij de aanwezige bestuurders hoeft dat schaatsvirus in ieder geval niet meer te worden aangewakkerd. Een openingsquiz over de KNSB zorgt vervolgens voor de nodige ‘oehs’ en ‘ahs’, gelach en gevatte reacties uit de zaal. Want hoeveel verenigingen zijn er eigenlijk aangesloten bij de schaatsbond? En hoeveel vrijwilligers zijn daar actief? Het blijken er respectievelijk 635 en ruim 6300. Indrukwekkende aantallen, maar juist die laatste groep blijkt gedurende de dag een terugkerend gespreksonderwerp.
Hoe actueel dat vraagstuk is, wordt direct duidelijk in een van de drukst bezochte workshops van de ochtend. Verenigingsadviseur Hans Hubers neemt de bestuurders mee in de ‘vrijwilligersreis’: hoe vind je mensen, hoe houd je ze betrokken en hoe voorkom je dat steeds dezelfde mensen alles doen?
Voor Susan van Lieshout is dat laatste herkenbaar. Ze is actief bij drie verenigingen: een skeelervereniging, een schaatsvereniging en Baanvereniging Gelderse Poort, waar ze secretaris is. “Mensen zeggen vaak: mijn kind schaatst wel, maar ik heb geen tijd. Het is heel moeilijk om mensen te vinden die er echt tijd in willen steken”, vertelt ze voorafgaand aan de workshop. Daardoor stapelen functies zich gemakkelijk op bij degenen die wél hun hand opsteken. “Ik doe heel veel, maar daardoor heb ik juist voor alles weinig tijd. Het zou fijner zijn als we met een grotere groep zijn en iedereen een beetje doet. Vrijwilligerswerk doe je uiteindelijk ook voor het contact en om samen iets voor elkaar te krijgen.”
Een paar deuren verderop gaat het over een andere uitdaging voor verenigingen: jongeren bereiken. In Van scrollen naar sporten praten bestuurders onder leiding van Simon van Cleeff van Bureau Palan over Gen Z en Gen Alpha. Hoe bereik je jongeren die hun informatie niet vanzelfsprekend via de traditionele verenigingskanalen vinden? Er is volop ruimte voor interactie: bestuurders leggen hun eigen uitdagingen op tafel, wisselen ervaringen uit en denken met elkaar mee over mogelijke oplossingen. Eén inzicht keert daarbij steeds terug: durf vaste communicatiepatronen los te laten en betrek mensen die de taal en online wereld van jongeren daadwerkelijk kennen.
Op de eerste verdieping staat ondertussen het veilige sportklimaat centraal. Integriteitsmanager Petra van den Hoek (KNSB) en vertrouwenscontactpersoon Evert van Rest (ZTIKZ) kijken daarbij niet alleen naar het voorkómen van ongewenst gedrag, maar vooral naar de vraag hoe je samen zorgt voor gewenst gedrag en een fijne sfeer binnen de vereniging. Ook de drempel om iets bespreekbaar te maken mag volgens Van Rest zo laag mogelijk zijn. Van iets wat uiteindelijk het nieuws haalt tot iets waar je simpelweg een vervelend gevoel aan overhoudt: alles mag ter sprake komen.
Dat zet Ilse Post van de Nijmeegse Schaatsvereniging aan het denken over hoe je zo’n gesprek binnen je eigen club voert. “We moeten gedragsregels opstellen. Als je dat zegt, krijgt iedereen toch een beetje jeuk”, zegt ze met enige ironie. Veel liever begint ze bij de vraag waar de vereniging trots op is en hoe leden met elkaar willen omgaan. “Door samen over onze kernwaarden na te denken, leg je eigenlijk vast hoe je met elkaar wilt omgaan.”
Daarmee gaat het al snel niet meer alleen over regels en afspraken, maar over de vereniging als geheel. Over bestuurders, trainers, vrijwilligers én leden. “We zijn samen een vereniging en maken samen plezier. Maar hoe zorgen we daar eigenlijk voor?” Juist de uitwisseling met andere bestuurders helpt Post daarbij verder. “De ideeën en vragen van anderen zetten je aan het denken. Zo ontdek je waar je tegen dezelfde dingen aanloopt en wat je van elkaar kunt leren.”
Tijdens de lunch gaat die uitwisseling vanzelf verder. Bestuurders schuiven met broodjes bij elkaar aan en praten na over de eerste workshops. Kees de Winter, voorzitter van de Rijnsburgse IJsclub, vat treffend samen wat hij op zo’n dag probeert op te steken: “Hoe doen andere verenigingen het en wat kunnen wij daarvan toepassen? Je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Soms hoor je iets en denk je: zo kan het dus ook. Kan het niet linksom, dan proberen we het rechtsom. Of een beetje door het midden.”
Na de lunch waaieren de bestuurders opnieuw uit over de zalen van De Vechtsebanen voor de tweede workshopronde. Zowel ’s ochtends als ’s middags kiezen ze één workshop, met verspreid over de dag onderwerpen als vrijwilligers, jeugdleden, samenwerken, financiering, modern besturen en een veilig sportklimaat.
Een van de workshops waarin die middag volop ideeën worden uitgewisseld, is Parels op het ijs. Jeroen Straathof en Aaron Marsman van de KNSB nemen de bestuurders mee in onderzoek naar wedstrijdvormen die de schaatssport aantrekkelijk en toekomstbestendig moeten houden. Daarbij draait het niet alleen om prestatie, maar ook om plezier, interactie en variatie. Dat die vernieuwing op sommige ijsbanen al volop gaande is, blijkt uit de voorbeelden van Team IJskonijn. Een ouder-kindtoernooi, waarin ouders met én tegen hun kinderen schaatsen. De Blokjesleggerbokaal. Zelfs een wedstrijd waarbij tegen de gebruikelijke rijrichting in wordt gereden.
Even later zit iedereen weer bij elkaar in de plenaire zaal voor de afsluiting van de dag. Jarno Meijer, die zelf bij Parels op het ijs aanschoof, is zichtbaar enthousiast over wat hij daar hoorde. “Iedereen denkt na over wat kinderen leuk zouden kunnen vinden, maar Team IJskonijn is gewoon in gesprek gegaan en heeft gevraagd: wat willen jullie? En dan zie je ineens dat het begint te bruisen.” Voor Meijer raakt dat precies aan wat er deze dag op De Vechtsebanen gebeurt. “Je deelt ideeën met elkaar, je verbindt dingen en je leert van elkaar.”
Bij de afsluitende borrel praten drie bestuurders van CSV Vriezenveen nog even na. Met hun leeftijd van rond de dertig behoren ze tot de jongste aanwezige bestuurders. Juist daarom vindt voorzitter Anne van der Vegt het belangrijk dat zij zich laten zien. “We behoren hier tot de jongsten. Daardoor breng je ook een andere stem en een andere benadering mee.”
Voor secretaris Gertjan Meijer zit de waarde van het bestuurswerk vooral in wat je voor anderen kunt betekenen. “Het leukste vind ik dat je mensen veel plezier kunt geven. Dat je als bestuur kunt zorgen voor die glimlach op het gezicht van je leden.” Maar het gaat ook om de toekomst van de vereniging. “Wij willen de volgende generatie dezelfde ervaringen geven die wij hebben gehad. Daarvoor moeten wij nu zelf opstaan en onze verantwoordelijkheid pakken”, vult Van der Vegt aan. “Wij moeten het overnemen, anders valt het stil.”
Aan het einde van de middag verlaten de laatste bestuurders De Vechtsebanen, maar de Jenga-toren staat nog altijd overeind. Wat aan het begin van de dag blokje voor blokje werd opgebouwd, vat aan het einde mooi samen waar het deze dag om draaide. Een vereniging bestaat uit heel veel losse blokjes: trainers, bestuurders, vrijwilligers, ouders, jonge leden, wedstrijdorganisatoren en mensen die één keer op zondagochtend willen helpen. Niet iedereen hoeft de hele toren te dragen. Als er maar genoeg mensen zijn die bereid zijn er een blokje aan toe te voegen.