Het scholenprogramma richt zich op de jeugd uit Den Haag. Die kan kennis maken met het kunstrijden, maar ook met langebaanschaatsen en shorttrack. Vijf dagen geven trainers van Haagse verenigingen workshops aan de jeugd. 1.600 kinderen meldden zich aan voor de clinics.

Als kers op de taart mogen alle deelnemende kinderen zondag 22 februari 2015 bij de Challenge Cup komen kijken om de toppers aan te moedigen en zelf te schaatsen.

Het organiseren van extra evenementen voor kinderen en recreanten naast de topwedstrijden past in het beleid van de KNSB, legt Pieter Clausing, manager beleid- en sportontwikkeling van de schaatsbond uit. Via een topsportevenement kan de KNSB namelijk de verschillende takken van de schaatssport promoten.

“We hebben met de KNSB een doel dat aansluit bij bredere doelen die in de samenleving leven. Wij willen mensen laten sporten, want sporten is gezond. Als KNSB willen we daarbij graag onze eigen sport promoten en meer mensen aan het schaatsen en het skaten krijgen, in alle vormen, van kunstrijden tot inline-skaten.”

Foto: Mady Kleeven

Een topevenement is daarbij een handig ‘contactmoment’ voor de schaatsbond om mensen te bereiken en te laten zien hoe leuk de sport is. Want al zijn er veel schaatsliefhebbers, de meesten binden alleen bij natuurijs de schaatsen onder. “We weten dat er ongelooflijk schaatsliefhebbers zijn. Als er natuurijs is, dan staan er vier miljoen mensen op het ijs”, aldus Clausing. “Binnen het georganiseerde schaatsen hebben we veel minder hoge aantallen.”

Dat komt omdat de sport zonder Koning Winter gebonden is aan de kunstijsbanen. En daar zijn er maar een beperkt aantal van, zeker wanneer je het afzet tegen andere sportlocaties. “Schaatsen kan je niet overal, zoals bijvoorbeeld voetbal wel, wat je zelfs op straat kan doen. Veel mensen kunnen de weg naar het ijs niet vinden als er geen natuurijs is. De drempel is hoger”, concludeert Clausing.

Die drempel wordt verlaagd door het organiseren van clinics en proeflessen wanneer die gekoppeld zijn aan een moment waarop mensen toch al met de sport in aanraking komen. “Groepen schoolkinderen breng je op een leuke manier naar het evenement en laat je zien hoe leuk die sport is. Je creëert een moment waarop mensen naar je toe kunnen komen.”

Het mes snijdt daarbij aan twee kanten, want voor deelnemers wordt er iets leuks georganiseerd en de KNSB kan in contact komen met mogelijk nieuwe schaatsers. Dat contact kan de bond vervolgens gebruiken om een beter idee te vormen over wat mensen zoeken in een sport en of dat aan de schaatsers kan worden geboden. “We kunnen ze vragen: ‘wat zou jij leuk vinden?’.”

Foto: Mady Kleeven

In dat proces zijn de verenigingen van groot belang. “Sportbonden zijn doorgaans niet actief in de uitvoering. Degenen die de sport direct naar de mensen brengen zijn de verenigingen. Als je dus op dat niveau iets wil betekenen dan loopt dat via de verenigingen.”

Het zijn bovendien de verenigingen die wanneer alles volgens plan verloopt meer aanwas van leden krijgen. De KNSB koppelt daarom aan de side-events ook programma’s om meer trainers en vrijwilligers op te leiden. “ Stel je krijgt drieduizend nieuwe shorttrackertjes, maar je hebt maar twintig trainers. Als dat gebeurt heb je problemen, dan heb je te weinig trainers, te weinig vrijwilligers en te weinig ijs”, legt Clausing uit. “Dat is na Sterren dansen op het ijs wel gebeurd. Toen was er aanloop, maar was de infrastructuur van de verenigingen er nog niet op ingericht.”

Naast het zoeken naar momenten om mensen laagdrempelig zelf te laten proeven van het schaatsen, probeert de KNSB ook de topwedstrijden nét wat extra’s mee te geven omdat ook dat uiteindelijk effect heeft op hoe mensen tegenover een sport staan.

Zo wordt zondag de Challenge Cup afgesloten met de Dance Battle. Deelnemers aan de Challenge Cup zullen het tegen elkaar opnemen, terwijl ze worden bijgestaan door muziek van een dj. Het format van de Battle is afgekeken van televisieprogramma’s als Sterren dansen op het ijs. Het onderdeel is interactief: het publiek bepaalt uiteindelijk de winnaar.

Foto: Mady Kleeven

Volgens Clausing is dergelijke publieksparticipatie een goed middel om een sport net wat meer te promoten. “Je laat het publiek voorbeelden zien, je geeft ze helden”, legt hij uit. Toptalent Kyahra van Tiel is volgens Clausing een goed voorbeeld. “Zij is begonnen met kunstschaatsen na het zien van Jody Bernal als deelnemer aan Sterren dansen op het ijs. Dat is het bewijs dat het zo werkt.”

De koppeling met het zelf doen is daarbij belangrijk en dus mag het publiek na de Dance Battle van zondag het ijs van De Uithof op om zelf wat passenseries of pirouettes te proberen.

Volgens Clausing hebben vergelijkbare initiatieven bij het EK Shorttrack van afgelopen januari al effect gesorteerd. “De definitieve evaluatie moet nog gemaakt worden. We hebben nog geen harde cijfers, maar de eerste signalen zijn absoluut dat het iets heeft losgemaakt. Dat is een mix van het EK, de side-events, maar ook het succes op de Spelen en de media-aandacht voor de shorttrackers met Sjinkie Knegt als boegbeeld.”

Zo grijpen top- en breedtesport steeds in elkaar en dat verklaart nog eens extra waarom de KNSB tijd, geld en moeite steekt in de combinatie van evenementen voor de wedstrijdschaatser en recreant. Want naast het bedienen van de breedtesporter dient het ook het belang van de topsport. “Zonder breedtesport heb je geen topsport, de toppers moeten ergens vandaan komen.”

De Challenge Cup vindt van 19 tot en met 22 februari plaats op De Uithof in Den Haag. Er zijn nog tickets beschikbaar. Bestellen kan hier. Kosten voor de jeugd tot 12 jaar zijn € 2,50 en voor volwassen € 5 (exclusief € 1 servicekosten).

Het scholenprogramma, in samenwerking met SportSupport (Gemeente Den Haag) de Haagse Hogeschool, ROC Mondriaan en De Uithof is inmiddels in volle gang.