"Dit is de eerste Nederlandse shorttrackmedaille. Ik ben heel gelukkig dat ik dit hier heb kunnen doen", vertelde Knegt. De afgelopen tijd had hij gemerkt dat de verwachtingen van het publiek en de pers, maar ook van hemzelf steeds groter werden. "Maar ja, het is niet iets wat je zomaar doet, een medaille winnen. Maar ik had wel verwacht dat het zou kunnen."
De druk was voor de kwartfinale van de 1000 daarom wat meer dan normaal. "Het werd de afgelopen tijd steeds ietsje meer. Het is tenslotte anders dan een EK of een World Cup", dat hij ondanks die verwachtingen presteerde, deed hem goed. "Eindelijk lukt het. Zo voelt het ook, eindelijk. De Spelen zijn immers maar één keer in de vier jaar."
De route naar de finale was geen eenvoudige. In de kwartfinale al trof hij in de latere winnaar Victor An en Charles Hamelin, winnaar van het goud op de 1500, bijzonder sterke tegenstanders. Toch keek hij niet met angst en beven naar die kwartfinale.
Dat hij twee van de topfavorieten al trof was een horde die hij moest nemen, meer niet. "Als ik een medaille wil dan moest ik ze toch ergens lozen", zei hij schouderophalend. Vervolgens ging Hamelin onderuit en reed Knegt onbedreig met An naar de halve finale.
In de halve eindstrijd werd Knegt gehinderd door zijn tegenstander Han-Bin Lee en werd hij doorgezet naar de finale, als vijfde man. In de finale toonde hij initiatief door vanuit de vijfde startpositie meteen door te schuiven, maar hij werd al werd snel ingehaald door de Russen An en Vladimir Grigorev.
Vervolgens maakte Knegt de fout door Da Woon Sin uit Zuid-Korea te laten passeren, daardoor belandde hij op de vijfde plek, maar hij bleef rustig en met een knappe inhaalactie in de laatste ronde kwam hij als derde door de laatste bocht en wist met een vooruitgeschoven schaats zich van het brons te verzekeren.
Knegt voelde zich op de 1000 meter niet meer gehinderd door de naweeën van het EK, waar hij gediskwalificeerd werd nadat hij zijn beide middelvingers in frustratie had opgestoken. Bij zijn eerste optreden in Sotsji, op de 1500 durfde hij daardoor niet te veel risico te nemen, bang om uit de wedstrijd genomen te worden. Op de kilometer had hij dat gevoel niet meer. "Als iedereen risico neemt, dan moet ik dat ook doen. Op negentig procent rijden kan hier niet."
Knegt dankt zijn stormachtige ontwikkeling van de laatste jaren aan coach Jeroen Otter, benadrukte hij. "Jeroen heeft ons allemaal sterker gemaakt en hij heeft mij doen geloven dat ik meer kon."
Dat geloof maakte ook dat Knegt meer initiatief durft te nemen en minder de kat uit de boom kijkt. "Ik kan wel negen ronden gaan jagen, maar dan is de kans groter dat het misgaat. Dat schiet niet op", zei hij.
Het toernooi in Sotsji is nog niet voorbij en ook Knegts medaillejacht niet. Op de 500 meter heeft hij individueel nog een kans, maar hij mikt vooral ook op de realy. "Er moet in ieder geval nog een medaille bijkomen. Daar gaan we deze week met zijn vieren alles aan doen."