Wat vooral opviel tijdens het NK? Knegt deed kopwerk. Heel veel kopwerk. Van zijn eerste drie rondes op de kilometer maakte Knegt tijdritten. “Als je je sterker voelt kan je dit soort dingen doen. Doe je het niet, dan rol je fitter door het toernooi. Maar dit was mooie training.”

Het was sowieso de manier voor Knegt om het toernooi, waarmee hij een haat-liefdeverhouding heeft, aan te pakken. De voormalig Europees kampioen schaafde aan zijn techniek, concentreerde zich op zijn start op de 500 meter en won iedere race die hij schaatste. “Ik ben niet in supervorm, maar ik trap er hier wel 1 minuut 25 uit op de 1000 meter. Ik doe het internationaal niet zo vaak, maar het is mooi als je vanaf kop een keer kunt verrassen.”

Eenvoudig zette hij het toernooi naar zijn hand. Ploeggenoten Freek van der Wart en Daan Breeuwsma konden Knegt nooit bedreigen. Oog voor het publiek had Knegt alleen in de finale van de kilometer even. Daarin gunde hij Van der Wart en Breeuwsma even de kop. “Je moet er ook een klein beetje show van maken”, zei hij met een glimlach.   

Voor het EK in eigen land over drie weken ziet Knegt zichzelf als favoriet. Logisch, in de wereldbeker greep hij al zes keer een individuele medaille. “Maar een toernooi rijden is anders dan individuele afstanden schaatsen. Je moet drie keer presteren. Dat is soms lastig, maar maakt het ook mooi.” 

Extra druk omdat het kampioenschap in Nederland verreden wordt, voelt hij niet. “Ik wil sowieso het beste van mezelf. Bovendien kan thuispubliek me helpen. Vaak kan ik dan net even wat extra.”