Toen Kjeld Nuis na een uurtje van het middenterrein afkwam, liep hij snel door. Hij had geen tijd om te praten over zijn eerste slagen op het Milanese ijs, want hij wilde de bus halen, die de atleten direct na de training weer aflevert bij het olympisch dorp. Binnen een paar minuten keerde de drievoudig olympisch kampioen terug. De bus was er nog niet, hij had toch even om te praten. En vooral om even zijn ongenoegen te uiten over het ijs. "Het is kut-ijs, heel zacht, vergelijkbaar met de eerste dagen in Beijing (2022, red.). Dan hoor je het sissen als je je schaats terugstuurt."

Toch was de 36-jarige rijder niet met een rotgevoel van het ijs gestapt. Integendeel zelfs. "Ik heb superlekker geschaatst, het reed heerlijk. Maar als we straks echt hard moeten schaatsen, wil je dat het ijs meegeeft. Als je nu glijdt, rem je af. Het moet meer vriezen."

Met de boodschap 'It's soft' had Nuis dit ook doorgegeven aan Mark Messer, de ijsmeester die al zes keer eerder verantwoordelijk was voor de olympische baan. Maar geen van die keren moest hij een bevroren waterlaag leggen op een tijdelijke houten vloer. "Mark hoort ook dat het te zacht is, hij ziet het en weet als geen ander hoe hij ijs moet maken. Ik weet alleen niet of dat ook geldt voor een vloer als deze."

Nuis geeft daarmee aan, net zoals bijna alle Nederlanders die deze dagen hun mening delen over het ijs, dat hij vertrouwen heeft in de goede afloop. Maar af en toe een zetje in de goede richting kan geen kwaad...

Kjeld Nuis, Jenning de Boo en Femke Kok
Nuis als aanvoerder van het treintje met Jenning de Boo en Femke Kok. | Foto: SEM VAN DER WAL / ANP