Energiek als altijd vertelt Kjeld Nuis hoe gretig hij is voor zijn 1500 meter: “Vooraf heb ik tegen mezelf gezegd: ik ga ervan genieten, mijn laatste Spelen. Het maakt niet uit wat het resultaat wordt. Maar f*ck no! Ik moet een medaille winnen.” Gezien de resultaten van de olympisch kampioen van 2018 en 2022 hoeft hij ook niet lager in te zetten. In de World Cups deze winter pakte hij twee zilveren en twee bronzen medailles en werd hij eenmaal vijfde. “Ik kan hier niet als flierefluiter blijven rondlopen en hopen dat het mijn kant op rolt. Morgen moet ik alle zeilen bijzetten, heel scherp zijn en focussen op de dingen die nodig zijn voor een goede rit.”
Een week geleden voelde hij voor de 1000 meter die urgentie minder. “Ik dacht: Het zou mooi zijn vandaag, maar die 1500 komt nog. Zo kon ik heel makkelijk de spanning van me af gooien. Nu heb ik nog maar één olympische race.” Nuis wordt er zelfs een beetje melancholisch van. “Gisteren wilde ik een postje plaatsen op Instagram, maar halverwege ben ik ermee gekapt omdat ik emotioneel werd. Dat past helemaal niet bij me. Ik jank niet om iets wat ik zelf schrijf. Maar ineens realiseerde ik me: holy shit, dit wordt de laatste. Voor de laatste maal van de Spelen genieten. Dat wil ik ook bewust gaan doen als ik het ijs op stap.” Zijn we toch wel benieuwd naar de inhoud van het bericht dat hij wilde plaatsen. “‘Wat de uitkomst ook zou worden, het is mooi geweest.’ Maar dat is helemaal niet waar!”
Weemoedig begint Nuis over de vervlogen tijden. “Ik ben de laatste van mijn generatie op de middellange afstanden, bijna iedereen van de generatie erna is zelfs al gestopt, zoals een Thomas Krol. Dat is wel gek om te bedenken, maar ook heel cool. Ik ben er trots op. Eerst vocht ik heel vette battles uit met Shani Davis, daarna met Denis Yuskov, Krol en nu Jordan Stolz. Door de jaren heen heeft op een podium staan voor mij een heel andere waarde gekregen. Nu zie je me lachen als ik een zilveren of bronzen plak binnensleep. We zijn er nog, denk ik dan. Vroeger kon ik echt schelden als ik van Shani verloor. Maar winnen is niet meer zo vanzelfsprekend, de top wordt alleen maar breder.”
Bovendien geniet Nuis ervan dat hij als ervaren rot meekan met de jonkies. Het is voor hem de reden om niet gelijk na de Spelen zijn schaatsen aan de wilgen te hangen. Maar als hij met Jenning de Boo door Milaan struint, is het ook weleens confronterend. “Dan probeer ik een verhaal te vertellen en kijkt hij me aan: ‘ik heb geen idee over wie je het hebt’. Of we komen de Koreaanse sprinter Kang-Seok Lee tegen in de lift en Jenning heeft nog nooit van hem gehoord.”
Op zijn derde Spelen heeft Nuis niet de illusie dat hij Stolz af kan houden van zijn derde gouden olympische titel. “Ergens dachten we, of hoopten we, dat hij de druk van Amerika misschien niet aan zou kunnen. Dat land presteert niet altijd goed op de Spelen. Maar hij geeft geen f*ck, maakt alles waar. Op de 500 meter stond zoveel druk. Dan rijdt Jenning een 33,8. Oh, doet Stolz 33,7. Zo verschrikkelijk knap. Jordan is een koele kikker, daarom denk ik dat hij ook morgen geen fouten gaat maken.”
Ondertussen verheugt Nuis zich alvast op de loting. Hij hoopt Zhongyan Ning te treffen. Als Nuis in de buitenbocht start, zou hij twee keer kunnen profiteren van de Chinees op de kruising. Of anders de Noor Peder Kongshaug, achter wie hij aan kan op de eerste kruising. Maar wie hij ook treft, Nuis zal met een grote glimlach op het gezicht de aanmoedigingen van het (Nederlandse) publiek in ontvangst nemen.
Verveling sloeg toe bij Tijmen Snel
Voor Tijmen Snel kan de 1500 meter niet snel genoeg beginnen. Acht dagen geleden streek hij neer in het olympisch dorp en vanuit de TeamNL-lounge zag hij zijn landgenoten medailles winnen. “Ik trainde niet meer zoveel, waardoor ik veel tijd over had en me begon te vervelen. Dan zoek je mensen op voor een praatje of een koffietje.”
“Maar als je op het ijs staat voor de trainingen, word je weer meegetrokken in het schaatsen. Oke, je staat er, bent weer wakker. We gaan presteren.” Donderdag staat de 28-jarige schaatser van Essent voor zijn olympisch debuut, nadat hij vier jaar geleden zijn startbewijs doorgeschoven zag worden voor de ploegenachtervolging. “Ik ga er het uiterste uit proberen te halen. Zoveel kansen krijg je immers niet op een olympisch podium.”