Waar de Nederlanders duidelijk een plan maken van tevoren, gaat dat bij de Amerikanen wel anders, “There is no plan”, antwoordt hij lachend. “Joey (Mantia) en ik praten een beetje van tevoren maar eenmaal op het ijs is het ieder voor zich. Het plan is dan snel verdwenen, ha!”
De Amerikaan beleeft zijn tweede jeugd en haalde zelfs zilver bij de wereldbeker in Nagano. Maar de vorm van zijn leven heeft hij zeker niet, die ligt alweer vijftien jaar achter zich: “Ik ben niet eens in de buurt van mijn niveau van toen. Toen kon ik keer op keer gaan, nu is het maar ‘one shot’. Merk dat wel als ik met de Clafis mannen train. Het is niet altijd fijn om er zo van langs te krijgen in de trainingen.”
Boutiette blijft na de wereldbeker in Heerenveen nog één week in Nederland met zijn gezin, om een toernooi te rijden dat terug doet denken aan het meest bijzondere moment uit de lange loopbaan van de Amerikaan, de vierdaagse. Boutiette wist namelijk tot tweemaal toe het spruitjespak te winnen. Dat bijzondere pak was het leiderspak van de zesdaagse, een marathoncompetitie van tien jaar geleden waarbij de rijders zes dagen achter elkaar koersten. “Die zesdaagse winnen, dat was mijn grootste overwinning ooit. Nog beter dan die wereldbekermedaille van een paar weken terug. Ik schaatste toen zó goed!”
Bij de eerste marathon in Amsterdam moest Boutiette de koers verlaten door rugproblemen, maar die zijn inmiddels verdwenen. “Die honderd rondes, die kan ik wel aan deze week. Ik voel dat ik steeds beter word”, aldus de 46-jarige veteraan.