Hij rijdt in de teambus achter zijn skeelerende schaatsers aan, geeft een zwengel aan de volumeknop van de radio en zingt hartstochtelijk de tekst mee van het aanstekelijke nummer dat net op de zender langskomt. Ja, Time of my life van Bill Medley en Jennifer Warnes maakt de dag van Jillert Anema – een doodgewone trainingsdag in de Friese polder - nóg geweldiger. “Het is hier 31 graden”, dat voegt hij ook nog toe in een whatsapp-bericht dat na het korte videootje over mijn telefoonscherm rolt.
Ik heb Anema nodig voor een schaatskwestie. Dat gebeurt geregeld, want hem, de volgens velen stuurse, boerse, en érg uitgesproken coach van Team Albert Heijn Zaanlander bel je nooit vergeefs. Als hij niet opneemt, dan belt hij terug of stelt een vraag in een berichtje. Ze zijn steeds zeldzamer, schaatstrainers van de teams die tot de top in Nederland behoren en een telefoonoproep vrijwel onmiddellijk beantwoorden. Maar dat terzijde.
Anema wordt geacht te reageren op de vraag of Daan Gelling, tot op heden vooral een uitblinker in het marathonschaatsen, komende winter misschien rijp zal kunnen zijn om dichter naar de beste rijders op de lange afstanden te kruipen. Of de vraag of hij op termijn een opvolger kan worden van Jorrit Bergsma, de bijna-onverwoestbare krijger met zijn wereldberoemde matje? Want ook Gelling, die bescheiden Groninger van 25, is onderhand uitgegroeid tot een raspaardje van de formatie waarin Marijke Groenewoud en Bergsma de spreekwoordelijke steunbalken zijn in het bolwerk dat al zo lang meedraait in het schaatslandschap.
Ga maar na hoe Gelling de voorbije winters zijn erelijst heeft weten uit te breiden: na de incidentele zeges op kunstijs in november 2022 en oktober 2023 ontpopte hij zich tot een toprijder in de hoogste klasse. De winst op het Open NK op de Weissensee in 2024 was het begin van een prachtige serie podiumplekken. De balans van het seizoen 2025-2026 is weergaloos: Gellings naam prijkte bovenaan in de klassementen van de Vier van Noord-Holland, het NK op kunstijs, de Daikin Marathon Cup en de Grand Prix (de ranking van al het natuurijsgeweld). Plus negen keer een top-drie en twee overwinningen in een cup-race.
Nog wat voorgeschiedenis over Gelling tot we de kern van het verhaal aansnijden. Op Schaatsen.nl vertelde hij in de zomer van 2023 over een langebaanjongen die heimelijk verliefd werd op de discipline van de ontelbare rondjes rijden in een peloton, en uiteindelijk zwichtte voor de lokroep van die competitie. Bouwselect nam hem op en hij gedijde zo goed dat Royal A-ware hem een seizoen later binnen hengelde.
Een interessante passage uit het gesprek dat hij destijds voerde: “Ik heb ontdekt dat ik marathonschaatsen heel leuk vind. Daar bedoel ik het spel mee, en de smaak van winnen, of dat ik wekelijks aan de start sta met de ploeg die voor de winst rijdt. Ook dacht ik lang dat het kunstijs mijn ding is. Dat kan komen omdat ik nooit eerder op natuurijs reed, totdat ik naar de Weissensee ging. Natuurijs hoort bij ons Nederlanders. Of je nou wel of niet een schaatser van professie bent, iedereen staat op het ijs. Schaatsen in de vrije natuur is heel iets anders dan op de overdekte banen, ook vanwege de langere afstanden die me trouwens beter liggen.”
Hij kan zich het interview nog prima herinneren. Het was in dezelfde periode als nu, bij het opengooien van Thialf omdat er sinds 10 augustus weer zomerijs ligt. Daar maken de Zaanlanders gretig gebruik van. Vijf middagen in de week schaaft de selectie aan de techniek, conditie en het gevoel. Gelling maar even gebeld. Hij is in de auto onderweg na de skeelertraining en plaatst graag, met terugwerkende kracht, zijn uitlatingen van toen nog even in een wat beter perspectief. Dat hij zich in het verleden een beetje afkeerde van de langebaan kwam vooral omdat het hele wedstrijdprogramma van het Regionaal Talenten Centrum (RTC) niet veel voorstelde.
“Het ging in een jaar om twee of drie langebaanwedstrijdjes. Verder deed ik de hele winter niks. En op een gegeven moment reed ik geen persoonlijke records meer. Mijn pr op de drie kilometer stond al drie jaar, waardoor ik me begon af te vragen waarvoor ik in hemelsnaam nog twee keer daags trainde. Ik deed er voor mijn gevoel alles aan, nam zelfs na het afronden van de middelbare school een tussenjaar, maar reed geen deuk in een pakje boter. Dat zorgde voor zoveel chagrijn dat ik aan een paar marathons bij de B’s meedeed. Dat ging best goed. Toen wist ik dat ik daaruit veel meer lol haalde dan uit de drie en vijf kilometers die ik af en toe schaatste. Reed ik naar Leeuwarden om zo’n rit te doen en dan viel de tijd weer tegen. Kijk, dat is het vervelende aan langebanen – en dat zullen meer rijders hebben: het is alleen leuk als het goed gaat. In de marathon heb je week in week uit een nieuwe kans. Dat trok me veel meer.”
Hij draait er niet omheen: zo is de gedachte nog steeds. “Ik ben niet naar Zaanlander gegaan om een betere langebaanschaatser te worden. Ik wilde me verbeteren als marathonschaatser, met het bijkomend voordeel dat rijders in deze ploeg jaarlijks sneller worden op de individuele afstanden. Ik vond het mooier dat ik bij Sjoerd den Hertog in de ploeg kwam, toen de beste marathonschaatser op kunstijs. Bovendien zat ook Jordy Harink in het team, in die periode misschien wel de beste rijder op natuurijs. Aan die twee kon ik veel hebben om mezelf te verbeteren. Nee, ik sloot me ook niet per se aan bij Zaanlander om stiekem de langebaan weer op te pikken. Trouwens, die eerste winter waren de resultaten op dat gebied ook niet heel bijzonder.”
Terug naar Anema, terug naar wat ik van hem wil weten. Kan de gegroeide Gelling deze winter aansluiting vinden bij de nationale top op de stayerafstanden, de vijf en tien kilometer? Voor de volledigheid: de noorderling heeft 6.22,68 en 13.04,73 momenteel als beste scores staan, beide gerealiseerd tijdens het Olympisch Kwalificatietoernooi van december 2025.
Het eerste antwoord is vlak, atypisch voor de man uit Bontebok. “Het is wel wat we gaan proberen. Maar iemand nu te veroordelen door te zeggen dat hij dat zou kunnen, is niet mogelijk.” Gelukkig wordt de tekst beter. “Daan heeft de motor. Als hij daarover beschikt, wil je die ook gebruiken. Je kunt pas een heel goede schaatser worden als je schaatst zonder moe te worden, dus als je de motor niet gebruikt. Wat dat betreft heeft hij een stap gemaakt, getuige de 6.22. Dat is nog niet snel genoeg. Als hij dit jaar naar de 6.15 kan, heeft hij over drie jaar ook kansen om op de Olympische Spelen te staan.”
Door het zo te stellen zoom je heel sterk in op de fysiologische kant van het schaatsen. Het mentale deel doet ook mee: heeft Daan ook het idee dat hij dat wil?
Anema: “In principe wil zo’n jongen alles winnen, dus ook die vijf kilometer. Het is niet reëel te zeggen: ‘Ik doe mee om te winnen’, op het moment dat hij 6.22 rijdt.”
Ik doel meer op de omslag in zijn manier van denken. Hij kwam naar jouw ploeg waar hij zich tot dusver onderscheidt als marathonrijder. Kan hij in zijn hoofd ook het stapje maken in de richting van de langebaan?
“Onze ploeg heeft verschillende schaatsers uit de marathon naar de Olympische Spelen gebracht. Dat speelt áltijd een rol. Het zaadje hoeft niet meer geplant te worden, dat zit er bij iedereen in. Je ziet dat aan Bente Kerkhoff, of wat langer geleden, bij Bob de Vries. Veel rijders komen bij mij omdat ze in hun achterhoofd hebben dat ze op de Spelen willen staan. En dat kan niet als marathonrijder."
Maar Daan Gelling is niet met dit plan in zijn achterhoofd bij jou gekomen.
“Ik denk het niet, nee, maar in die tijd had hij 6.38 staan. Het zaadje zit erin. Het zou heel vreemd zijn als hij intussen ook niet de gedachte heeft dat de World Cup halen mogelijk is. Het is net als een trap oplopen: je komt steeds hoger.”
Ik denk meer van: Daan heeft in goed twee jaar alle grote marathonprijzen bij elkaar geschaatst, alles is afgevinkt, en denkt ik kan me meer focussen op de langebaan, ook qua trainingsprogramma...
“Jij denkt met jouw hoofd. Ik geloof dat Daan Gelling alles wil winnen en daarom verandert er niets in zijn denkpatroon, in de trant van ik ga iets meer langebaan doen. Dat zit namelijk al volledig geïntegreerd bij ons. Wij gebruiken de marathon om betere schaatsers te krijgen. Dat kan zijn om marathons te winnen, maar net zo goed om een afstand te winnen, oftewel een betere tijdrijder te worden. Daarom hoeft er in niemands hoofd wat anders te ontstaan.”
En heb jij afgelopen winter nooit een keer een gesprek gevoerd met Gelling over de langebaan, omdat hij bezig was marathons op zijn naam te schrijven.
“Nee, maar het maakt me niet uit of het marathon of langebaan is. Als we aan de start staan, is dat met de bedoeling zo goed mogelijk te presteren. Wanneer er een goede rit is gereden, kunnen we die evalueren, want het is nooit goed genoeg. De aspecten die in zo'n gesprek naar voren komen, keren dan terug in de volgende trainingen.”
“Hartstikke leuk.” De eerste reactie op de suggestie z’n ‘geweer van schouder te veranderen’, klinkt spontaan. Meer de nadruk leggen op de langebaan? “Ja, op het moment dat ik daar kan meedoen voor de winst. Ik zou er misschien iets specifieker voor moeten trainen, maar het programma dat wij draaien met de ploeg is voor iedereen vrijwel hetzelfde. Jorrit Bergsma doet niets anders; hij rijdt alleen sneller dan ik op de langebaan. Ik werk alle dagen hard om een betere schaatser te worden. Er moet nog heel veel tijd af, wil ik zoals Sander Eitrem op de vijf kilometer 5.58 rijden. Daar kom ik nog in de verste verte niet bij in de buurt.
“Ik heb wel de ambitie dit jaar weer harder te gaan. Maar ik blijf mikken op marathons winnen en op de langebaan meepakken wat er valt mee te pakken. Ik ga me niet blindstaren op een zevende plek tijdens het NK Afstanden. Alleen voor de winst vechten zou ik willen, al is dat nog steeds een grote stap.”
Toch is er een patroon zichtbaar in beide disciplines. Je bent stapsgewijs beter geworden in de marathon, en je hebt bijvoorbeeld je tijd op de vijf kilometer afgelopen seizoen aanzienlijk scherper gesteld. In 2024 kwam je tot 6.29, nu is het 6.22.
“Over de tien kilometer was ik nog meer tevreden. Die ging van 13.30 naar 13.04 op het OKT. Daar haalde ik veel voldoening uit. Het zou gaaf zijn als dat allebei nog veel beter zou worden.”
Heb je het gevoel niet dat het ook kan?
“Ik denk dat ik harder kan rijden dan dat ik op dit moment doe. Maar of die marge nu al binnen een jaar zo groot is dat ik meedoe voor de top-3 of voor de top-5 van Nederland, dat weet ik niet. Het kan vlug gaan op de langebaan. Kijk naar Stijn van de Bunt, of Sjoerd den Hertog een aantal jaar terug: die boekten enorme vooruitgang. Als je ze lekker raakt, dan is het allemaal gigantisch leuk. Toch is de marathon mijn hoofddoel, want ik heb gemerkt dat ik niet per se gelukkig werd van langebaanschaatsen.”
Je doet het een beetje lijken alsof het toeval is als het op de langebaan goed gaat, dan dat je er naartoe kunt werken. Volgens mij ben je in staat op de langebaan af te dwingen wat je op de marathon kunt.
“Toeval is het niet. Want je werkt er gericht voor en je voelt in trainingen redelijk snel waartoe je in staat bent. Ik heb ook tijdens trainingen heel goede ritten gereden, maar een wedstrijd is elke keer weer anders. Stel, in het begin van het jaar moet ik weer aan de Holland Cup meedoen. Dan is er het World Cup Kwalificatietoernooi. Rijd ik dan goed, dan zou ik de wereldbeker in kunnen. Kijk je naar afgelopen seizoen, dan zie je dat ik nog tien seconden boven die tijden zit. En het is niet zo dat ik elke dag opsta met het idee er moet nog tien seconden af. Er dwalen meer marathondoelen in mijn hoofd rond."
Dat snap ik. Sta jij aan de start van een marathon heel anders dan op de startlijn voor een langebaanwedstrijd?
“Dat is in de loop der jaren gewijzigd. Ik denk dat ik onbevangener aan beide races begin. Voorheen was ik meer gespannen voor een langebaanrit. Dat heeft er misschien toe geleid dat het op die discipline beter is gegaan. De spanning heb ik wat meer kunnen loslaten, wetend dat ik altijd kan terugvallen op de marathon.”
Wanneer je coach dan roept dat je de motor hebt, en je hoofd werkt ook mee, dan moet het harder kunnen.
“Het lijkt me ook heel leuk stappen vooruit te kunnen doen. Het een sluit het ander niet uit, al is het dit jaar wel een beetje zo, omdat het NK Afstanden gelijktijdig is met de Weissensee. Er is geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om het natuurijs in Oostenrijk over te slaan ten behoeve van het NK Afstanden.”
Tenzij het voorseizoen iets heel anders aantoont.
“Dan moet het héél goed verlopen. En dan nog: voor mij is het ongeveer de mooiste week van het jaar. Het is wat hypothetisch te zeggen dat ik me straks plaats voor de zes wereldbekers, waardoor het allemaal wijzigt. Mocht het zover komen, dan bekijk ik het nog een keer. Het heeft op dit moment geen zin.”
Voor de volgende vraag zich opdringt, breekt Gelling zelf in. “De marathon vind ik zó mooi. Als in de wedstrijden dan ook veel lukt met de geweldige ploeg die we komende winter weer hebben, blijft het langebanen een heel individuele wereld. Die is leuk zolang het lekker gaat. Is daar geen sprake van, dan is het heel fijn dat je een marathon kunt rijden, en de week erop de volgende.”
Tot slot: als je Jorrit Bergsma zich op 40-jarige leeftijd naar een bronzen medaille op de olympische tien kilometer ziet knokken, wat denk je dan?
“Daar was ik ontzettend trots op. Prachtig!”
Vertaald naar je eigen mogelijkheden?
“Jorrit is Jorrit. Dan denk je: ja, dat zou ik ook kunnen. Alleen, Jorrit doet het en hij won die plak. Dat is zijn kwaliteit.”