“Als ik nu de World Cup haal, zou ik natuurlijk heel blij zijn. Alleen gaat dat dit jaar lastig worden”, vertelt Kai Verbij (32) op een klapstoeltje in Thialf. Tot zijn eigen verbazing kwalificeerde hij zich vorig jaar voor de World Cups, met een tijd van 1.08,74 op de 1000 meter. De voormalig wereldkampioen was nog geen jaar in training, na een schaatspauze genomen te hebben.

“Voor mijn gevoel was ik een beetje ondertraind. Ik wist niet of ik de hele World Cup-cyclus fysiek aankon. Je moet dan kiezen: train je tijdens de wereldbekerwedstrijden hard door en rijd je vervolgens de World Cups slecht? Het leek me verstandiger om thuis te blijven. Tegelijkertijd vond ik het leuk met het team (verder bestaande uit Jutta Leerdam en Ted Dalrymple, red.) en kon ik Jut helpen.”

Het is nog vroeg wanneer de wereldkampioen in zijn korte broek warmloopt rond de ijsbaan. Op de eerste verdieping maakt hij zijn warming-up af. Even later stapt de routinier met zijn lange haren en zwarte bomberjack het ijs op. Hij traint in aanloop naar het World Cup Kwalificatietoernooi (WCKT) zonder ploeg, maar wel samen met Kai in ’t Veld en Ying-Chu Chen onder leiding van Kosta Poltavets. “Ik doe het wat rustiger aan in aanloop naar het WCKT. We zijn aan het taperen. De training ging niet verkeerd, maar was ook niet geweldig.”

Trainingswedstrijd 24-10 - Kai Verbij
Verbij schaatst relaxed over het ijs. | Foto: Orange Pictures

Op het ijs rijdt Verbij ontspannen. Hij zet drie keer stevig aan voor een goede ronde, kijkt om zich heen en maakt een praatje met oud-ploeggenoot Dalrymple. “Ik weet niet of ik dit weekend ga verrassen. Ik zou heel graag willen zeggen van wel, maar op basis van wat ik tijdens de trainingen bij mezelf heb gezien, denk ik: dat mag wel wat harder.”

Underdog

Volgens de specialist op de 1.000 meter wordt in de breedte ook nog niet heel hard gereden. Dat vindt hij niet vreemd, aangezien het een jaar na de Olympische Spelen is. Sommige schaatsers zijn later begonnen met trainen, terwijl anderen juist gedrevener zijn en harder hebben getraind.

“Kijk, ik ben de underdog. Dat is een lekkere positie, maar tegelijkertijd ben ik liever de favoriet. Dan weet je dat je goed bent. Dat mis ik wel. Het brengt druk met zich mee, maar dat houdt je ook scherp. Als underdog kan die scherpte een beetje verdwijnen en moet je jezelf meer motiveren”, zegt hij.

“Je bent natuurlijk ook deels afhankelijk van je omgeving en van hoe de anderen presteren. Ik hoop zondag in ieder geval mijn beste race van het seizoen te rijden.”

Trainingswedstrijd 24-10 - Kai Verbij
Verbij mist zijn favorietenrol. | Foto: Orange Pictures

Voor Verbij draait het dit weekend om het WCKT. De wereldkampioen is nog niet bezig met het WK Afstanden. Dat doel moet eerst realistisch worden. “Als ik gedurende het seizoen groei en alles beter gaat, kan ik over dat soort dingen nadenken. Op dit moment is dat doel nog veel te ver weg. Ik wil gewoon goed worden, goede wedstrijden rijden en in ieder geval meedoen met de rest. Daarna kijk ik verder.”

En de Olympische Spelen?

Hoewel Verbij een indrukwekkend palmares heeft met meerdere NK-, EK- en wereldtitels, ontbreekt nog altijd een olympische medaille in zijn prijzenkast. “Dat is nog veel te ver weg”, lacht hij. “Ik heb twee keer aan de Spelen meegedaan en beide keren had ik pech (voor Pyeonchang raakte Verbij geblesseerd aan zijn lies, en in Beijing gooide een mislukte wissel roet in het eten, red.). Dat is zonde, want in beide gevallen had er een medaille ingezeten, maar het is niet gebeurd. Natuurlijk ben ik een beetje jaloers op sporters die wel een olympische medaille hebben gewonnen. Toch heb ik voor mijn gevoel tot nu toe een heel mooie carrière gehad en veel mooie dingen meegemaakt. Dat is voor mij het belangrijkst en daarom lig ik zeker niet wakker van.”

Dat was vroeger wel anders. De Olympische Spelen waren voor Verbij het belangrijkst, terwijl de WK's hem een stuk minder boeiden. Hij was zo obsessed met de Spelen dat hij nauwelijks van zijn wereldtitels kon genieten. Die waren voor hem vooral een mooie stap richting de Olympische Spelen.

“Maar ik zeg altijd tegen mezelf: je racet nog steeds tegen dezelfde mensen. Het is ook een momentopname en die definieert niet hoe goed je als schaatser bent. Er zijn mensen die alleen de Spelen hebben gewonnen en verder niets. Dat is niet per se goed of slecht, maar het is mooi als je meerdere keren kunt meedoen. Voor mijn gevoel heb ik dat een paar jaar gedaan.”

Medaille

Toch gelooft Verbij nog steeds dat hij een olympische medaille kan winnen. Daarvoor moet de oud-wereldkampioen in aanloop naar de Spelen van 2030 wel deel uitmaken van een team. Anders wordt het een lastig verhaal. “Ik ben nu 32. Bij de volgende Spelen ben ik 35 jaar. Het is zeker niet onmogelijk. Kjeld Nuis heeft het natuurlijk ook gedaan. Dat is superknap, maar hij zat ook in een team en heeft goede begeleiding gehad”, legt Verbij uit.

“Op dit moment ben ik een soort lone wolf. Ik zit niet bij een team en heb geen sponsoren. Daardoor is het voor mij nu ook heel onrealistisch. Maar als ik weer beter begin te schaatsen en mijn oude vorm terugvind, kan dat zeker een trigger zijn en kan ik van meerwaarde zijn voor ieder team. Toch lig ik er niet wakker van.”