Een Wennemars reguleert zijn emoties door middel van sporten. Blij en enthousiast? Hoppa, in actie. Boos? Afreageren en verzuring zoeken. Teleurgesteld omdat een Chinees dwarszat op de kruising van de 1000 meter, waardoor olympisch eremetaal werd misgelopen? Snel een plan opstellen en werken aan verbetering. Helaas ging dat laatste deze zomer niet op voor Joep Wennemars. De 24-jarige schaatser hoopte na de teleurstelling van de Olympische Spelen weer te kunnen bouwen aan een betere vorm, maar een liesblessure hield hem aan de kant.
Vooral mentaal was het een zware opgave. “Dit was de moeilijkste periode die ik ooit heb gekend”, zegt Wennemars. “Dat klinkt misschien overdreven, maar ik had er meer moeite mee dan met de teleurstelling van de Spelen. Hetgeen wat mij het meest dierbaar is – trainen en elke dag aan mezelf werken – werd mij ontnomen, terwijl ik juist daar mijn plezier en voldoening uit haal. Ik was niet meer de baas over mijn eigen lichaam. Terugkijken op Milaan werd voor mij ook lastiger. Ik zat thuis en kon niet werken aan hetgeen ik over 3,5 jaar – en komend seizoen ook al – beter wil doen. Dat frustreerde mij ontzettend.”
“Die eerste weken was ik niet te pruimen, ongelukkig en onrustig. Krijg ik dit er ook nog bij? Wanneer heb ik het dieptepunt bereikt? Uiteindelijk heb ik het kunnen accepteren en laten gebeuren. Pas als je de bodem raakt, kun je weer groeien.”
De liesklachten had Wennemars al aan de vooravond van het olympisch seizoen opgelopen. De hele winter sluimerden de problemen op de achtergrond. “Op de momenten dat ik er moest staan, kon ik het binnen de perken houden. Naar mijn gevoel heb ik honderd procent kunnen presteren. Pas op het WK Sprint zat het me dwars.” Ook in het dagelijks leven kreeg de Dalfsenaar er steeds meer last van. Omdraaien in bed deed pijn, evenals zitten op een stoel.
“Ik ging op vakantie met het idee dat rust de oplossing zou zijn. Helaas was dat niet zo. Ik kwam uit een bewogen seizoen en had allerlei ideeën waarmee ik aan de slag wilde. Tijdens de trainingen voelde ik al snel dat er iets niet goed zat in mijn lichaam. Ik was niet in balans.”
Onderzoeken volgden. “Al snel kwamen we erachter dat het peesweefsel dat vanuit mijn buik over mijn schaambot naar mijn adductoren (spiergroep aan de binnenkant van het bovenbeen, red.) loopt, had losgelaten. Dat is niet in een keer gebeurd, maar is een optelsom geweest.”
Waar Wennemars graag een stapje erbij had gedaan na het olympisch seizoen en zich had willen herpakken na de teleurstelling van Milaan, stond ineens alles stil. “Ik moest weer op nul beginnen. Rustig fietsen in combinatie met oefentherapie. Het weefsel moest natuurlijk helen en we hebben die tijd gebruikt om alles eromheen weerbaarder te maken.”
Sinds een maandje of twee heeft de rijder van Essent het goede gevoel weer te pakken. “Ik heb weer een stukje extra balans in mijn lichaam. Hopelijk levert die winst meer op dan de trainingsachterstand mij heeft gekost. Ik ben dankbaar dat ik deze stap heb gezet. Door op de rem te trappen deze zomer kan ik nog tien, twaalf jaar mee. Mijn lichaam is mijn kapitaal, daar ben ik heel zuinig op.”