Als Jillert Anema de komende weken een grote, roodkleurige boerenzakdoek tevoorschijn tovert, is dat niet omdat hij het te kwaad heeft gekregen door de prestaties van een van zijn olympische schaatsers. Het bewijs leverde de coach van Team Albert Heijn Zaanlander tijdens de eerste training op de baan in Milaan. Want terwijl Jorrit Bergsma, Marijke Groenewoud, Merel Conijn en Bente Kerkhoff een minuut of zestig sfeer proefden, met het ijs kennismaakten en vooral ontspannen in de rondte reden, graaide Anema keer op keer naar zijn ‘snotlap’. “Mensen denken altijd dat ik sta te huilen langs de baan, maar ik heb dikwijls last van de koude lucht in zo’n hal. En dan krijg ik een loopneus. Onthoud dat maar: een goede Fries heeft een loopneus….”

Zo rolden er als vanouds meer wijsheden, beweringen en andersoortige opmerkingen uit de mond van de man die intussen de zeventig is gepasseerd, na een uurtje schaatsers observeren. Hij had van alles gezien, maar vond het vooral leuk om in een soort geheimtaal zo weinig mogelijk prijs te geven, waar het schaats-technische informatie betrof. Dat doet de Spelen ook met direct betrokkenen in deze sport, ook al lopen ze al een eeuwigheid mee: het is zaak de ‘vijand’ niet wakker te schudden in de aanloop naar het toernooi.

“Zo’n eerste dag heeft heel grote waarde”, zo ging hij in op de vraag met min of meer dezelfde woorden, alleen in een andere volgorde. “Want als de eerste dag op het verkeerde moment valt, dan valt hij op het moment van de laatste dag en dan heb je er niks meer aan.” Wat Anema er mee bedoelde? Waarschijnlijk zou hij zelf ook geen uitweg meer weten te vinden in zo’n labyrint van letters. Misschien doelde hij op de chaos die een eerste dag met zich meebrengt op een groot evenement, en dan ook in een accommodatie die voor vrijwel alle schaatsers volstrekt nieuw is. “Zo’n eerste dag”, doceerde Anema plechtig verder, “wordt op een bepaalde manier ingevuld. Dat doen we dus.”

Jillert Anema in Inzell
Jillert in Inzell = Jillert in Milaan. Veel app-verkeer tijdens de training. | Foto: Orange Pictures

De coach was trouwens gedurende de oefensessie minder bezig met zijn rijders dan zijn twee collega’s Arjan Samplonius en Daan Breeuwsma. Die klokten nogal eens een rondje of gleden een stukje mee in de binnenbaan om wat aanwijzingen te verstrekken. Jillert reed zo nu en dan ook een rondje, met de handen in de zakken van zijn oranje TeamNL-jas, om een paar keer van houding te veranderen om zijn neus eens goed te snuiten. Wat Anema ook deed: heel aandachtig naar boven turen, waar tussen de verlichtingsapparatuur een stelsel van zwartgeverfde pijpen aan het plafond hangt met luchtgaten erin. “Wat ik daarvan vind? Nu nog niks, want het gaat erom hoe het werkt en dat weten we nu nog niet. Er zitten gaten in die buizen en dan is het maar net wat de mensen hier met die luchtstroom doen. Iedereen weet immers dat ik een verklaard tegenstander ben van rugwind. Die hoort niet thuis op een ijsbaan!”

Twintig jaar geleden deed hij exact hetzelfde werk, alleen een uur en drie kwartier zuidwestelijker dan Milaan. Op de Winterspelen van 2006, zo herinnerde hij zich, was er onder de mensen van Turijn niet veel benul van een olympisch schaatstoernooi dat op het terrein van Fiat werd gehouden. “Er stond een hoge muur waarvoor twee gewapende mannen de wacht hielden. Ik zei ze vriendelijk gedag en wandelde langs hen naar binnen, naar de caravan waar de accreditaties werden uitgedeeld. Ik moest m’n paspoort inleveren en kreeg een kaart.”

Jillert Anema
Foto: Orange Pictures

Terug naar het heden. In hal vijftien van het gigantische hallencomplex met de naam Fiera Milano ligt zo meteen het goud voor het oprapen. Tenminste, als er hard genoeg wordt geschaatst door de achttien uitverkorenen van TeamNL. Dus snel gewend raken aan de omstandigheden. Anema zei te hebben gezien wie er zich al thuis voelt op de piste. “Wie het meest, dat ga ik niet verklappen. Kijk zelf maar en oordeel, ik doe nooit uitspraken over schaatsers.” Tijdens het weekend van de laatste wereldbeker in Inzell ging de inwoner van Bontebok in op het belang van timing bij schaatsers, door atleten meestal uitgedrukt als ‘ze lekker raken’. “Dat is hier van heel groot belang. Blijkt de timing al aardig te kloppen, dan kun je dat verder perfectioneren. Ik kan er niet veel meer over vertellen; de tijden maken straks duidelijk of de timing echt goed is. Wat Arjan vandaag heeft gedaan, is tijden met de hand klokken. Dat deed hij meer omdat hij een beetje verslaafd is aan klokken. Ik aan het kijken naar schaatsers.”

Tja, en wat had Anema dan geconstateerd. Hij lachte hard, het ging al bijna naar het van hem bekende schateren toe. “Ik heb wel mensen gezien die het nog niet hadden. Sander Eitrem had het lastig ten opzichte van wat hem in Inzell is overkomen…” Ah ha, dat was een interessant tipje van een sluier: Eitrem, de nieuwe wereldrecordhouder, de man die als eerste schaatser op de vijf kilometer onder de zes minuten wist te blijven. Legendarisch. “Voor de schaatsfan was dat geweldig om te zien, dat klopt. Eitrem had hier vandaag nog niet wat hij daar had. En de onzen hadden het in Inzell niet, dat kon je toen wel goed zien, haha. Of het hier verandert? Dat weet ik nog niet. Het wordt afwachten of onze training en periodisering helemaal naar boven komen.”

Collega Samplonius kwam langslopen met het gehele Zaanlander-gezelschap in zijn kielzog. “Jillert, stoppen met dat interview, we moeten de bus halen!”, riep hij. “Je hoort het: ik moet weg. Ik heb m’n best gedaan. Fijne Winterspelen!”