Maar Silovs, 39 jaar geleden geboren in Riga en schaatser van 2007 tot en met de Winterspelen van Beijing, vond het toen én nu nog steeds niets bijzonders. “Als je van sport houdt, gewend bent aan hard trainen en afzien, dan doe je dit soort dingen. Ik was me er niet van bewust dat het speciaal zou zijn.” Het is niet het antwoord dat je verwacht wanneer je met deze man in zijn geschiedenis wilt duiken vanwege de uitzonderlijke combinatie. De aanleiding: later deze week mag Suzanne Schulting zich ook een rijder noemen die het op beide schaatsonderdelen tot de Spelen heeft geschopt. Ze reed vorige week de 1000 meter op de langebaan, en mag vrijdagavond vanaf 20.15 uur haar kunsten vertonen als shorttracker op de 1500 meter voor vrouwen.
Hoe Silovs er namens Letland toe kwam, is een grappig verhaal met een prominente rol voor Jeroen Otter. De Amstelvener was gedurende het eerste decennium van deze eeuw een ondernemende schaatscoach van een internationaal shorttrackgezelschap dat Calgary als basis had. Silovs behoorde tot die groep. “Langebaantraining maakte deel uit van ons shorttrackprogramma. Jeroen zei in de zomer tegen me: ‘Je rijdt behoorlijk op de langebaan. Laten we een paar races proberen’. Mijn eerste wedstrijd in augustus 2007 was een drie kilometer die ik in 3.54 deed, een aardige tijd die internationaal nieuwsgierigheid opwekte. ‘Wie is dat, die Silovs?’ Otter wilde meer.”
Anderhalf jaar later stelde hij voor een vijf kilometer te proberen en sloot een weddenschap af met een andere coach. ‘Haralds rijdt onder de 6.30’, meende hij. “Ik had geen idee, want had me niet eerder aan zo’n afstand gewaagd”, herinnert Silovs zich. “Ik finishte in 6.27. ‘Je kunt je gemakkelijk plaatsen voor de Spelen van Vancouver. De kwalificaties zijn in Calgary en Salt Lake City’, reageerde Jeroen. Nou, dat leek me wel iets.”
Silovs op de Spelen van 2014 - 2022
Haralds Silovs heeft op vier Olympische Spelen zijn best gedaan om in de medailles te vallen. Een keer, in 2018, was hij heel dicht bij het erepodium, toen hij als vierde eindigde op de 1500 meter (drietienden an het brons).
Zijn uitslagen:
2010
Shorttrack: 1500 meter halve finale 4e
1000 meter kwartfinale 4e
500 meter kwartfinale 3e
Langebaan: 5 km 20e, 6.35,69
2014
Langebaan: 500 meter 39e 36,12 en 38e 36,32
1000 meter 24e 1.10,29
1500 meter 14e 1.46,79
2018
Langebaan: 1500 meter 4e, 1.45,25
1000 meter 15e, 1.09,50
2022
Langebaan: 1500 meter, 24e, 1.48,24
mass start, 9e halve finale
Hij plaatste zich in oktober 2009 moeiteloos voor de olympische shorttrackafstanden, en twee maanden nadien werd in de World Cup de drempel genomen van de 5000 meter (6.17,13) op ’s werelds snelste ijsbaan in Salt Lake. Zijn trip naar de VS gebruikte hij gelijk om enkele andere nationale records van Letland scherper te stellen: 1.10,09 op de 1000 meter en 1.44,17 op de 1500 meter. Saillant detail: hij schaatste met shorttrackschoenen. “Ik had geen geld voor langebaanschoenen. Vanaf dat moment wisten we dat ik kon meedoen aan de Spelen. Uit het schema bleek dat ik alleen de combi zou kunnen maken van de vijf kilometer langebaan en shorttrack dat mijn prioriteit zou zijn. Weliswaar zou ik op dezelfde dag twee races moeten doen, maar dat interesseerde me niet. Fysiek zou het geen enkel probleem vormen, want ik zou met gemak twee vijf kilometers achter elkaar aankunnen en dan nog shorttrack. Mede doordat ik een shorttrack-mentaliteit had, die totaal anders is dan die van een langebaanschaatser.”
Gezien de geringe ervaring op de langebaan gooide Silovs een medailleverwachting direct aan de kant. Zijn voorbereidende maanden waren ook niet van dien aard dat hij veel kon verwachten. Niet een keer schaatste hij een geweldige tijd. Bovendien worstelde hij met zijn materiaalafstelling en op de dag van de vijf kilometer in Vancouver (13 februari 2010) begon hij uit lijfsbehoud wat te voorzichtig. “De laatste zeven ronden gingen steeds sneller, waardoor ik na afloop concludeerde dat er meer had ingezeten.” De 6.35,69, goed voor de 20e plaats, was niks bijzonders. “Ik reed ’m voor de uitdaging, die misschien nog groter was toen ik naar de andere kant van Vancouver moest zien te geraken voor de shorttrackrace.
“Gelukkig had de organisatie het uitstekend geregeld. Er stond een shuttlebus klaar voor me. Ik nam kort de tijd om de media te woord te staan, deed snel een cool down en ik denk dat ik een kleine twee uur voor mijn eerste wedstrijd in het shorttrackstadion arriveerde. Sven Kramers winnende vijf kilometer heb ik niet gezien. Daar was ik helemaal niet mee bezig. De focus lag op presteren in shorttrack waar ik kansen had. En twee sporten tegelijk aanpakken had te maken met het feit dat het m’n eerste Winterspelen waren. Dat betekende veel, een groot moment in m’n leven. Door eerst de langebaanwedstrijd af te werken kon ik alvast wennen aan de Spelen, het voelen van de druk, de camera’s die op me gericht waren, en al het publiek. Dat brak figuurlijk het ijs een beetje, zodat de nervositeit verdween. Ik had ook het idee dat ik klaar was toen ik voor de eerste keer het ijs opstapte in het Pacific Coloseum (de locatie in Vancouver, red.).”
Het blijft Silovs verbazen dat de mensen zich hem herinneren doordat hij de truc special uithaalde van twee disciplines op een dag. “Ik was al Europees kampioen shorttrack geweest. Ik heb altijd gevonden dat die titel veroveren moeilijker is geweest dan de dubbel te proberen op de Winterspelen. Toen Otter en ik de kans zagen hebben we die gepakt. Alles klopte, de locaties, de logistiek. Ik ben blij het zo te hebben gedaan. Vancouver was geweldig, er hing in de gehele stad een ongelooflijke sfeer, zeker in vergelijking met de Spelen in Sochi en Beijing waaraan ik ook heb meegedaan. Die heb ik ervaren alsof ze zich in een soort kunstmatige, afgeschermde bubbel afspeelden. Pyeongchang was weer anders: Azië, ver weg van de westerse wereld.”
Silovs experiment kreeg tot op de dag van vandaag amper of geen navolging, sowieso niet op een dag in twee disciplines. Jorien ter Mors stortte zich met succes op de langebaan en shorttrack (in 2018 goud op de 1000 meter langebaan, brons op de aflossing shorttrack). “Ja”, werpt hij op, “het moet vooral passen, ook qua voorbereiding. Thialf is een uitstekende plaats om twee disciplines samen te beoefenen. Maar hoe organiseer je dat, als je in een nationale ploeg zit, met wisselende programma’s. De combinatie is logistiek gezien een grotere uitdaging dan in fysieke zin.”
Zou het toch niet iets zijn voor Jenning de Boo. Hij werd wereldkampioen shorttrack én ondertussen ook op de langebaan. “Ik weet niet wat ik hem zou adviseren, want dit is iets persoonlijks. Jenning is een exceptioneel atleet, dat staat buiten kijf. Als hij de uitdaging erin zou zien, zou hij die aangrijpen. Maar De Boo zou ook graag de olympisch kampioen willen zijn. Daar moet hij superscherp voor zijn. Vergeet niet dat er een verschil tussen mij en hem: ik ging niet naar de Spelen als de topfavoriet, of zelfs als medaillekandidaat. Jenning wel. Hij heeft de capaciteiten om beide te doen.”