Heel bijzonder: hij was de eerste rijder die de training voortijdig afkapte, terwijl deze man normaliter niet van de ijsbaan te slaan is. “Ik was zaterdagavond zo kapot, die vermoeidheid was in mijn lichaam blijven hangen”, aldus Jens. Zolang de Winterspelen aan de gang zijn, kan de 24-jarige Van ’t Wout niks meer gebeuren. Ergens in zijn hoofd rouleert vast nog een plan om het goud van de 500 meter ook maar in te palmen. Sterker is echter de wens met de mannen door te dringen tot de A-finale op de relay. “Dat is nu het hoofddoel. Ik voel me fit, maar de 500 meter is een lastig nummer. Weet je, ik zal zo hard rijden als ik kan. D’r is verder niet veel aan te doen. De mannenaflossing is een speciaal evenement voor ons, voor Nederland bedoel ik, want daarop hebben we nog nooit een medaille behaald. Dat wil ik erg graag, met Melle erbij in de ploeg”, benadrukte hij. “Die rijdt op het moment superhard, hij heeft echt kans om ver te komen op de 500.”
Wat van ’t Wout wel weet is dat hij de eerstvolgende huldiging in het TeamNL Huis – die van de 1500 meter staat nog in de planning – niet zal doen zonder zijn broer. “Als men dat nog een keer wil, moet Melle mee. Hij is mijn broer, mijn grootste supporter die alles voor mij heeft gedaan en nog doet. De gouden medailles die ik heb, zijn ook zijn medailles. Die huldiging na de 1000 meter voelde daarom half.”
“Eerst maar kijken of ik mee mag”, reageerde Melle van ’t Wout een minuut of tien later. “Wij zijn helaas niet de baas over dit soort dingen. Ik krijg in elk geval veel energie van een huldiging en heb daarnaast ontzettend veel zin om zelf te racen.” Maandag staat hij aan de start van de voorronden op de 500 meter. Ik heb er niets te verliezen, en nu nog minder omdat Jens zoveel succes heeft. Dat geeft me een boost.”
Net als Jens is het doel racen om ervan te genieten. “Ik denk zelfs dat ik dat nog beter kan dan Jens. Ik hoef alleen te kijken waarvandaan ik kom. Kwalificeren voor de Spelen vormde een mooi doel, al was het nooit heel realistisch. Ik gebruikte het evenement als richtpunt. Dat ik nu hier mag rijden, dat ik de kwartfinale op de mixed team relay heb geschaatst: alles is een bonus. De World Tour was een bonus, al die B-finales idem dito. Nee, mijn grootste streven was om te zorgen dat ik dit kon meemaken. Als je dan ziet wat Jens allemaal klaarspeelt… Ik ben zo blij, man!”
Hij greep terug op de World Cup van oktober 2022 in Salt Lake City. “Ik was er toevallig bij toen Jens goud won op de 500 en 1500 meter, omdat Teun Boer vanwege een positieve coronatest op zijn hotelkamer moest blijven. Ik werd ingevlogen, was net redelijk hersteld van mijn rugblessure. En nu ben ik ook hierbij. Het heeft zeker zo moeten zijn.”
Na de kwartfinalerit van de 1500 meter vertrouwde Melle bondscoach Niels Kerstholt toe dat zijn broer zou winnen. “Ik had gezien dat hij de sterkste was van allemaal. Het is zo bizar dat hij intussen tweevoudig olympisch kampioen is. Dat heeft hij zelf gedaan, ongeacht dat hij zegt dat hij die plakken aan mij heeft te danken. Ik heb zoveel aan hem gehad, sta hier op de Spelen, kan elke dag achter hem aan jagen en beter worden dan ik was. We doen alles samen, en dat zal nooit veranderen. We moeten alleen zorgen dat we na deze dagen vol gekte wat kalmeren. Jens sliep vannacht slecht, ik had na de 1000 meter vooral een slapeloze nacht.”
Jens voor, Jens na. Andersom is het precies hetzelfde. "We zijn gezegend", zo erkende Melle, “dat we shorttrack hebben gevonden. Ik zou andere sporten hebben kunnen beoefenen, Jens totaal niet. Hij kan alleen shorttracken. Op de fiets is hij niks, in het krachthonk stelt hij weinig voor, hoewel hij er door al die trainingen best sterk uitziet. Toen shorttrack in Canada (waar ze een periode woonden, red.) op ons pad kwam, was dat prima voor mij. Voor Jens betekende dat puur geluk. Hij is er extreem goed in geworden.
“IJshockey deden we ook in onze jeugd, maar daarin was hij heel zielig. Ik schopte het steeds tot de A-ploegen bij de try-outs, hij belandde altijd in een lager team.” Melle grinnikte. “Ik zie nu zo weer die kleine Jens voor me. Jullie kennen hem niet van vroeger, wanneer mijn vader en ik in de tuin honkballen naar elkaar gooiden. Dan wilde Jens ook meedoen.” Van ’t Wout maakte een gebaar van hulpeloosheid en zuchtte demonstratief. “Hij mocht gooien, maar niet een bal kwam in onze handschoen terecht. De ene keer gooide hij te ver, de volgende worp was te kort. Jens kon de hele tijd op zoek naar de ballen in de bosjes.” Melle stopte zijn relaas. “Kijk nu naar Jens: hij is gewoon twee keer olympisch kampioen. Dat is sick.”