In de videoreportage doet Jens van ’t Wout (23) een paar opvallende uitspraken. ‘Ik heb buiten het team niet echt vrienden, dus het sociaal leven is een beetje weg. Het is gewoon altijd trainen…’

Besefte je wat je zei, Jens?
Jens van 't Wout: “Ja, het klinkt gek.”

Het klinkt heel zwaar. Want hoe is een leven zonder vrienden?
“Ik heb mijn familie altijd om me heen. Dat is goed. Laatst hoorde ik een verhaal van mijn vriendin Zoë over een vriendin die zich aansloot bij een Utrechtse studentenvereniging en allerlei dingen moest doen. Ik dacht meteen: hier zou ik geen zin in hebben. Totaal niet. Dat hele studentenleven is niks voor mij.”

Jij groeide als kleine jongen op in Canada. Hoe was het leven daar dan?
“Best normaal, denk ik. Ik had er m’n vrienden op het ijs. Ja, alleen je wisselt van school naar school naar school bij topsport. Goede schoolvrienden maak je dan niet. Of beter, ik in elk geval niet. Ik zat vaak met mijn broer Melle in de klas; hij is mijn beste vriend. In het huidige team heb ik Zoë ontmoet. Verder ben ik heel close met Selma (Poutsma, red.), Melles vriendin. Op die manier heb ik een kleine vriendengroep waarin iedereen dezelfde sport bedrijft, wat het makkelijker maakt. Natuurlijk zijn mijn teamgenoten ook vrienden, maar zij zijn een soort familie met wie ik continu op pad ben. Ik bedoel meer dat ik buiten het schaatsen niet zoveel mensen ken. Als ik een keer door Heerenveen loop en ik zie jongeren van mijn leeftijd, zul je mij niet horen zeggen: die ken ik.”

Maakt het je leven als shorttracker makkelijker? Want vrienden zijn fijn, maar kunnen ook ballast worden.
“Sommige mensen willen vaak in het weekend iets met hun vrienden doen, wat energie kost. Ben je een persoon die daar makkelijk mee omgaat, dan is dat prima. Alleen ben ik zelf niet iemand die dat graag doet. Ik lig liever met Zoë in bed naar een serie te kijken. Af en toe wil Zoë ook iets doen, maar ze is dan ook moe van de training." Grinnikend: "Wij hebben echt een toprelatie zo.”

Daarom hoef je ook niet na te denken over een bestaan zonder shorttrack. Volgens mij kun je je dat niet eens voorstellen.
“Ik heb er nog nooit over nagedacht wat ik na het schaatsen zou willen doen. Wat ik wel weet is dat Melle, Selma, Zoë en ik altijd heel hecht zullen blijven. Ook na het schaatsen. Dus ik maak me eigenlijk nergens zorgen over. En anders keer ik toch ergens terug in het schaatsen, als assistent, coach of zoiets waarschijnlijk.”

Ik word weleens antisociaal genoemd, maar dat maakt me niets uit
Jens van 't Wout
"Als m'n lichaam het volhoudt, kan ik tot ongeveer mijn dertigste shorttracken. Daarna kan ik altijd nog gaan studeren." | Foto: KNSB - Shapevisions

Je hebt natuurlijk al een soort bezigheid met je eigen kledingmerk Druppel. Neemt dat veel tijd in beslag?
“Best wel. We zijn er nu wat meer mee bezig. Ik doe dat met Melle en Dylan Hoogerwerf (oud-shorttracker, red.), een schaatsvriend die ik supergoed ken. Die kleding is een leuke afleiding, net als het sleutelen aan mijn motoren, samen met mijn vader. Er komen steeds meer jongens - shorttrackers en langebaners - die hun motorrijbewijs aan het halen zijn. Ik weet niet of dat mijn slechte invloed is, maar dat is ook grappig.”

Bij het fenomeen vriendengroepen heb jij geen speciaal gevoel, hè?
“Nee, helemaal niks. Ik word wel eens antisociaal genoemd, haha, maar dat maakt me niets uit. Ik voel me goed in het team waarmee ik ontzettend leuke, gezellige dagen kan hebben.”

Van ’t Wout keerde na het behalen van zijn havo-diploma in 2022 niet meer terug in de schoolbanken. Het is niet dat hij een hekel heeft aan studeren. “Mijn vader heeft Melle en mij altijd voorgehouden dat we eerst kunnen sporten en daarna nog studeren. Zo is het: als mijn lichaam het volhoudt, kan ik tot ongeveer m’n dertigste shorttracken. Na de Spelen van Beijing heb ik gezegd: ik ga nu volle bak trainen voor de volgende Spelen. Alles moet daarvoor aan de kant en dan kijk ik wat het kan worden. Het heeft goed uitgepakt dat ik de focus vol op de sport heb gericht. Later kan ik studeren, misschien doe ik de trainersopleiding wel.”

Ben je nóg gekker geworden van shorttrack dan je al was voor Beijing?
Ja, het was apart dat er in het seizoen na Beijing plotseling geen school meer was. Ik had vlak daarvoor mijn havo-diploma behaald. Oké, wat ga ik nu tussen de middag doen? Want eerder was ik met m’n havo bezig. Toen brak er een periode aan waarin ik alle filmpjes, video’s en noem maar op over shorttrack op YouTube had gezien. Ik kon niets meer vinden dat nieuw was voor me. Vervolgens ben ik gaan gamen en ontstond de interesse voor motoren. Dat heeft mijn creatieve kant gestimuleerd."

Probeer het eens onder woorden te brengen, wat je van binnen voelt voor dat shorttracken.
“Ik zie de manier van schaatsen een beetje als kunst. Supermooi om te zien. Ook al schaats ik zelf niet, ik kijk heel graag naar wedstrijden. Junioren, senioren, dat maakt me niet uit. Ik vind het zo mooi om te zien hoe het werkt. Het overstappen, de messen, de ijsbreker, de inhaalacties, de valpartijen. Als een miljonair naar een krasje op een schilderij van een miljoen euro kijkt, dan denkt-ie: die wil ik. Zo'n liefde heb ik ook voor het schaatsen. Ik houd er superveel van.”

Wat William Dandjinou doet dan…, jouw grote rivaal?
“Supermooi. Dat is ook kunst.”

Is jouw kunst mooier dan de zijne?
“Mijn kunst moet zijn kunst verslaan. Ik moet hem overbieden. Wat hij de voorbije twee jaar heeft gedaan – zijn manier van racen – is zeker iets wat ik bewonder. Ik ben onder de indruk van wat hij heeft gedaan. Maar ik weet dat ik dat net zo goed kan. Dat doe ik ook, er moet alleen een stapje bij. Het is nu kijken naar wat ik moet doen om er nog mooiere kunst van te maken.”

Jens  van 't Wout
Jens van 't Wout verschaft de NOS-radioman tekst en uitleg over zijn olympische campagne. | Foto: Hanneke Mennens