Larissa van der Zeeuw was al vroeg op de ijsbaan te vinden. Op vierjarige leeftijd begon ze met kunstschaatsen. “Zo rond mijn negende kwam ik in de gewestelijke selectie, en vijf, zes jaar later in de subtop van het nationaal trainingscentrum (NTC) in Zoetermeer. Dat veel sporters, ook als ze stoppen, betrokken willen blijven bij datgene waar ze zich jarenlang mee bezig hebben gehouden, gold ook voor mij.

Toen ik in 2006 stopte met schaatsen, werd ik bijna direct gebeld door de voormalige bondscoach, of ik Technical Specialist wilde worden. Na een verplichte pauze van twee jaar – anders sta je nog te dicht bij de sporters – begon ik in 2008 aan de cursus en haalde ik in 2009 mijn diploma. Ik wilde graag iets blijven doen in het kunstschaatsen, omdat ik het zo lang gedaan heb en het blijft toch altijd mijn passie.”

Wat houdt je taak precies in?
“Vroeger had je alleen een jurypanel in het kunstrijden. In het huidige systeem is daar een technisch panel bijgekomen. Als Technical Specialist vorm je samen met een Assistant Technical Specialist en een Technical Controller het technisch panel, en beoordeel je de kunstrijder of –rijdster op de kwantiteit. Dat wil zeggen: welke sprongen er worden uitgevoerd en welk level er kan worden toegekend aan de pirouettes, passenseries en zweefstandenseries.

Het jurypanel is dan weer verantwoordelijk voor de kwaliteit daarvan. Zij hebben de mogelijkheid om ‘plussen’ of ‘minnen’ toe te kennen aan de uitgevoerde elementen. Dit kan variëren van +3 tot -3. De uiteindelijke waardering voor de kür wordt bepaald door de twee panels samen.”

Wat zijn de leuke en minder leuke kanten?
“Ik vind het vooral leuk dat je het schaatsen nu vanuit een heel andere kant bekijkt. Als schaatser ben je zenuwachtig omdat iedereen – inclusief de jury en het technisch panel – naar je kijkt en op je let. Nu maak ik deel uit van het technisch panel en ben ik degene die kritisch toekijkt. Mindere kanten kan ik eigenlijk niet bedenken. Nee, ook niet als mensen het niet eens zijn met mijn beoordeling. Dat is nou eenmaal de consequentie van een jurysport.”

Is ‘Technical Specialist’ een moeilijke functie?
“Zelf vind ik het niet zo moeilijk, ook omdat ik natuurlijk lang heb geschaatst. Maar ik kan me voorstellen dat het voor anderen, die de ervaring niet hebben, wel pittig is. Je moet de ISU-regels uit je hoofd kennen, want tijdens de wedstrijd heb je geen tijd om dat even op te zoeken. Ook moet je goed op de hoogte blijven van regelwijzigingen die elk seizoen plaatsvinden.

In het begin is het wel even wennen, vooral in de functie van Assistant Technical Specialist. Je moet veel taken tegelijkertijd uitvoeren. De Technical Specialist zelf kijkt alleen naar de elementen die worden uitgevoerd en geeft aan de Assistant en de Technical Controller door wat hij heeft gezien. De Assistent moet dat opschrijven, maar ook zelf kritisch meekijken naar de uitgevoerde elementen. Bovendien moet je als Assistant aan de hand van het planned program (dat de kunstrijders inleveren voor de wedstrijd) elk element dat komen gaat doorgeven aan de Technical Specialist. Daar moet je wel even handigheid in krijgen.”

Helpt de ervaring als kunstrijdster?
“Absoluut. Hierdoor ken ik alle elementen en dat is zeker een voordeel.”

Nu doe je alleen nationale wedstrijden, wil je ook internationaal gaan jureren?
“Als dat kan, graag! Maar daarvoor moet je eerst een paar jaar ervaring hebben om te kunnen doorstromen. EK’s, WK’s en Olympische Spelen zijn natuurlijk hartstikke leuk, maar nu nog een ver-van-mijn-bed-show.”

Welke vrijwilliger wilt u graag terugzien in de 'Vrijwilliger van de Week', en waarom? Laat het ons weten door een mail te sturen naar redactie@schaatsen.nl!