In het vernieuwde ijspaleis van Heerenveen ging Janneke Ensing in de finale onderuit. Was niet veel aan te doen, aanvaring met Merel Bosma. Dat gebeurt, erkende Ensing. Maar ze signaleert de laatste tijd wel veel valpartijen in het peloton. En dat heeft volgens de rijdster uit Gieten wel degelijk een oorzaak.

Het peloton bij de dames is te groot, oordeelt Janneke Ensing. En als de koers dan niet selectief genoeg is, kan er van alles gebeuren. Heerenveen was zo’n wedstrijd. ’’Er gebeurde in de koers helemaal niets. Lollobrigida was er niet bij, waardoor anderen denken punten te kunnen pakken of te kunnen winnen. En dus wordt er vanaf het begin aangestuurd op een massasprint. Gevolg is dat de hele wedstrijd zo’n enorm grote groep bij elkaar blijft. Dan krijg je veel valpartijen, veel duwen en trekken. Chaos. Daar zit niemand op te wachten.’’

Punt is, vervolgt Ensing, dat in het peloton van zo’n negentig rijdsters ook het niveauverschil te groot is. ’’Dat zie je als het een keertje echt hard gaat. Dan blijven er een stuk of veertig over. Maar als er niets gebeurt, gaat bijna iedereen mee naar de streep. Dan is het wachten op ellende.’’

Ze vindt het ook opmerkelijk dat er ineens zo’n groot peloton staat. ’’Veel rijdsters hebben blijkbaar de stap gewaagd. Maar ik kijk wel eens bij wedstrijden in het gewest of van de regiotop en dan zie ik dat het niveauverschil heel groot is. Als die meiden dan opeens naar tachtig rondjes in de Topdivisie gaan, is dat een heel grote stap.’’

Ensing zit gevoelsmatig een beetje in een spagaat. ’’Aan de ene kant vind ik het geweldig dat er zoveel meiden rijden, dat de marathon zo populair is. Mooi om te zien. Aan de andere kant heb ik het gevoel dat je misschien toch toe moet naar een deling van het peloton, net zoals dat bij de heren gebeurt. Een Topdivisie en Beloften. Ik denk ook dat de wedstrijden daar leuker van worden. Het wordt overzichtelijker, je kunt makkelijker gaten laten vallen, krijgt meer actie.’’

Die deling van het peloton zou ook voor de jonge en beginnende rijdsters leuker moeten zijn, verwacht Ensing. ’’Laten we eerlijk zijn, als het echt hard gaat, liggen een boel meiden er heel snel af. Dat werkt niet motiverend. Als je die rijdsters dan na een paar jaar weer kwijtraakt, is dat jammer voor de sport. Maar rijden die meiden een wedstrijd met anderen van gelijk niveau, dan kunnen ze koersen uitrijden, misschien meedoen om de winst of zelfs winnen. Daar hebben ze meer plezier aan, maar worden ze zeker sterker van, en dan kunnen ze de stap naar de Topdivisie maken.’’

Het is haar idee, stelt ze voor de duidelijkheid. ’’Ik weet dat anderen er anders over denken.‘’ Logistiek is het ook best lastig te realiseren, beseft Ensing. ’’Heel eerlijk, ik zou ook niet weten wanneer je zo’n wedstrijd voor een extra divisie zou moeten plaatsen. Maar ik denk wel dat alles er leuker van wordt.’’

Ensing, zaterdag weer aan de start in Haarlem, ziet ook graag meer actie in de eigen wedstrijden. Die zijn niet hard en niet spectaculair genoeg, stelt ze. ’’Ik vind het jammer dat de sprints er tussenuit zijn gehaald. Het klassement wordt er misschien aantrekkelijker van, maar de wedstrijden wooden doodser. Het ging niet eens zozeer om die sprint zelf, maar daarna werd er wel vaak aangevallen. Nu valt het vaak gigantisch stil en dat is jammer. We hebben er wel tien rondjes bij gekregen, maar in die rondjes gebeurt er ook niet méér. Als je rondjes extra hebt, máák er wat van, denk ik dan.’’