Arjan Stroetinga is titelverdediger, zondag in Groningen. Mariska Huisman niet. Die eer is weggelegd voor Foske Tamar van der Wal, die net als ‘Stroet’ een jaar geleden in Dronten zegevierde tijdens een NK dat zich kort na het overlijden van Sjoerd Huisman in een bizarre sfeer voltrok. Een NK dus ook zonder Mariska Huisman, de vrouw die in de laatste vier jaar daarvoor twee keer won.
Dat ze daar zondag een derde titel aan toevoegt, is helemaal niet ondenkbaar. Mariska Huisman is onmiskenbaar de vrouw in vorm. Het duurde even voor ze dit seizoen op gang kwam, maar de laatste weken is ze dan ook nauwelijks te stoppen. De Noord-Hollandse uit de ploeg van Haardhout.com reeg de zeges aaneen: Flevonice, Rotterdam, Groningen, Enschede. De laatste drie zelfs op rij.
De kracht van Mariska Huisman, 31 jaar inmiddels, ligt niet alleen in haar snelheid. Natuurlijk wint ze veel wedstrijden in de sprint, maar Huisman kan veel meer dan dat. De vrouw uit West-Graftdijk is enorm veelzijdig en daarnaast zelden te betrappen op een foutje. In finales is Huisman koud als het ijs zelf. Zelden een misslag of een vleugje onbalans.
Ze lacht bij die constatering, maar geeft toe dat het wel klopt. ’’Heeft misschien te maken met het veel rijden van finales’’, denkt ze. ’’Met al die ervaring weet ik natuurlijk precies wat ik doe. Het is zeker niet zo dat ik denk ‘oh, de bel’ en dan maar een beetje op goed geluk naar de streep rijd. Als ik de laatste ronde in ga, zit alles al in mijn hoofd. Dat scheelt. En inderdaad maak ik weinig misslagen. Gelukkig.’’
Huisman liet het na de race in Enschede al weten. Wat haar betreft is ze zeker niet de torenhoge favoriet. Daarvoor komen er volgens haar te veel vrouwen ook in aanmerking voor de titel, met eigenlijk Foske Tamar van der Wal en Irene Schouten voorop. Geduchte concurrentes, vindt Huisman. ’’Van der Wal is niet voor niets de regerend Nederlands kampioene, en Irene Schouten is gewoon hartstikke snel. Dat heeft ze dit seizoen al meerdere keren laten zien.’’
Van dat duo weet Foske Tamar van der Wal natuurlijk heel goed hoe het is Nederlands kampioene te worden. De 28-jarige schaatsster heeft twee titels op haar palmares staan: eentje in, zeg maar, haar eerste marathonloopbaan, en natuurlijk die van vorig jaar, toen Van der Wal al lang en breed haar tweede leven op de marathon leefde nadat ze enkele jaren was gestopt met schaatsen. En Van der Wal weet nog iets heel goed: dat ze zondag 4 januari in haar eigen Kardinge ook weer met de krans om haar schouders wil staan.
Aan honger dan ook geen gebrek bij Foske Tamar van der Wal. ’’Nee, zeker niet. Deze wedstrijd staat al bovenaan mijn lijstje vanaf het moment dat ik wist dat het NK in Kardinge zou worden verreden. Dat is mijn baan. Een thuiswedstrijd.’’ Ze rijgt dit seizoen de zeges niet aaneen, maar ze weet als geen ander dat zoiets ook geen garanties geeft. Twee jaar terug won ze zo’n beetje alles, behalve het NK. ’’Ik heb het idee dat ik er klaar voor ben, dat is het belangrijkste. Op een NK wil je goed zijn en ik denk dat ik dat ben. Maar het zijn altijd aparte wedstrijden, het blijft altijd afwachten.’’
Vorig jaar veroverde ze de titel in een vreemde ambiance. Van der Wal begroette haar winst ingetogen. Een gebald vuistje, meer niet. Ze is er niet meer mee bezig, heeft niet het gevoel dat ze nu opnieuw moet winnen om het echt te kunnen vieren. ’’Ik ben alleen bezig met het NK op zich. Het is mooi dat het in Groningen is. Ik heb daar de afgelopen weken toch iets vaker getraind om te kunnen wennen aan de baan en de omstandigheden.’’
Over het wedstrijdverloop kan ze niets zeggen. ’’Dat is niet te voorspellen. Voor mij staat alleen vast dat het spektakel wordt, zoals we dat dit seizoen vrijwel elke wedstrijd laten zien. Iedereen is er. Iedereen zal haar rol willen spelen. We zullen zien hoe het uitpakt.’’
Als het gaat om historische titels, dan komt zeker ook Arjan Stroetinga in beeld. De automonteur uit Waskemeer heeft er al vijf achter z’n naam staan, een aantal dat door geen enkele andere rijder ooit is gehaald. Alleen bij de vrouwen heeft Stroetinga een evenknie in de persoon van Atje Keulen-Deelstra. En Stroetinga is ‘pas’ 33 jaar, heeft nog voldoende passie en drive om het nog even vol te houden. Sterker, Stroetinga lijkt nog elk jaar beter te worden. ’’Ik ben absoluut nog gretig’’, beaamt ‘Stroet’. ’’Een titel is altijd mooi en als ik de kans daarop krijg, laat ik ‘m zeker niet glippen.’’
En Stroetinga mag dan normaal nuchter zijn, hij wordt zeker geprikkeld door het idee een reeks te kunnen neerzetten die niemand ooit meer zal evenaren, laat staan verbeteren. ’’Vijf titels is al lastig, zes is natuurlijk nog weer moeilijker. Ik zou daarmee heel graag de boeken in gaan.’’
Nadeel voor Stroetinga is dat hij deel uitmaakt van A-ware/Fonterra, de ploeg die veel meer potentiële winnaars herbergt. Bob de Vries, Jorrit Bergsma, Ingmar Berga – al twee keer kunstijskampioen – zijn zonder twijfel kanshebbers. Een luxe positie, beseft Stroetinga. ’’We zijn niet afhankelijk van één man, dat is lekker. Maar uiteindelijk zal de koers bepalen hoe we het gaan aanpakken. Feit is wel dat dit NK enorm leeft binnen onze ploeg. Het is de belangrijkste wedstrijd van het seizoen op kunstijs.’’
En de concurrentie? Tja. Die zou kunnen komen van Frank Vreugdenhil, de man van Husqvarna/Primagaz die momenteel in bloedvorm steekt en al twee keer won dit seizoen. Mooie symboliek: Vreugdenhil rijdt met het beennummer 69. Dat behoorde ooit toe aan Bertjan van der Veen, die er drie titels mee bij elkaar reed. Verder is het de vraag wat Van Werven kan in dit NK. De ploeg van coach Roy Boeve heeft de wind niet mee, maar misschien kan in Kardinge het kantelpunt komen. Mannen als Gary Hekman en Thom van Beek zijn nooit kansloos.
Maar misschien komt de meeste weerstand wel uit ‘eigen’ huis. De mannen van Tjolk, ook een team van Jillert Anema, zijn omerkelijk sterk. Dat ontlokte Anema al eens een veelzeggende uitspraak. ’’Onze grootste concurrenten rijden niet in het geel en groen, maar komen uit eigen gelederen.’’