Ook al zag iedereen het in de laatste ronden aankomen, het duurde een paar seconden voordat het echt landde. 5.58,52. Op het scorebord. De 23-jarige Sander Eitrem mocht zich de eerste man ooit noemen die de 5000 meter onder de zes minuten reed. En dat niet in Salt Lake City of Calgary, maar op het ijs van Inzell. Langs de boarding stonden schaatsers, trainers en fans in tranen. Iedereen wist: dit is schaatsgeschiedenis.
Het wereldrecord van Timothy Loubineaud (6.00,23) eerder dit seizoen gereden in Salt Lake City, werd met bijna anderhalve seconde verpulverd. En dat terwijl de Fransman twee ritten eerder, in een rechtstreeks duel, nog het baanrecord van Davide Ghiotto had verbeterd. Tien minuten later zag de Fransman zijn mondiale toptijd, net twee maanden oud, alweer verdwijnen.
Dat Eitrem hier geschiedenis schreef, was vooraf allesbehalve vanzelfsprekend. “Na Hamar twijfelde ik eerlijk gezegd een beetje aan mezelf”, zei hij na afloop tegen de NOS. “Ik voelde me daar niet goed. Maar na een paar weken trainen begon ik me weer sterk te voelen. Dit was alleen totaal niet het plan.” Het plan was simpel. “Het podium. Dat was het plan.”
Historische mijlpalen op de 5000 meter
- Jaap Eden onder de 9 minuten – 25 februari 1894
- Boris Sjilkov onder de 8 minuten – 9 januari 1955
- Kay Arne Stenshjemmet onder de 7 minuten – 19 maart 1977
- Sander Eitrem onder de 6 minuten – 24 januari 2026
De Nederlander Hans van Helden reed op 30 januari 1976 een nieuw wereldrecord op de vijf kilometer in het Zwitserse Davos (7.07,82). Twaalf dagen later werd hij derde op dezelfde afstand tijdens de Winterspelen van Innsbruck.
Eitrem reed geen alles-of-niets-race. Zijn rondetijden waren gecontroleerd en opvallend constant. Met nog vier of vijf ronden te gaan begon het besef te groeien. “Toen voelde ik me nog steeds sterk”, zei hij. “Ik reed een lage 28’ers en op dat moment wist ik bijna zeker dat ik dit tempo kon vasthouden.” In de laatste honderd meter wist hij genoeg.
Dat het wereldrecord juist in Inzell viel, verbaasde hem zelf misschien nog wel het meest. Hoe dat kon? “Goede vraag”, zei hij lachend. “Ik weet het eerlijk gezegd niet. Ik denk dat ik gewoon een heel goede dag had.”
De betekenis van het moment drong langzaam tot hem door. “Als klein jongetje droomde ik ervan om de eerste man onder de zes minuten te zijn”, zei Eitrem. “En nu… het voelt nog steeds onwerkelijk. Het is ongelooflijk.”
De timing maakt het verhaal extra scherp. Over twee weken beginnen de Olympische Spelen in Milaan. In één klap staat Eitrem niet alleen bovenaan de ranglijst, maar ook centraal in elke tactische discussie.
Zelf bleef hij nuchter. “Ik denk dat ik me gewoon normaal moet blijven voorbereiden”, zei hij. “Als ik dat doe, is alles mogelijk op de Spelen.”
Dat het moment ook emotioneel was voor zijn omgeving, merkte hij pas later. “Het voelt nog steeds als een droom”, zei hij. “Ik denk dat ik een paar dagen nodig heb om dit echt te laten bezinken. Het is gewoon ongelooflijk.”
Feit blijft dat Eitrem met 5.58,52 een grens heeft gesloopt die jarenlang als theoretisch werd beschouwd. De zes minuten waren een psychologische muur. In Inzell viel die muur om.
Een baanrecord, Noors record en persoonlijk record voor Wiklund
Ook bij de vrouwen kleurde de hoogste podiumplek rood-wit. Op de 3000 meter pakte Ragne Wiklund goud in 3.54,74. De Europees kampioen en al drie seizoenen winnaar van het wereldbekerklassement op de lange afstanden reed daarmee in één race een baanrecord, een Noors record en een persoonlijk record. De 25-jarige Wiklund bleef opvallend stabiel, zelfs in de slotmeters waar het bij haar vaker kraakt.
In de laatste rit ging Joy Beune vol in de aanval op de tijd van Wiklund, om haar baanrecord terug te winnen. Zonder succes. De openingsronde voelde goed, vertelde ze later aan de NOS. “Die kwam heel makkelijk.”
Toch ontbrak het beslissende zetje. “Ik weet niet of ik die benen vandaag had”, zei Beune na afloop, een dag nadat ze de 1500 meter won. Ze noemde de drie kilometer een “luxe trainingswedstrijd om het wedstrijdritme op te doen”. Dat klinkt nuchter, maar is het niet. Zeker niet als juist jouw naam van het recordbord verdwijnt. “Dat vind ik wel lastig hoor”, gaf ze toe. “Maar Ragne heeft echt heel goed gereden, dus ik ben op waarde geklopt vandaag.”
Voor Beune blijft de blik vooruit gericht. Rust nemen, vertrouwen houden en pieken waar het telt. Over Milaan was ze duidelijk: “Ik ga daar zeker pieken en een heel goede race rijden.” En goud? “Dat hoop ik wel.”