Tot 30 augustus is hij een van de groene Reggeborgh-mannetjes die er vrijwel dagelijks rondrijden in Heerenveen. Alexander Farthofer (21) draait als gastrijder mee bij de club van Gerard van Velde. Of beter, in dit geval onder leiding van coach Robin Derks die de allrounders van Reggeborgh de weg wijst naar de volgende winter. De Oostenrijker uit Wörgl trok afgelopen seizoen al op met Marcel Bosker. “Ik reed tijdens de World Cups alleen rond op de baan, hij had ook niemand. Het was me snel duidelijk dat ik er niet beter van zou worden, zeker niet met het oog op de lange termijn. Toen deed zich de mogelijkheid voor me aan te sluiten bij Marcel, en dat werkte”, zo licht hij zijn aanwezigheid in Thialf toe.

Dat gezamenlijke trainen was een van de aspecten die hem hebben geholpen een betere schaatser te worden. Farthofer noemt zich een selfmade atleet voor wie het uitdokteren van trainingsschema’s, de juiste voeding en aanverwante zaken (nog) geen onoverkomelijke uitdaging is. Hij moet wel, want van veel steun uit de Oostenrijkse bond of het olympisch comité is geen sprake. Hoewel er momenteel een kleine groep rijders zich langzaam maar zeker als lastige luizen nestelt in de subtop van het internationale circuit, tellen deze sporters in het alpenland niet mee.

“Het klinkt verschrikkelijk, maar zolang je geen olympische medaille hebt, interesseert niemand zich voor schaatsen. Helaas. Het is leuk een toptien te rijden op de Spelen; na twee weken is iedereen dat vergeten. Voor Gabriel Odor, Jeannine Rossner en mij is er een klein budget van de Oostenrijkse schaatsbond beschikbaar voor reiskosten en een trainingskamp, meer niet. Odor en ik hebben een nieuw tweejarig contract gekregen bij het leger, zodat er een vergoeding komt mits de resultaten voldoende zijn. Het is oké, we ontvangen een basissalaris waarvan we kunnen leven. Maar eh…..schaatsen doe ik vanwege de liefde voor de sport. Schaatsen voelt niet als werk.”

Hij bewijst dat deels door het forse aantal wedstrijden dat hij in de vorige jaargang reed. 41 Keer stond Farthofer op de startlijn; het is een heel uitzoekkarwei om rijders te vinden die meer langebaanraces achter de kiezen hebben (ja, Übermensch Jordan Stolz kwam tot 61 starts), maar hij is er druk mee geweest. De Tiroler knaap moet lachen: zo heeft hij niet eerder naar zijn inspanningen gekeken.

Alex Farthofer
Alexander Farthofer (r) wisselt zijn ervaringen uit met Jasper Krommenhoek. | Foto: Neeke Smit

Heb je te veel gedaan?
Farthofer: “Ik had geen idee dat het er zoveel waren. Misschien komt het doordat ik meer onderdelen per wereldbekerweekend afwerkte. Het klopt wel dat ik veel trainingswedstrijden heb geschaatst. Racen was een vorm van training voor me, vooral die in Inzell. Ik heb nooit voor een wedstrijd getaperd, het ging me puur om het gevoel van racen, om eraan te wennen. Want ik ben nog steeds een jonge schaatser tussen alle mannen die al jaren meedraaien en wil daarom mentaal meer gewend raken.” Lachend: “Het is vooral leuk om te doen.”

Begon jij het seizoen 2025-’26 met het idee je te plaatsen voor Milaan?
“Dat was het doel, ja. Ik was er niet zeker van, maar had me voorgenomen er alles aan te doen. Onderdeel ervan waren vele kleine veranderingen die rendement opleverden. Ik had daarbij het geluk dat ik niet een keer ziek ben geworden of geweest in de aanloop naar de competitie, zelfs niet vlak voor de Spelen. Vroeger was het altijd wel een keer mis omdat ik dan te veel had getraind. De laatste winter verliep echter perfect. Hopelijk kan ik deze trend voortzetten.”

Welke veranderingen heb je doorgevoerd?
“De prioriteit is meer komen te liggen bij het herstellen na wedstrijden of van zware trainingen. Voeding, de structuur van de trainingen, dergelijke dingen hebben ertoe bijgedragen. Zoals ik al zei heb ik veel zelf uitgezocht. Het trainingsplan voor de winter is van mezelf, en gedurende de zomer kreeg ik hulp van een wielercoach. Ook mijn eerste hoogtestage was een enorme game changer voor me.”

En toen het seizoen op gang kwam, zorgde je direct voor een shock. In Salt Lake City won je de vijf kilometer in de B-divisie in 6.04. Was dat volgens plan? Wilde je direct een signaal afgeven dat je geselecteerd moest worden voor de Winterspelen ?
“Zo kun je dat zeggen. De week ervoor reed ik een drie kilometer in 3.37, na een heel harde trainingsrit, dus ik wist dat de benen super waren. Bovendien schaatste ik voor het eerst in mijn leven op hoogte. Niet eerder heb ik me zo gevoeld: ik was zo snel en het voelde zo makkelijk. Misschien was het de voorbereiding, misschien het ijs of het gevoel, ik weet het niet, maar de 6.04 zat niet in mijn hoofd. 6.07 was een streven, met ronden van 29 seconden, wat volgens mij haalbaar zou zijn.”

Wat is er door je gedachten gegaan na die prestatie?
“De wens dat ik in staat zou zijn dit vaker te doen. Dat ik regelmatiger zou kunnen worden gedurende het seizoen, en niet meer van een hoge piek naar een grote terugval zou hoeven te gaan. Maar ik voeg eraan toe: het was mijn idee om de training compleet af te stemmen op Salt Lake, daar te scoren en wat er zou volgen: who cares? Ik hoop dat ik heb geleerd van die aanpak - ik denk het wel – en erin slaag wat energie te bewaren voor het competitieve gedeelte op de kalender. Gelukkig komen de snelle ijsbanen pas in februari. Het hoofddoel is in vorm te zijn voor die twee wedstrijden (in Salt Lake en Calgary, red.)’’

Alexander Farthofer met gelegenheidstrainingsmaat
Alexander met gelegenheidstrainingsmaat Hanahati Muhamaiti achter zich aan. | Foto: Neeke Smit
Ik houd mezelf voor dat ik een geboren 1500meterrijder ben
Alexander Farthofer

Dankzij de 6.04 en een week later de zege op de 1500 meter in de B-groep promoveerde je naar de A-divisie. Ik veronderstel dat het daarna gemakkelijker is geworden.
“Ik heb weinig verschil gemerkt. De tien kilometer in Heerenveen, voor een vol stadion, vormde een uitzondering. Dat was speciaal. Zolang als je schaatst, doe je dat voor goede tijden, en of dat nou in de B’s is of als A-rijder maakt niet veel uit. Trouwens, ik moet deze winter opnieuw in de B-divisie starten op de 1500 meter, omdat ik op de laatste World Cup (Inzell, red,) werd gediskwalificeerd wegens een verkeerde kruising.”

Op de tien kilometer in Thialf eindigde je als laatste, op 43 seconden van Metodej Jilek, maar verbeterde je wel het Oostenrijks record. Was dat belangrijk?
“Nee. Ik had het record al en al reed ik een persoonlijke toptijd (13.13), het was niet het resultaat dat ik voor ogen had. Er is nog veel ruimte om te verbeteren. Ik houd mezelf voor dat ik een geboren 1500meterrijder ben en ik denk dat het ook zo is. Mogelijk kan ik de komende jaren wat meer werken aan mijn uithoudingsvermogen en lukt het een redelijke tijd neer te zeten op de tien kilometer. Het nationaal record op de 1500 meter dat ik heb, was voornamer. Gabriel Odor had het. Het was een grote verrassing dat ik het afpakte. Ik houd van uitdagingen zoals deze.”

Dan de Olympische Spelen, het hoogtepunt. Dat bracht niet de resultaten die je wilde.
“Het was speciaal. De eerste, een ongelooflijke ervaring, direct al bij de openingsceremonie in het uitverkochte San Siro stadion: er zijn geen woorden voor. Ook de wedstrijden met veel publiek, het besef dat je de Spelen hebt bereikt, dat zijn dingen die onvergetelijk zijn. Tja, de uitslagen waren wat anders. Die kan ik gerust slecht noemen. Zeker door het eerste gedeelte van het seizoen hoopte ik op meer in Milaan. Het is duidelijk dat wanneer je (te) veel energie in een deel stopt, dat er op een ander moment niet veel meer over is. Ik geloof dat ik was opgebrand tegen het einde van het seizoen, de Spelen inbegrepen. Ik had al m’n lucifers al verbrand om de Spelen te halen. Dat was volgens mij de juiste beslissing, ik heb nergens spijt van. Maar op de volgende Spelen moet ik veel stabieler presteren.”

Oké, laten we dan afspreken dat je in 2030 geen 22 seconden achterstand hebt op de winnaar van de vijf kilometer en dat het verschil op de 1500 meter is teruggebracht van 4,7 seconden tot 0,5.
“Dat kan ik niet beloven, haha! Ik heb tegen mezelf gezegd: de eerste Spelen is voor de ervaring, de tweede Spelen voor de resultaten. Het doel is een podiumplaats en daar zal ik alles voor doen. Het is nog lang tot dat toernooi, er kan veel gebeuren in de tussentijd. Ik moet consistenter worden. Het EK Afstanden wordt belangrijk. Ik mik op het podium, maar met de Noren als tegenstanders wordt het moeilijk. Als ik een goede 500 meter rijd en mijn niveau op de vijf kilometer van de voorbije winter kan aantikken, ben ik een goede uitdager. Met de topdrie in het vizier. Mijn grootste doel van 2026-’27.”

Alexander Farthofer
"De eerste Spelen is voor de ervaring, de tweede voor de resultaten", meent Farthofer. | Foto: Neeke Smit