Bij de mannen draaide de strijd om de wereldtitel weer eens uit op een ouderwets gevecht tussen de pure allrounders, de rappe stayers en een Amerikaans wonderkind dat zich vergaloppeerde op een combinatie van twee toernooien. Voorafgaand aan de slotafstand leek die laatste wonderwel nog op medaillekoers te liggen. Wie had op dat moment kunnen bevroeden dat Jordan Stolz de verwachtingen op de afsluitende tien kilometer niet waar zou maken? Ja, de voorsprong op Eitrem was allesbehalve geruststellend, maar Metodej Jílek en Vladimir Semirunniy achter zich houden, dat zou moeten lukken.

Het ging niet. De combinatie van een WK Sprint en een WK Allround waren er te veel aan. Dit keer. Want achteraf verklaarde Stolz ook gelijk dat hij de dubbel niet uit zijn hoofd wil zetten. “Ik kijk niet uit naar de pijn. Het is heel moeilijk, maar ik zou het graag nog eens proberen. Daarvoor wil ik op alle fronten nog beter worden.” Genoten van het publiek in Heerenveen had hij wel, evenals zijn coach Bob Corby, die licht ontroerd zijn waardering uitsprak voor de schaatsfans in Thialf, die in tegenstelling tot sportfans in Amerika juichen voor iedereen.

Wederzijds respect tussen Jordan Stolz en Sander Eitrem
Wederzijds respect tussen Jordan Stolz en Sander Eitrem. | Foto: Orange Pictures

De dappere poging van de Wisconsinite viel daarmee in duigen. Door te wedden op twee paarden eindigde hij de week uiteindelijk met ‘slechts’ WK-zilver op de sprint. Op de slotafstand gaf Eitrem hem de genadeslag. Hij dubbelde zijn tegenstander en reed in de slotrondes zakelijk naar huis. Jílek, licht teleurgesteld, moest zich tevreden stellen met de afstandszege op de 10.000 meter en het zilver achter de completere Eitrem. De altijd lachende Semirunniy was blij met brons. En de Noorse fans? Die konden na 12 minuten, 41 seconden en 27 honderdsten hun geluk niet op.

De coaches vielen elkaar in de armen en de lach van Rykkje was niet veel later voor de verzamelde pers niet meer van zijn gezicht af te slaan. Hij viel de laatste jaren in herhaling, merkte hij, elke keer als zijn atleten op het podium stonden. Meermaals sprak hij de hoop uit dat de prestaties van zijn pupillen zouden leidden tot meer financiële mogelijkheden. Die hoop bleek regelmatig vals, maar dit keer lijkt het anders. “Ik heb het vaker gezegd, maar nu na de Spelen is er eindelijk iets los gekomen. Er is nu écht meer aandacht in de media en en er ontstaat ook meer speelruimte bij de bond.”

Daar hielp een dubbele WK-zege natuurlijk flink aan mee. Rykkje: “Vooraf zei de directie nog tegen me: ‘Het zou helpen als er dit weekend nog meer prestaties komen, dan krijgen we misschien nog wel meer ruimte’. Nou daar hebben we wel voor gezorgd!”

Sander Eitrem en vader
Een emotioneel moment tussen vader en zoon. | Foto: Orange Pictures

In het andere schaatsland bij uitstek, waar koude winters nog vers in het geheugen liggen, met zoveel kampioenen en het legendarische Bislett-stadion in Oslo, leeft het allrounden immers nog altijd. Ook al is het intussen ook daar de Spelen die de meeste aandacht en financiële middelen aantrekt, de trouwste Noorse schaatsfans waarderen nog altijd de traditie en geschiedenis die het allrounden in zich heeft, meer dan de losse afstanden. “Een WK-titel op een losse afstand telt bijna niet in de ogen van sommige fans. Er is maar één WK dat telt: het WK Allround”, straalt Eitrem met de lauwerkrans om zijn nek na de rondrit door Thialf op de arrenslee.

Het zal de charme van het allrounden zijn die ze intrigeert: vier afstanden die opbouwen tot een climax, een ontknoping van 25 ronden waarin de spanning steeds verder stijgt. Door de prestaties van Eitrem en Wiklund, met in hun schaduw intussen steeds meer Noorse talenten, is men er intussen van overtuigd dat de gouden tijden van weleer kunnen herleven. De weg omhoog is in ieder geval ingezet. Wat ooit begon met een wereldtitel voor Wiklund en achtervolgingsgoud, leidde vorig seizoen tot wereldtitels voor Kongshaug en Eitrem en dit jaar meerdere olympische medailles en de mondiale allroundtitels.

Ook Eitrem is overtuigd dat er nog meer muziek in het Noorse schaatsen zit. "We hebben mindere jaren gehad, maar nu overtreffen we de jaren van Koss. En er komt nog veel meer aan.” Eitrem hoopt dat zijn titels ook op persoonlijk vlak positieve consequenties hebben. De 24-jarige kampioen huurt een appartementje van waaruit hij zijn trainingen afwerkt, maar hoopt met de middelen die vrijkomen door zijn gouden race Milaan, het kampioenschap in Heerenveen en zijn wereldrecord in Inzell eindelijk een huis te kunnen kopen. “Het is te merken dat het schaatsen weer veel aandacht krijgt. Ik heb al zoveel felicitaties ontvangen. De komende tijd zal ik ook wel een manager nodig hebben.”

Nederlandse allrounders in bijrol

Op de zevende plaats was Chris Huizinga dit WK de beste Nederlander. Het betekende een dieptepunt in de Nederlandse allroundgeschiedenis. De laatste keer dat er geen Nederlander op het podium stond was in 1987, toevallig ook in Heerenveen. Het was zelfs de slechtste prestatie voor Nederland sinds 1981, toen Frits Schalij in het Bislett-stadion in Oslo achtste werd. Het WK van 2026 toonde daarmee de beperkte breedte van de Nederlandse top aan sinds Patrick Roest noodgedwongen toekijkt. Achter Huizinga eindigde Stijn van de Bunt als achtste. Nederlands kampioen Marcel Bosker wist de afsluitende tien kilometer niet te halen.

Chris Huizinga en Stijn van de Bunt
Huizinga (links) en Van de Bunt in hun achterhoedegevecht op de 10.000 meter. | Foto: Orange Pictures

Huizinga keek er niet van op. “Dit toernooi liep redelijk zoals verwacht”, sprak hij voor de camera bij de NOS. “Wij zijn heel erg gefocust op de losse afstanden en dat brengt mij veel. Mijn vijf en tien kilometer zijn bijvoorbeeld de laatste jaren erg vooruitgegaan. Om alles over de kop te gooien om ook op de sprint mee te doen, zit er niet in. Als de ISU niet elk jaar een WK organiseert, is het gewoon niet interessant genoeg.”

Volgens de 28-jarige stayer luistert de internationale schaatsbond niet naar de feedback van atleten. “We hebben het vaker aangekaart, maar ze doen er niks mee. Buitenlanders slaan nu zelfs het EK over om in Calgary voor wereldrecords te gaan.” Excuses zoeken voor zijn eigen prestaties wilde hij echter niet. De huidige lichting mannelijke allrounders komt simpelweg tekort om serieus mee te doen om de zege, denkt hij. “Maar Eitrem en Jilek kunnen het ook, dus een Nederlander kan het in de toekomst misschien ook weer.”

Ook de kersverse wereldkampioen Eitrem rekende zich nog niet rijk voor de toekomst. “De Nederlanders hebben het schaatsen jarenlang gedomineerd. Het is nu goed dat er ook andere landen zijn, maar het gaat op en neer en er zullen ongetwijfeld weer goede Nederlandse schaatsers opstaan.” En wie weet dient die nieuwe generatie zich al snel weer aan. Bij de World Cup voor junioren enkele weken geleden in Inzell wist de nog maar 17-jarige Thijs Wiersma een wereldrecord op de 3000 meter te schaatsen. Een voorteken voor de toekomst?