De vijf kilometer is dit seizoen een waar spektakel. Vier verschillende mannen legden beslag op de World Cup-zeges, in recordtijden: Timothy Loubineaud (wereldrecord), Casey Dawson (baanrecord), tweemaal Metodej Jilek (twee keer baanrecord) en Sander Eitrem (wereldrecord). Beste Nederlandse prestatie? Tweemaal een vijfde plek van Chris Huizinga.

“Het is frustrerend dat er zo hard gereden wordt”, vertelt Huizinga. “In Salt Lake City en Calgary zat ik drie seconden van het podium. Gebaseerd op die wedstrijden concludeerde ik: als ik stapjes kan maken, wordt het spannend. Daar is nu geen sprake meer van. Over goud hoef ik niet na te denken. Als ik in de allerbeste vorm verkeer, wie weet kan ik dan een gooi naar het podium doen.”

Chris Huizinga
Dichter bij het podium dan een vijfde plek kwam Huizinga niet. | Foto: Orange Pictures

Marcel Bosker deelt woorden van gelijke aard. “Het is niet realistisch dat een Nederlander een medaille haalt, gezien de tijden die internationaal gereden zijn. Ik was Inzell de snelste van de Nederlanders, dat kan ik hier ook zijn. Maar Stijn en Chris zitten dichtbij, het wordt een gevecht tussen ons drieën.”

Als Bosker de vraag beantwoordt welke tijden er gereden kunnen worden op de tijdelijke ijsbaan in Milaan, wordt duidelijk dat hij zich er bij voorbaat al bij neerlegt. “Deze baan is vergelijkbaar met Tomaszow, dus zou er 6.10 geschaatst kunnen worden. Maar misschien rijdt iedereen straks weer 28’ers en komen ze uit 6.05. Geen idee. Zelf moet ik weggaan op 6.15, 6.16.”

Maar hoe kan het dat na de drie opeenvolgende olympische titels van Sven Kramer (2010, 2014 en 2018) en het zilver van Roest vier jaar geleden, Nederland zo ver is weggezakt? Daar is toch meer debet aan dan de absentie van Roest? Bosker en Huizinga sommen samen een aantal redenen op.

Sven Kramer Jan Blokhuijsen Jorrit Bergsma
Zelden was een clean sweep zo ver weg... | Foto: Soenar Chamid

“Het schema van Nils van der Poel heeft meegeholpen, er is wat jeugd bijgekomen en verschillende inliners hebben stappen gezet”, vertelt Huizinga. “Misschien hebben de buitenlanders hun programma’s met elkaar gedeeld, onder het mom van ‘dit moeten we doen om beter te worden’. Ze maken veel uren op de fietsen. Het wielrennen staat nu boven de andere sporten.” Ook het materiaal kan meespelen. “Eerder waren de buizen van Viking veel gevoeliger. Als Nederlanders hebben we natuurlijk verschillende materiaalmannen rondlopen (in tegenstelling tot de kleine schaatsnaties, red.). Nu zijn de buizen makkelijker goed te houden.”

“In Nederland hebben we de afgelopen vier jaar een steekje laten vallen in de trainingen”, aldus Bosker. “We zijn blijven hangen in het allrounden. Met veel kracht heel hard proberen te schaatsen, de Sven Kramer-manier. Heel lange en sterke klappen. De enige die het nog op de oude manier doet is Sander Eitrem, hij reed wel gelijk een wereldrecord. Wie weet is er nog hoop”, lacht Bosker, om er vervolgens serieus aan toe te voegen: “Jilek en Loubineaud rijden met meer ritme en minder power per slag. Dat is een technische aanpassing die wij ook moeten maken.”

Marcel Bosker
Tijdens de training vormt Bosker even een bont gezelschap met Alexander Farthofer (Oostenrijk), Ted-Jan Bloemen (Canada) en Viktor Thorup (Denemarken) | Foto: Orange Pictures

“Zelf ben ik er twee jaar geleden mee begonnen”, vervolgt Bosker, “toen ik minder in mijn vel zat. Ik bleef destijds hangen op 6.15. Leuk voor wereldbekers, maar ik wilde meer. Daarom ging ik iets anders doen. Dat ik daardoor Nederlands kampioen ben geworden, geeft me een boost om ermee door te gaan.” De 29-jarige schaatser merkt wel dat er in Nederland weerstand is tegen veranderingen, zelfs bij zijn eigen coaches. “Het is heel moeilijk om die ommezwaai te krijgen. Alle coaches geloven in wat ze vier, acht en twaalf jaar geleden gedaan hebben. De rest van de wereld is verder gaan kijken en voor hen werkt die nieuwe aanpak.”

Over innovaties binnen de sport gesproken, Huizinga heeft een klein aandeel in alle records die elkaar in rap tempo opvolgen. Misschien wel tot zijn eigen spijt. “Ik ben twee jaar te vroeg begonnen met mijn handen op mijn rug schaatsen in de bocht. Nu doet iedereen het. Dat ik de sport zo’n draai heb gegeven, is een groot compliment voor mezelf. Uiteindelijk werkt het voor de hele schaatswereld. Ik heb in dat opzicht een beetje geschiedenis geschreven.”

Geschiedenis schrijven, wie gaat dat doen komende zondag? Pakt Eitrem de tiende Noorse titel op de afstand? Of zorgt Loubineaud, Jilek of Ghiotto voor de eerste namens respectievelijk Frankrijk, Tsjechië of Italië?

Stijn van de Bunt verstopt zich nog even

Deze dagen verplaatst Stijn van de Bunt zich van het olympisch dorp naar de ijsbaan en weer terug. Hij neemt alle indrukken in zich op, werkt zijn trainingen af met zijn teamgenoten en zoekt waar kan de rust op. Donderdagmiddag stapt hij even uit die bubbel, als hij de Nederlandse pers te woord staat. Een groep van tien à vijftien journalisten dromt zich om hem heen, nieuwsgierig naar de ervaringen van de olympisch debutant, die als enige Nederlandse man vier afstanden schaatst in Milaan.

De 23-jarige Utrechter vertelt rustig over het olympisch dorp, dat hij daar aan het tafelvoetballen was met een Oostenrijker en dat de ontbijtzaal hem iets te druk was. Oh, en de busreis was akelig lang. Als het onderwerp op schaatsen komt, houdt hij de kaarten op zijn borst. “Volgens mij vallen bij iedereen de rondetijden tegen, maar wij (Team IKO-X2O, red.) hebben nergens last van. Ik kom goed uit de voeten op dit ijs, heb me snel kunnen aanpassen. Hoe? Dat ga ik niet vertellen, want ik denk niet dat alle schaatsers daarvan op de hoogte zijn.”

Dat wordt zondag goed opletten, als Van de Bunt de vijf kilometer schaatst. Op 13 februari is de tien kilometer aan de beurt, gevolgd door de kwalificaties van de ploegenachtervolging op zondag. Die finales staan dinsdag 17 februari op de planning, de mass start is het afsluitende onderdeel op 21 februari. Een druk programma. Gelukkig kan Van de Bunt na het vragenvuur weer richting de bus, om nog even te genieten van de rust in zijn appartement.

Stijn van de Bunt
Van de Bunt werkt zijn rondjes af met ploeggenoten Joy Beune en Bart Swings in zijn kielzog. | Foto: Orange Pictures