De geboren Gelderlander veroverde door middel van een sterk KKT startbewijzen op de 500-, 1000-, en 1500 meter voor het toernooi in Rusland.
Die prestatie gaf Groothuis eindelijk de bevestiging van wat hij al even aan voelde komen. "Ik had de hele tijd wel het idee dat ik op dit niveau zou kunnen rijden, maar dan moet je het nog wel doen", zegt hij in het nieuwe schaatsen.nl-magazine.
Zijn techniek was volgens Groothuis het grootste probleem vorig seizoen. "Die vier jaar daarvoor was ik eigenlijk heel stabiel. Ik reed altijd wel hard, dat je niet altijd wint, dat is sport. Maar vorig jaar had ik zo’n gevoel van hoe kan het nou dat ik technisch niet meer weet hoe het moet?", blikt hij terug op de lastige periode.
De laatste maanden kreeg Groothuis het gevoel dat het klopt wat hij doet op het rechte eind langzamerhand weer terug. "Het gevoel van: Bam nu heb ik het weer! Schaatsen ging technisch beter, maar er zat nog verbetering in."
Op het moment dat het echt moest gebeuren, bij het KKT, kwam de oude Groothuis weer echt bovendrijven, hoewel dat er niet meteen op leek. "Misschien kwam het ook wel
door die 500 meter, ik baalde er echt van hoe ik die reed. Ik was behoorlijk pissig op mezelf. Die bochten waren echt niet goed. Dan ga je er intensiever over nadenken en in één keer had ik dat Eureka-momentje; dat ik weer wist hoe ik die bochten moest rijden."
En dus mag Groothuis op drie afstanden proberen om zijn eerste olympische medaille in de wacht te slepen. De rijder kijkt erg uit naar 'Sotsji', maar weet alles goed te relativeren. "Ik heb niet zo heel veel met slogans als 'Nog zoveel dagen tot Sotsji.' Mensen die daar wel heroïsch over doen, moet ik altijd een beetje plagen. Je kan wel zeggen: ik doe nu alles in het teken van wat er over veertig dagen moet gebeuren, maar ja ik zit hier gewoon aan de keukentafel koffie te drinken."